Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort
Einde inhoudsopgave
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/6.5:6.5 Conclusie
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/6.5
6.5 Conclusie
Documentgegevens:
mr. drs. C.M. Harmsen , datum 01-07-2019
- Datum
01-07-2019
- Auteur
mr. drs. C.M. Harmsen
- JCDI
JCDI:ADS180195:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
C.M. Harmsen, ‘Accountability in het Voorontwerp’, in: J.A. van de Hel e.a., Het Voorontwerp Insolventiewet nader beschouwd, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2008, p. 238- 239.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De invloed van het faillissement, de surseance van betaling en de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op de civielrechtelijk administratieplicht is in het Burgerlijk Wetboek en de Faillissementswet nauwelijks geregeld. Ook is hierover maar beperkte literatuur beschikbaar. Voor zover die er wel is – met name voor de faillissementsperiode – blijken diverse auteurs hier verschillende opvattingen over te hebben. Uitgaande van het karakter van de verschillende insolventieprocedures en de taak van de daarin door de rechtbank aangestelde curator of benoemde bewindvoerder, geeft het onderstaande schema de uitkomsten van mijn onderzoek weer:
Naar mijn mening heeft het de voorkeur om de Faillissementswet op dit punt aan te passen, zodat duidelijk wordt op wie de administratieplicht rust tijdens faillissement, surseance van betaling en de schuldsaneringsregeling voor natuurlijke personen. Dit zou kunnen door in Titel I van de Faillissementswet een artikel toe te voegen over de administratieplicht in geval van faillissement:1
Met ingang van de faillietverklaring is de curator gehouden een administratie te voeren ten aanzien van de boedel overeenkomstig het bepaalde in artikel 3:15i lid 1 BW.
De curator is verplicht bij elk periodiek verslag als bedoeld in artikel 73a een tussentijds financieel verslag te voegen, waarmee hij rekening en verantwoording aflegt over het door hem gevoerde beheer gedurende de verslagperiode en over de stand van de boedel per de datum van het desbetreffende periodieke verslag.
Na verloop van een maand na het einde van het faillissement legt de curator rekening en verantwoording af aan de rechter-commissaris door middel van een eindverslag inclusief een financieel eindverslag, dat de griffier ter griffie neerlegt ter inzage van een ieder. Is de insolventie geëindigd door homologatie van een akkoord, dan is de curator verplicht ten overstaan van de rechter-commissaris rekening en verantwoording aan de schuldenaar te doen.
Op de schuldenaar, die voorafgaand aan het faillissement gehouden was tot naleving van de administratieplicht als bedoeld in artikel 3:15i BW en/of 2:10 BW, blijft deze verplichting rusten, zij het dat deze verplichting niet verder strekt dan tot de datum van faillietverklaring.
In Titel II voor de surseance van betaling kan worden opgenomen dat de administratieplicht van artikel 2:10 BW en/of 3:15i BW gedurende de surseance van betaling blijft rusten op de schuldenaar en niet (mede) komt te rusten op de bewindvoerder. Voor de bewindvoerder moeten de leden 2 en 3 van bovenstaand voorstel van overeenkomstige toepassing worden.
Het voorgestelde artikel voor de curator in geval van faillissement zou ook moeten gelden voor de bewindvoerder in een schuldsaneringsregeling. In Titel III over de schuldsaneringsregeling zou aan artikel 311 Fw moeten worden toegevoegd dat voor de schuldenaar die met toestemming van de rechter-commissaris zijn bedrijf of zelfstandig uitgeoefende beroep voortzet, de administratieplicht als bedoeld in artikel 3:15i BW in afwijking van het bepaalde in lid 4 wel blijft bestaan.
Met de toevoeging van deze bepalingen in de Faillissementswet wordt duidelijk op wie de verantwoordelijkheid met betrekking tot de administratie rust tot het moment van de faillietverklaring, surseance van betaling of schuldsaneringsregeling en daarna. Door aan te sluiten bij het bepaalde in artikel 3:15i BW wordt de inhoud en structuur van de civielrechtelijke administratieplicht ook tijdens faillissement (en surseance van betaling en de schuldsaneringsregeling) behouden.