V-N 2019/11.18
Onschuldpresumptie van toepassing op fiscale procedure volgend op strafzaak
Hof 's-Hertogenbosch 18-10-2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:4328, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hof 's-Hertogenbosch
- Datum
18 oktober 2018
- Magistraten
Klein Tank, Van Daalen-Mannaerts, Hofland
- Zaaknummer
17/00695
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS14213:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Inkomen uit werk en woning (box 1) - niet-winst
Europees belastingrecht / Mensenrechten
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHSHE:2018:4328, Uitspraak, Hof 's-Hertogenbosch, 18‑10‑2018
- Wetingang
art. 27e AWR; art. 6 lid 2 EVRM; art. 3.90 Wet IB 2001
Essentie
Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat in de onderhavige (belasting)procedure volgend op de strafprocedure van X de onschuldpresumptie van art. 6 lid 2 EVRM van toepassing is.
Samenvatting
Belanghebbende, X, is strafrechtelijk veroordeeld voor het aanwezig hebben van hennepplanten (het feit als bedoeld in art. 3 onderdeel c Opiumwet). Aan X is niet het feit als bedoeld in art. 3 onderdeel b Opiumwet (het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren van hennepplanten) ten laste gelegd. De strafkamer van Hof ’s-Hertogenbosch heeft in de ontnemingszaak het door X behaalde wederrechtelijk voordeel geschat op € 1.700. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.