Heffingsmethoden, een valse dichotomie?
Einde inhoudsopgave
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/3.4.5:3.4.5 Tussenanalyse: het toezicht vergeleken
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/3.4.5
3.4.5 Tussenanalyse: het toezicht vergeleken
Documentgegevens:
Dr. H.M. Roose, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
Dr. H.M. Roose
- JCDI
JCDI:ADS444757:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In het geval van zogenoemde convenantsaangiften voor bijvoorbeeld de vennootschapsbelasting (horizontaal toezicht; zie paragraaf 4.4) vindt enkel toezicht achteraf plaats. Hierop is zijn echter de navorderingsvereisten van toepassing die horen bij een aanslagbelasting.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het tweede kernelement waarop ik de heffingsmethoden met elkaar heb vergeleken, betreft het toezicht. Daaruit komt naar voren dat het moment waarop het toezicht plaatsvindt het meest in het oog springende verschil is tussen de twee heffingsmethoden. Aangiftebelastingen kennen geen (primitieve) aanslag. Toezicht vindt daardoor altijd achteraf plaats. Om die reden worden aan het opleggen van een naheffingsaanslag – evenals het geval bij afwijkingen van de aangifte in het kader van toezicht vooraf bij aanslagbelastingen – nauwelijks eisen gesteld. Aanslagbelastingen kennen toezicht dat wordt uitgevoerd tijdens de aanslagregeling. Dit vindt dus eerst en vooral plaats voordat de belastingschuld wordt geformaliseerd. Daarnaast kennen aanslagbelastingen toezicht achteraf.1 Dit vindt plaats nadat de aanslag is vastgesteld en leidt in voorkomende gevallen tot een navorderingsaanslag. Belastingplichtigen moeten kunnen vertrouwen op de opgelegde aanslag. Om die reden worden aan het opleggen van een navorderingsaanslag door de Belastingdienst de nodige wettelijke eisen gesteld. Dit betreft vooral het vereiste van het zogenoemde nieuwe feit. Daarbij valt op dat de wettelijke mogelijkheden voor de Belastingdienst om na te vorderen in de loop van de jaren zijn toegenomen. Op vlak van het kernelement toezicht zijn de verschillen tussen de heffingsmethoden daardoor in de loop van de jaren kleiner geworden. Op dit punt beweegt de ‘aanslagbelasting’ als het ware in de richting van de ‘aangiftebelasting’ (zie verder hoofdstuk 4).