Einde inhoudsopgave
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/7.5.1
7.5.1 Inleiding
D.A. van der Kooij, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
D.A. van der Kooij
- JCDI
JCDI:ADS592176:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Slagter 1952, p. 188; Hartlief 1997, p. 15.
Vgl. Krans 1999, p. 35, 36.
Te denken valt aan situaties van zuiver nalaten waarin het enkele bewust zijn van een ernstig gevaar voor een ander een verplichting kan meebrengen om de ander voor de verwezenlijking van dat gevaar te behoeden en daarmee de positie van diegene ten opzichte van de status quo te verbeteren, zie bijvoorbeeld: HR 22 november 1974,NJ 1975/149 m.nt. G.J. Scholten (Heddema/De Coninck).
Voorbeelden van deze verplichtingen komen aan de orde in § 7.5.5.
Vgl. Unberath 2007, p. 288, “Das Ziel der Haftung ist vom Zweck der Leistung abgeleitet” en Lindenbergh 2014, nr. 6 die sprak van “het alsnog bewerkstelligen van die wijzigingen in de status-quo waar het rechtssubject krachtens de bestaande rechtsverhouding aanspraak op had”. Art. 6:74 BW spreekt overigens niet van een verplichting maar van een verbintenis uit overeenkomst; ik zal hier de meer flexibele term verplichting hanteren.
Zie nr. 256 voor een casus waarin dit anders ligt.
366. Terwijl de normen in het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht doorgaans handhaving en bescherming van de status quo tot doel hebben,1 wordt met normen die uit een overeenkomst voortvloeien doorgaans beoogd om de positie van de schuldeiser ten opzichte van de status quo te verbeteren.2
Dit geldt overigens niet altijd. Enerzijds bestaan ook in het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht normen die verplichten tot een doen en die gericht zijn op het verbeteren van de positie van een ander.3 Anderzijds kunnen uit een overeenkomst verplichtingen voorvloeien die tot doel hebben het voorkomen dat de wederpartij in een slechtere positie geraakt dan de status quo of tot doel hebben dat in een verbeterde positie niet een verslechtering optreedt.4
De door art. 6:74 BW geboden schadevergoedingsremedie in het geval van een tekortkoming in de nakoming van een verplichting uit overeenkomst, is hierom in het algemeen niet gericht op herstel van de status quo maar op het alsnog verkrijgen van deze verbeterde positie.5 Welke personen beogen contractuele normen te beschermen en tegen welke soort schade en welke wijze van ontstaan?
367. In § 5.2 heb ik betoogd dat uit de functie van het contractenrecht voortvloeit dat – ongeacht de met de contractuele verplichting beoogde bescherming – in beginsel slechts de schuldeiser aanspraak kan maken op nakoming van de verplichting en op schadevergoeding in het geval van een tekortkoming in de nakoming. In het algemeen zal de schuldeiser eveneens de persoon zijn die met een contractuele verplichting beoogd wordt te beschermen.6
Net zoals bij een rechtsinbreuk onder omstandigheden ook personen die niet beschikken over het recht waarop inbreuk is gemaakt, aanspraak kunnen hebben op schadevergoeding (zie nr. 354), kan in het geval van verplaatste schade mijns ziens ook degene naar wie de schade zich heeft verplaatst op grond van de wanprestatie aanspraak hebben tot schadevergoeding. In hoofdstuk 15 werk ik dat nader uit.
Ter zake van de vraag tegen welke soort schade en welke wijzen van ontstaan van de schade contractuele verplichtingen bescherming bieden, is ons recht nauwelijks ontwikkeld. Om deze reden is het nodig enige theorie op te bouwen en enkele onderscheidingen te maken. In het navolgende werk ik het beschermingsdoel van contractuele verplichtingen verder uit. Allereerst voor de kosten voor het verkrijgen van een vervangende prestatie (§ 7.5.2) en vervolgens voor gevolgschade die ontstaat door de tekortkoming in de nakoming (§ 7.5.3 t/m § 7.5.5).