Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/6.8.6:6.8.6 Elementen van een onredelijk klein vermogen
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/6.8.6
6.8.6 Elementen van een onredelijk klein vermogen
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS404631:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Heaton 2007, p. 996.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het voorgaande mag genoegzaam blijken dat de vaststelling van een ‘onredelijk klein vermogen’ een zeer feitelijke exercitie is, waaraan een zekere beoordelingsvrijheid van de rechter inherent is. Niettemin is helder dat van een onredelijke klein vermogen sprake is als in een onredelijk hoge mate risico’s worden afgewenteld op de (ongesecureerde) vennootschapscrediteuren. De financiële uitrusting van de vennootschap moet voldoende zijn om de redelijkerwijs voorzienbare risico’s op te vangen en daarbij is van belang dat er ruimte wordt gelaten voor tegenvallers.1 De prognoses die ten tijde van een overdracht worden gemaakt, moeten redelijk en realistisch zijn in het licht van de prestaties van de vennootschap in het verleden, en moeten acht slaan op eventuele trends in die prestaties en mogelijke (ook tegenvallende) ontwikkelingen in de toekomst. In het licht van de prognoses van deze prestaties zal redelijkerwijs voorzienbaar moeten zijn dat de vennootschap haar opeisbare verplichtingen kan blijven betalen. Deze betaling kan geschieden uit de operationele kasstroom maar ook door het aantrekken van financiering. Hieruit vloeit voort dat soms ook een inschatting zal moeten worden gemaakt van de toekomstige prijs en beschikbaarheid van krediet. Daarbij moet de economische conjuncturele werkelijkheid worden onderkend, en dient ruimte te worden gelaten voor een zekere mate van economische tegenvallers, zoals een afname van de omzet en duurder krediet. Als de vennootschap (bijvoorbeeld in het kader van een LBO) gefinancierd wordt met veel vreemd vermogen, zal in de analyse rekening moeten worden gehouden met de herfinanciering van dat vreemd vermogen. Als de vennootschap een variabele rente over het krediet verschuldigd is, zal vanzelfsprekend meer ruimte moeten zijn voor rentefluctuaties dan wanneer de rente is gefixeerd of rentefluctuaties door middel van een swap zijn verzekerd.