Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid voor ongeschikte medische hulpzaken (R&P nr. CA19) 2018/5.2
5.2 De relatie tussen de patiënt en de hulpverlener
mr. J.T. Hiemstra, datum 01-07-2018
- Datum
01-07-2018
- Auteur
mr. J.T. Hiemstra
- JCDI
JCDI:ADS369917:1
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Terbille/Clausen & Schroeder-Printzen 2013, nr. 1.
Gesetz zur Verbesserung der Rechte von Patientinnen und Patienten, 20 februari 2013, BGBl. I, Seite 277; Terbille/Clausen & Schroeder-Printzen 2013, nr. 2. Soms dient een overeenkomst tussen een hulpverlener en patiënt als een werkvertrag gekwalificeerd te worden in plaats van als een Behandlungsvertrag. Dit is het geval als er sprake is van een ‘vollständig kontrollierbarer Prozess Gegenstand des ärztlichen Leistungsversprechens’. Een voorbeeld hiervan is de productie van een gebitsprothese in een tandtechnisch laboratorium (in tegenstelling tot de plaatsing hiervan door de tandarts). Zie voor nadere uitleg Münchener Kommentar § 630a BGB (2016), nr. 7.
Hondius & Sijmons 2013, p. 640-643.
Spindler 2013, nr. 823; Terbille/Clausen & Schroeder-Printzen 2013, nr. 2.
Idem.
Idem.
Tot 2013 bevatte het Duitse BGB geen bijzondere regeling voor de relatie tussen de patiënt en de hulpverlener. Aangenomen werd dat de patiënt en de hulpverlener doorgaans in een contractuele relatie tot elkaar staan die gekwalificeerd dient te worden als een overeenkomst van opdracht.1 Het toepasselijke recht bestond uit een verzameling van verschillende civielrechtelijke, sociaalrechtelijke en constitutionele regels.2
De kwalificatie als een overeenkomst van opdracht hangt samen met de voor deze overeenkomst typische elementen: de opdrachtgever ontvangt niet pas een vergoeding als het resultaat bereikt is, maar reeds na het verlenen van een zorgvuldige inspanning en een tekortkoming gaat niet schuil in het uitblijven van het gevolg, maar in het uitblijven van de vereiste zorgvuldigheid.3 Deze uitgangspunten sluiten aan bij de behandelingsovereenkomst en rechtvaardigen de kwalificatie als overeenkomst van opdracht:4
‘Die Allokation des Erfolgsrisikos zum Patienten ist ebenso sachgerecht wie die verhaltensbezogene Definition der Pflichtverletzung, und dies sind die Gründe für die dienstvertragliche Qualifikation des Behandlungsvertrags’.
In 2013 werd het Patientenrechtegesetz in het BGB geïntroduceerd en werd de behandelingsovereenkomst als een bijzondere overeenkomst van opdracht gecodificeerd.5 Het Patientenrechtegesetz bestaat uit de artikelen § 630a t/m 630h BGB en bevat regels ten aanzien van de rechten en verplichtingen van contractspartijen en de bewijslastverdeling.6 Inhoudelijk is het recht met deze wet niet veranderd; de wetgever beoogde ‘kein inhaltliches, sondern ein kodifikatorisches Reformziel’.7 Met deze codificatie werd met name beoogd bij te dragen aan transparantie en rechtszekerheid waardoor de rechten van patiënten duidelijker en overzichtelijker zouden worden.8
Het Patientenrechtegesetz refereert aan de hulpverlener waarmee de patiënt een overeenkomst heeft gesloten als de Behandelnder. De Behandelnder kan zowel het ziekenhuis als de arts zijn. Dit hangt af van het soort overeenkomst dat gesloten is. Hierbij zijn vier mogelijkheden te onderscheiden: Ambulante Behandlung in der
Arztpraxis (1), Totaler Krankhausaufnahmevertrag (2), Gespaltener Krankenhausaufnahmevertrag (3) en Totaler Krankenhausaufnahmevertrag mit Wahlarztvertrag (4).9 De eerste mogelijkheid ziet op de huisarts die in zijn eigen praktijk de patiënt behandelt waarbij de huisarts de Behandelnder is. De overige drie mogelijkheden zien op de behandeling van de patiënt in het ziekenhuis.
