Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/18.2.2.3:18.2.2.3 Aantasting van een verplichte rechtshandeling
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/18.2.2.3
18.2.2.3 Aantasting van een verplichte rechtshandeling
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS409105:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 24 maart 1995, NJ 1995, 628 (Van Dooren q.q. I). In de rechtspraak is soms, behoudens tegenbewijs, samenspanning aangenomen bij verplichte rechtshandelingen met nauw gerelateerde partijen verricht op een moment dat de schuldenaar en de schuldeiser kennis hadden van de slechte financiële positie van de schuldenaar. Zie HR 7 maart 2003, JOR 2003/102 (Cikam/Siemon q.q.).
Faber 2005, p. 316.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Slechts onder uitzonderlijke omstandigheden kan een curator een door de schuldenaar verplicht verrichte rechtshandeling vernietigen. Art. 47 Fw vereist voor de vernietiging van de voldoening van een opeisbare schuld dat de wederpartij wist van een aanhangige faillissementsaanvraag óf dat sprake was van overleg tussen de schuldenaar en de schuldeiser teneinde deze laatste te bevoordelen boven de andere schuldeisers. De Hoge Raad heeft overwogen dat het tweede criterium restrictief moet worden uitgelegd, in die zin dat er sprake moet zijn van samenspanning.1 De vereisten voor de vernietiging van een verplichte rechtshandeling zijn daarom significant zwaarder dan voor de vernietiging van een onverplichte rechtshandeling. De kwalificatie van de rechtshandeling als verplicht of onverplicht heeft dus aanzienlijke gevolgen voor de kans van slagen van het beroep op de pauliana.2