Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/5.6.1.1
5.6.1.1 Inleiding
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS298112:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Voor een meer uitvoerige uitwerking van het leerstuk, zie: Keirse & Jongeneel (2013), nr. 21-23, Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-II (2017), paragraaf 1.4.II, Giesen (2016), p. 41.
Het verschil met proportionele aansprakelijkheid is dat daar sprake is van causaliteitsonzekerheid (zie paragraaf 5.4.4.3). De rechter wijst dan schade toe zonder dat het csqn-verband vaststaat. In het arrest Nationale Nederlanden/moeder & zoon overweegt de Hoge Raad dat indien in een bepaald geval tot toepassing van proportionele aansprakelijkheid is besloten, artikel 6:101 BW onder specifieke omstandigheden aanleiding kan geven tot een vermindering van de (op basis van proportionele aansprakelijkheid vastgestelde) vergoedingsplicht en eventueel tot een billijkheidscorrectie. HR 14 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX8349, NJ 2013/236 (Nationale Nederlanden/Moeder & zoon) en Keirse & Jongeneel (2013), p. 34 e.v.
Zie paragraaf 5.4 voor een nadere bespreking van het causaal verband bij aansprakelijkheid van de accountant.
Zie paragraaf 5.2 voor een nadere bespreking van toerekenbaarheid bij aansprakelijkheid van de accountant. Keirse merkt met betrekking tot eigen schuld in een contractuele relatie op dat bij een overeenkomst het handelen van de partijen bij de overeenkomst nauw met elkaar is verwerven. Er is sprake van ‘actie/reactie’. Bij schade zullen partijen daarom snel beide daaraan causaal hebben bijgedragen. Het komt daarom ‘in het contractenrecht bij de beoordeling van eigen schuld in belangrijke mate aan op de vraag van toerekenbaarheid’. Keirse (2003), p. 149.
Oftewel: alle 4 deelvragen uit paragraaf 5.1 positief moeten zijn beantwoord.
Keirse & Jongeneel (2013), p. 33. HR 14 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX8349, NJ 2013/236 (Nationale Nederlanden/Moeder & zoon), ro 4.4. Zie tevens paragraaf 5.4.4.3.
Volgens Artikel 6:101 BW ‘wordt de vergoedingsplicht verminderd door de schade over de benadeelde en de vergoedingsplichtige te verdelen in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen’.
Keirse & Jongeneel (2013), p. 35.
Van Emden & De Haan (2014), paragraaf 7.1 De eigen verantwoordelijkheid van de wederpartij.
Keirse & Jongeneel (2013), p. 18.
Onder eigen schuld wordt verstaan: een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend, als gevolg van welke omstandigheid de schade mede is veroorzaakt (artikel 6:101 BW). Voor de toepassing van het eigen schuld leerstuk1 dient sprake te zijn van een causaal verband2 tussen (een deel van) de schade en omstandigheden aan de zijde van de benadeelde3 en dienen de bewuste omstandigheden vervolgens toegerekend te (kunnen) worden aan de benadeelde.4 Het ‘eigen schuld leerstuk’ geldt zowel in de relatie tot een derde als jegens een opdrachtgever. Toepassing van het ‘eigen schuld leerstuk’ veronderstelt aansprakelijkheid van de aangesproken accountant. Er dient sprake te zijn van een wettelijke verplichting tot schadevergoeding door de accountant.5 De wettelijke verplichting tot schadevergoeding geldt als een ‘voorvereiste’.6
Staat vast dat sprake is van eigen schuld van de benadeelde dan kan de schade in evenredigheid worden verdeeld tussen de aangesproken accountant en de benadeelde. Daartoe dient vastgesteld te worden in welke mate de aan de benadeelde toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen, in vergelijking met aan de accountant toe te rekenen omstandigheden7? Er wordt derhalve gekeken naar de ‘wederzijdse veroorzakingswaarschijnlijkheid’.8 Wanneer niet kan worden vastgesteld in hoeverre de schade een gevolg is van de toerekenbare tekortkoming of onrechtmatige daad enerzijds en de aan de benadeelde toe te rekenen omstandigheden anderzijds, is het uitgangspunt dat iedere oorzaak voor de helft heeft bijgedragen.9 Kan wel worden vastgesteld in hoeverre de schade een gevolg is van de toerekenbare tekortkoming of onrechtmatige daad enerzijds en de aan de benadeelde toe te rekenen omstandigheden anderzijds, dan kan de schade bijvoorbeeld ook geheel voor rekening van de benadeelde komen.10