Eigendomsgrondrecht en belastingen
Einde inhoudsopgave
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/6.1:6.1 Inleiding
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
dr. T.C. Gerverdinck, datum 13-03-2020
- Datum
13-03-2020
- Auteur
dr. T.C. Gerverdinck
- JCDI
JCDI:ADS197381:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wetgeving die eigendom aantast kan alleen worden gerechtvaardigd als er een redelijk evenwicht bestaat tussen het algemeen belang en het individuele belang (fair balance). Alvorens tot die toetsing over te gaan moet eerst worden vastgesteld of wetgeving een legitieme doelstelling in het algemeen belang dient (legitimate aim). Over de vraag wat in het algemeen belang is bestaat allerminst consensus.1 De opvattingen hierover kunnen niet alleen hier en nu al verschillen, maar ook per land en in de tijd. Begrijpelijkerwijs heeft het EHRM zich daarom een beperkte rol aangemeten bij de beoordeling of belastingwetgeving in het algemeen belang is. Volgens zijn vaste jurisprudentie moet die beoordeling in de eerste plaats worden uitgevoerd door de nationale autoriteiten, omdat deze, gelet op hun kennis en inzicht in de behoeften van de samenleving, het beste in staat zijn om te bepalen wat in het algemeen belang is. Daarbij geldt dat op belastinggebied een ruime beoordelingsvrijheid toekomt aan de nationale autoriteiten, omdat aan belastingwetgeving afwegingen van politieke, economische en sociale aard ten grondslag liggen waarover de meningen in een democratische samenleving kunnen verschillen.2 Het EHRM zal dus niet snel treden in een beoordeling van de beleidskeuzen van de nationale autoriteiten. Alleen als een beleidskeuze ‘manifestly devoid of any reasonable basis’3 is, zal een belastingmaategel niet in het algemeen belang worden geoordeeld door het EHRM.