Beschadigd vertrouwen
Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/5.4:5.4 Vergelijking en keuze van drie cases
Beschadigd vertrouwen 2021/5.4
5.4 Vergelijking en keuze van drie cases
Documentgegevens:
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480622:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
George & Bennett 2005, p. 3-36.
George & Bennett 2005, p. 17.
Zie over vergelijkend casestudyonderzoek: Gerring 2017, p. 81; Hancké 2009, p. 72-77; King, Keohane & Verba 1994, p. 210-211.
George & Bennett 2005, p. 84; Gerring 2017, p. 66-67.
Gerring 2017, p. 67-68.
Gerring 2017, p. 65, 142.
Yin 2013.
Maes, De Telegraaf 21 juli 2018.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit onderzoek bestudeer ik de relatie tussen schadebeleid en vertrouwensniveau aan de hand van mijn theoretisch kader uit hoofdstuk 4. Dat kader bouwt voort op vele eerdere onderzoeken naar vertrouwen en schade(beleid). Het (theoretische) verband tussen schadebeleid en vertrouwen wil ik verder helpen ontwikkelen via empirisch onderzoek: casestudyonderzoek met drie cases.1
Een casestudy is letterlijk een gevalsstudie; een ‘instance of a class of events’.2 Dit onderzoek vergelijkt drie cases waarin vertrouwensherstel wel, gedeeltelijk, of slechts (zeer) beperkt lijkt op te treden.3 De keuze voor cases is in zekere zin subjectief en op basis van de uitkomsten: of er vertrouwensherstel plaatsvindt.4 Hoewel wetenschappelijk onderzoek idealiter zo objectief mogelijk plaatsvindt, is een enigszins subjectieve keuze – op basis van relevante voorkennis of verkennend onderzoek – onvermijdelijk. Een sprekend voorbeeld is de geoloog die voor haar seismologisch onderzoek zo op zoek was naar een totaal objectieve en willekeurige selectie van haar casus, dat zij terecht kwam in Kansas, een van de plekken met de minste aardbevingen ter wereld.5 Daar valt natuurlijk weinig te bestuderen.
Een geschikte casestudy heeft dus eigenschappen en uitkomsten waarin we geïnteresseerd zijn, en het is te prefereren dat tijdens de casus verandering optreedt en de variabelen, of eigenschappen, die we willen bestuderen niet constant blijven; dan valt een (causaal) mechanisme te bestuderen.6 In de cases die in dit onderzoek centraal staan is daarom sprake van een door de overheid gefaciliteerde schadeoorzaak; de keuze is gevallen op grootschalige infrastructurele projecten, die in Nederland vanwege hun aard en de dichtbevolktheid al snel resulteren in schade voor omwonenden. In de cases in mijn onderzoek veranderde tevens het schadebeleid en ook de mate van tevredenheid hierover, en het vertrouwen in de overheid, waardoor zij een extra zinnig onderzoeksobject vormen. In zekere zin maak ik gebruik van zogenaamde ‘extreme cases’:7 de gekozen projecten zijn grootschalig en ingrijpend. Conclusies over vertrouwenwekkende methoden of principes uit hun schadeafhandeling zullen dan ook relevant zijn in kleinere cases.
Verder maak ik gebruik van variatie in de uitkomst in de cases. In een casus lijken de projectorganisatie en de faciliterende overheid in staat te zijn geweest om het vertrouwen van omwonenden te herstellen (aanleg van de Noord/Zuidlijn), in de tweede is het beeld meer gemêleerd (uitbreiding van luchthaven Schiphol), en in de laatste lijkt het schadebeleid in het algemeen te hebben geresulteerd in een afbreuk van het vertrouwen in de overheid hoewel in recente ontwikkelingen een kleine mate van vertrouwensherstel te zien lijkt te zijn (gevolgen van de gaswinning in Groningen). Deze drie cases zijn gekozen op basis van verkennend onderzoek: een beknopte media- en literatuuranalyse en gesprekken met ingewijden in Nederlandse grootschalige overheidsprojecten en schadebeleid. Hoewel andere cases werden overwogen, leken deze drie vanwege deze eerste verkenning, beschikbare informatie en actualiteit het meest geschikt voor het doel van dit onderzoek. In tabel 5.4 worden beknopte casusbeschrijvingen weergegeven.
Casus
Beknopte casusbeschrijving
Aanleg Noord/Zuidlijn
Burgemeester Halsema zei bij de ingebruikname van de Noord/Zuidlijn dat het vertrouwen van de Amsterdammers in hun overheid is geschaad door het project.8 De Amsterdamse metrolijn liep vele jaren vertraging op, kostte drie keer zo veel als begroot, en richtte via lekken in damwanden veel verzakkingsschade aan. Ondanks de tegenvallers besloot de gemeente in 2009 naar aanleiding van het advies van de commissie-Veerman toch door te gaan met het project, en zette men zich in om het vertrouwen van de omwonenden te herstellen door proactief en coulant om te gaan met schade. De nieuwe insteek zorgde voor verbeterde verhoudingen tussen de buurt en de projectorganisatie.
Uitbreiding luchthaven Schiphol
Bij Schiphol verwachtte de overheid vermogensschade aan de vooravond van de uitbreiding van de luchthaven via de vijfde baan, en zij stelde zich proactief op door het creëren van een schadeprotocol en -loket. Ook besloot het Rijk de betrokken partijen aan tafel uit te nodigen om samen tot akkoorden over schade en overlast te komen. De wijze waarop het Rijk en de luchthaven interacteerden met omwonenden werd over het algemeen als succes bestempeld: akkoorden werden gesloten en veel buren werden gecompenseerd. In recente jaren staan deze afspraken echter onder druk, doordat de luchthaven steeds veelvuldiger wordt gebruikt.
Gevolgen van de gaswinning in Groningen
De Groningse gaswinning zorgde onverwacht voor grote schade. Hoewel de overheid wel betrokken was bij de schadeafhandeling en tal van instanties oprichtte, mengde zij zich pas na vele oproepen tot coulance actief in het schadebeleid. Het vertrouwen van Groningers in de overheid is gedurende deze periode gezakt, terwijl de overheid voortdurend stelde zich in te zetten voor vertrouwensherstel.
Tabel 5.4 Overzicht van de onderzochte cases in dit onderzoek.
Deze cases zijn zeker niet perfect vergelijkbaar: de soort schade, de hoeveelheid gedupeerden, de betrokken overheidsinstantie(s), de kosten van het schadebeleid, maar ook vele andere factoren zoals tijd en geografie verschillen. Bovendien kunnen ook andere factoren dan schadebeleid, zoals de betrokkenheid van de overheid bij de schadeoorzaak, het vertrouwen van burgers in hun overheden beïnvloeden. Bij casusonderzoek is het echter vrijwel onmogelijk om tot een volledig gelijke vergelijking te komen. Kwalitatief onderzoek richt zich juist daarom op de context van een onderzoeksobject. Bovendien hebben de cases gemeen dat de overheid, omwille van het algemeen belang, heeft toegestaan (gefaciliteerd) dat schade optrad voor een groep burgers. Er is vervolgens beleid, een pakket aan maatregelen, gecreëerd om met deze schade om te gaan, dat veelal als nevendoel had om de relatie tussen burger en overheid te herstellen of verbeteren. Daarmee vormen ze een waardevolle bron om te analyseren hoe schadebeleid uitpakt in de praktijk. In hoofdstuk 9, specifiek in par. 9.2, reflecteer ik op concrete verschillen tussen de cases, alvorens tot vergelijking over te gaan.