Indien de patiënt in het ziekenhuis opgenomen wordt, is er doorgaans sprake van een Totaler Krankenhausaufnahmevertrag.10 Het ziekenhuis is in dat geval de contractuele wederpartij van de patiënt en verzorgt uit hoofde van de overeenkomst de huisvesting, voeding, zorg en geneeskundige behandeling van de patiënt.11 Het betreft een samengestelde overeenkomst met elementen van onder meer het Werkvertrag en de behandelingsovereenkomst.12
Een alternatief is het Gespaltener Krankenhausaufnahmevertrag. Dit is aan de orde bij patiënten van zogenaamde Belegärzte.13Belegärzte zijn artsen die niet in een arbeidsrechtelijke relatie tot het ziekenhuis staan, doch bevoegd zijn daar te behandelen met gebruikmaking van de daarvoor ter beschikking gestelde diensten, voorzieningen en middelen.14 Er ontstaat een situatie waarin de patiënt in een contractuele relatie tot het belegsziekenhuis staat op grond waarvan het ziekenhuis verplicht is de (ver)zorg(ing) van de patiënt te verlenen.15 Daarnaast staat de patiënt in een contractuele relatie tot de Belegarzt op grond waarvan deze de geneeskundige behandeling verricht.16 Tot slot staan de Belegarzt en het ziekenhuis in een (niet arbeidsrechtelijke) contractuele relatie tot elkaar die wordt gekwalificeerd als een atypische duurovereenkomst.17 De contractuele wederpartij van de patiënt van een Belegarzt verschilt derhalve naar gelang het element van de ziekenhuisbehandeling. Met betrekking tot de geneeskundige behandeling is dit (slechts) de arts.18 Met betrekking tot de (overige) zorg is dit het ziekenhuis.19 De aansprakelijkheidsrechtelijke consequenties hiervan komen in de volgende paragraaf aan bod.
De laatste mogelijkheid is het Totaler Krankenhausaufnahmevertrag mit Wahlarztvertrag. Zoals de naam al impliceert, gaat het hier om het (eerder beschreven) Totaler Krankenhausaufnahmevertrag, gecombineerd met een overeenkomst met een liquidationsberechtigten arts ten aanzien van Wahlleistungen.20Wahlleistungen zijn aanvullende diensten die de reguliere ziekenhuisdiensten te boven gaan, zoals de opname in een eenpersoonskamer of de behandeling door het hoofd van de afdeling.21 Het betrekken van deze diensten is vrijwillig en dient door de patiënt zelf (of zijn particuliere verzekering) betaald te worden.22 De bevoegdheid om deze aanvullende diensten te verlenen rust bij de liquidationsberechtigte artsen, die in deze context ook wel Wahlärzte genoemd worden. Dit zijn in de regel Chefärzte, oftewel de hoofden, van de verschillende afdelingen.23 Zij hebben deze bevoegdheid van het ziekenhuis gekregen.24 De patiënt staat in een contractuele relatie tot het ziekenhuis; er is immers sprake van een Totaler Krankenhausaufnahmevertrag. Daarnaast staat de patiënt in een contractuele relatie tot de Wahlarzt op grond van een Arztzusatzvertrag.25 Hoewel deze dualiteit lijkt op de hiervoor beschreven situatie, worden de verschillen duidelijker in de volgende paragraaf bij de beschrijving van de aansprakelijkheidsrechtelijke gevolgen. Tenzij specifiek de arts of het ziekenhuis bedoeld wordt, wordt de Behandelnder in dit hoofdstuk aangeduid als de hulpverlener.