Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/2.1.4
2.1.4 Samengestelde zaak
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644968:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Westermann/Gursky/Eickmann (2011), p.465; Baur/Stürner (2009), p. 13.
Schlimpert (2015), p. 52.
Staudinger/Stieper (2021) BGB §93 Rn 9. In het geval een zaak een vaste verbinding heeft met de grond, geldt §94 BGB.
Staudinger/Stieper (2021) BGB §93 Rn 9. Tot slot nog twee categorieën zaken in het Duitse recht, de zogenaamde onroerende en roerende zaken. De onroerende (unbewegliche) zaken, ook wel Immobilien genoemd, zijn de grond en de (wezenlijke) bestanddelen van de grond, zoals gebouwen en beplantingen. Alle andere zaken zijn roerende (bewegliche) zaken ook wel Mobilien genaamd. Het onderscheid tussen deze zaken is van belang, aangezien bepaalde artikelen slechts van toepassing zijn op één van de twee categorieën. Zo bestaat een afzonderlijk artikel in het BGB dat alleen van toepassing is op de bestanddelen van de onroerende zaak “grond”.
Een samengestelde zaak bestaat uit verschillende onderdelen, die bestanddelen worden genoemd. Zo’n zaak is volgens het BGB uit praktisch oogpunt een juridische eenheid. Een koper van een auto wil de auto als geheel kopen en niet alleen de banden, de carrosserie of de motor.1 Die “eenheid” moet in ieder geval bestaan uit een zekere “lichamelijke” samenhang.2 Of door een verbinding een eenheidszaak is ontstaan, bepaalt men aan de hand van de verkeersopvattingen. Deze verkeersopvattingen moeten van geval tot geval worden vastgesteld. Ze zijn niet altijd duidelijk. Wel kunnen bepaalde aanwijzingen gebruikt worden om te achterhalen of de verbonden zaken een eenheidszaak vormen of niet. Als zaken bijvoorbeeld vast met elkaar zijn verbonden, kan dat een reden zijn aan te nemen dat ze bestanddelen zijn van de eenheidszaak,3 in het bijzonder als de zaken aan elkaar zijn gelast of gemetseld. Hetzelfde geldt voor zaken die door schroeven, klinknagels of bouten aan elkaar zijn vastgemaakt. Een jas die aan de kapstok hangt valt hier niet onder, aangezien geen sprake is van een “vaste” verbinding. Dit wil niet zeggen dat objecten die zonder veel moeite los van elkaar te maken zijn geen eenheidszaak kunnen vormen. Op grond van de verkeersopvatting zijn bijvoorbeeld de losse laden van een commode of een speciaal voor een onderstel gemaakte glasplaat eenheidszaken.4