Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/14.4.2.4
14.4.2.4 Afdwingbare aanspraken
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232913:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Met dien verstande dat bij een volledig non-discretionaire entiteit de APV-regeling geheel geen toepassing vindt, zie HR 10 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:849, BNB 2015/152, nader besproken in paragraaf 14.3.7.2.
In het verlengde van paragraaf 15.5 merk ik op dat, indien het administratief bijhouden van “aandelen” in het APV-vermogen mogelijk zou zijn, de aanspraak bij toekenning anders dan ten gevolge van overlijden ten laste van een bepaald aandeel gebracht zou kunnen worden. In geval van een aanspraak die als gevolg van overlijden ontstaat is hier mijns inziens minder ruimte voor. De met de aanspraak corresponderende schuld kan vergeleken worden met een schuld ten laste van de gezamenlijke erfgenamen. Bij “verdeling” van de nalatenschap kan de schuld wel aan een bepaald “aandeel” toebedeeld worden.
Voor zover een APV niet-discretionair is, speelt artikel 17 SW geen rol met betrekking tot uitkeringen die gedaan worden.1 De uitkering vormt immers geen schenking, maar de voldoening aan een verplichting door het bestuur van het APV. De begunstigde had reeds een rechtens afdwingbare aanspraak jegens het APV en hij is bij de verkrijging hiervan reeds in de heffing betrokken. Dit kan erfbelasting zijn, indien de aanspraak ten gevolge van het overlijden van de inbrenger is ontstaan (artikel 16 lid 2 SW), of schenkbelasting, indien de aanspraak los van het overlijden van de inbrenger is toegekend (op grond van artikel 17 lid 1 SW2). De aanspraak kan toegekend zijn onder een voorwaarde of tijdsbepaling, maar dit zijn slechts factoren die de waardering op het moment van toekennen beïnvloeden. De latere vervulling hiervan geeft geen aanleiding tot (aanvullende) heffing.