De positie van aandeelhouders in beursvennootschappen
Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders in beursvennootschappen (IVOR nr. 103) 2017/3.7:3.7 Uitleiding
De positie van aandeelhouders in beursvennootschappen (IVOR nr. 103) 2017/3.7
3.7 Uitleiding
Documentgegevens:
F.G.K. Overkleeft, datum 28-05-2017
- Datum
28-05-2017
- Auteur
F.G.K. Overkleeft
- JCDI
JCDI:ADS384573:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dertig jaar tijd kan veel gebeuren. De in dit hoofdstuk beschreven ontwikkelingen laten zien dat de juridische positie van aandeelhouders in Nederlandse beursvennootschappen weliswaar grotendeels gelijk mag zijn gebleven tussen 1971 en 1999, maar dat het feitelijke speelveld en vooral het normatieve krachtenveld waarin beursvennootschappen en hun aandeelhouders zich bevonden in dezelfde periode ingrijpend waren gewijzigd. De economische omstandigheden veranderden van de door de oliecrises en recessie geplaagde jaren ’70 via de opbouwperiode gedurende de jaren ’80 in de ‘booming nineties’ van de jaren ’90. Markten en sociaaldemocratie vormden voor de PvdA onder Den Uyl nog een tegenstelling, maar voor de PvdA onder Kok juist een symbiose. Aandelenmarkten en aandelenbestanden van Nederlandse beursvennootschappen internationaliseerden terwijl de Nederlandse pensioenfondsen in de jaren ’90 als de nieuwe nationale kampioenen naar voren werden geschoven. Een al tien jaar lopende discussie over een particuliere oplossing voor problemen rond beschermingsconstructies wordt binnen ÉÉn jaar tot een door het kabinet gewenste oplossing geforceerd. De term corporate governance doet haar intrede en is al snel niet meer weg te denken. En tot slot: het kabinet gebruikt de discussies over beschermingsconstructies en corporate governance om het Nederlandse ondernemingsrecht voor beursvennootschappen na dertig jaar relatieve rust alsnog voor de 21ste eeuw klaar te stomen.
Eind jaren ’90 stonden vanuit de markt en de politiek alle stukken op het bord om een omwenteling van het klassieke naar het moderne ondernemingsrecht voor beursvennootschappen te bewerkstelligen. De daadwerkelijke veranderingen in de juridische positie van aandeelhouders in beursvennootschappen worden beschreven in hoofdstuk 5. Naast de verschuivingen in markt en politiek was er nog een derde drijvende kracht achter de wijzigingen in normatieve opvattingen: de wetenschap. Kort gezegd ging het hierbij om de intellectuele business case voor de beoogde wijzigingen in het ondernemingsrechtelijk bestel aan de hand van nieuwe- en/of voortgeschreden inzichten in de wetenschap. De beschrijving van de relevante ontwikkelingen binnen de wetenschap valt uiteen in twee stadia: (i) de opkomst van ‘finance’ als wetenschapsgebied en de ontwikkeling van economische theorieën over markten en corporate governance; en (ii) de ‘spillover’ van de in deze literatuur ontwikkelde concepten naar het juridisch domein via wetenschapsstromingen als ‘law & economics’. Deze beschrijving is het voorwerp van hoofdstuk 4 hierna.