V-N Vandaag 2025/1539
Geen SW-partnervrijstelling voor inwonend kind dat mantelzorg verleent
HR (Parket) 11-07-2025, ECLI:NL:PHR:2025:785
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
11 juli 2025
- Zaaknummer
25/00767
- Vakgebied(en)
Erfrecht / Testamenten
Maatschappelijke ondersteuning / Mantelzorg
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Schenk- en erfbelasting / Erfbelasting
Schenk- en erfbelasting (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:669, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑04‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:785, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑07‑2025
- Wetingang
Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (BWBV0001001, 1)Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (BWBV0001000, 14)Burgerlijk Wetboek Boek 4 (BWBR0002761, 63)Burgerlijk Wetboek Boek 4 (BWBR0002761, 1167)Burgerlijk Wetboek Boek 4 (BWBR0002761, 960)Successiewet 1956 (BWBR0002226, 1a)Successiewet 1956 (BWBR0002226, 32)
Essentie
A-G Koopman is van mening dat de partnervrijstelling uitsluitend is bedoeld voor personen die een wederzijdse zorgplicht hebben die is gerelateerd aan een samenlevingsverband dat geen verband houdt met hun bloedverwantschap in de rechte lijn. Samenwonende bloedverwanten zijn dus niet vergelijkbaar met samenwonende niet-bloedverwanten.
Samenvatting
De vader van X is in 1995 overleden. Bij testament had hij zijn echtgenote, de moeder van X, tot zijn enig erfgenaam benoemd. Tot de nalatenschap behoorde de echtelijke woning. X en zijn broer hebben destijds een beroep gedaan op hun legitieme portie, maar de nalatenschap is nooit verdeeld. De moeder overlijdt in 2019. In ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.