De positie van aandeelhouders in beursvennootschappen
Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders in beursvennootschappen (IVOR nr. 103) 2017/6.5.4:6.5.4 Bestuurszelfstandigheid en het vennootschappelijk belang als afweermiddel tegen aandeelhoudersactivisme
De positie van aandeelhouders in beursvennootschappen (IVOR nr. 103) 2017/6.5.4
6.5.4 Bestuurszelfstandigheid en het vennootschappelijk belang als afweermiddel tegen aandeelhoudersactivisme
Documentgegevens:
F.G.K. Overkleeft, datum 28-05-2017
- Datum
28-05-2017
- Auteur
F.G.K. Overkleeft
- JCDI
JCDI:ADS385819:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met het gecorrigeerd bouwwerk is de juridische verhouding tussen de vennootschapsleiding en aandeelhouders in beursvennootschappen aanzienlijk verduidelijkt. In juridische zin lijkt het primaat voornamelijk bij de vennootschapsleiding gelegd lijkt te zijn. Bestuur en RvC hebben een brede beleidsvrijheid inzake hun belangenafweging over de strategie. Deze organen houden derhalve ook binnen de grenzen van hun bestuursbevoegdheid een aanzienlijke ruimte om uitvoeringshandelingen ter implementatie van die strategie te verrichten. De bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad over de richtsnoer van het vennootschappelijk belang, culminerend in de Cancun-beschikking, geeft de vennootschapsleiding de ruimte om een op het bestendig succes van de onderneming gericht beleid te voeren in plaats van zich te laten knechten door één bepaalde categorie belanghebbenden zoals aandeelhouders. Op grond van de RNA-norm heeft de vennootschapsleiding ook de mogelijkheid om dat beleid onder bepaalde omstandigheden en binnen zekere grenzen te beschermen. Sommige commentatoren zien in deze elementen voor de vennootschapsleiding een probaat afweermiddel tegen al te opdringerige aandeelhouders. Een vaak vergeten nuance hierbij is dat de feitelijke machtsverhouding binnen beursvennootschappen niet per definitie met de juridische verhouding samenvalt (zie ook §6.3.4 hiervoor). Aangezien het toekomstig verloop van feitelijke ontwikkelingen niet voorspeld kan worden, moet de effectiviteit van het huidige juridisch kader om daar een passend antwoord op te bieden zeker niet worden overschat.
De sterke ontwikkeling van jurisprudentie en wet- en regelgeving op het gebied van ondernemingsrecht vanaf de eeuwwisseling is een duidelijke illustratie van de constante wisselwerking tussen recht en werkelijkheid.1 Hierbij moet de mate waarin feitelijke ontwikkelingen worden gedreven door juridische factoren echter vooral niet worden overschat. Dit geldt te meer nu beursvennootschappen onlosmakelijk met de financiële markten verbonden zijn en direct dan wel indirect blootstaan aan de onstuimigheid daarvan.2 In een wereld waarin de financiële markt door oplopende rentes op staatsobligaties regeringen tot aftreden kan dwingen is het de vraag of een bestuurder van een beursvennootschap onder alle omstandigheden met een beroep op zijn bestuurszelfstandigheid en het vennootschappelijk belang de spreekwoordelijke barbaren buiten de poort zal kunnen houden. Los daarvan is het meer in het algemeen zaak om bij verschuivingen in de feitelijke zeggenschapsverhoudingen binnen beursvennootschappen oorzaken en gevolgen goed te duiden. Zoals in §6.3.4 is opgemerkt, is de relatieve rust op het front van aandeelhoudersactivisme in de jaren tussen 2008 en 2015 in belangrijke mate toe te schrijven aan omstandigheden die buiten het juridische kader zijn gelegen. Pas bij een wijziging van deze omstandigheden – dus een voor activistische aandeelhouders meer gunstig economisch klimaat – zal blijken hoe robuust het herziene juridische kader in werkelijkheid is.