Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Rb. Den Haag, 24-02-2021, nr. C/09/582823 / HA ZA 19-1139
ECLI:NL:RBDHA:2021:1419
- Instantie
Rechtbank Den Haag
- Datum
24-02-2021
- Zaaknummer
C/09/582823 / HA ZA 19-1139
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBDHA:2021:1419, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 24‑02‑2021; (Bodemzaak, Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:RBDHA:2020:11108, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 04‑11‑2020; (Bodemzaak, Eerste aanleg - meervoudig)
Uitspraak 24‑02‑2021
Inhoudsindicatie
Octrooizaak. Proceskosten
Partij(en)
vonnis
RECHTBANK DEN HAAG
Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/582823 / HA ZA 19-1139
Vonnis van 24 februari 2021
in de zaak van
de rechtspersoon naar vreemd recht SISVEL INTERNATIONAL S.A.,
te Luxemburg (Luxemburg),
eiseres in conventie in de hoofdzaak,verweerster in reconventie in de hoofdzaak,
eiseres in het incident tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv1.,
verweerster in het exhibitie-incident,
eiseres in het voorwaardelijk exhibitie-incident,verweerster in reconventie in het voorwaardelijk exhibitie-incident,
advocaat mr. G. Kuipers te Amsterdam,
tegen
1. de rechtspersoon naar vreemd rechtXIAOMI CORPORATION,
te Beijing (Volksrepubliek China),
2. de rechtspersoon naar vreemd rechtXIAOMI H.K. LIMITED,
te Hong Kong (Speciale Administratieve Regio van de Volksrepubliek China),
3. de rechtspersoon naar vreemd recht
XIAOMI COMMUNICATIONS CO. LTD,
te Beijing (Volksrepubliek China),
4. de rechtspersoon naar vreemd recht
BEIJING XIAOMI MOBILE SOFTWARE CO. LTD.,
te Beijing (Volksrepubliek China),
5. de rechtspersoon naar vreemd recht
XIAOMI INC.,
te Beijing (Volksrepubliek China),
6. XIAOMI TECHNOLOGY NETHERLANDS B.V.,
te Amsterdam,
gedaagden in conventie in de hoofdzaak,eiseressen in reconventie in de hoofdzaak,
gedaagden in het incident tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv,
eiseressen in exhibitie-incident,verweersters in het voorwaardelijk exhibitie-incident,eiseressen in reconventie in het voorwaardelijk exhibitie-incident,
advocaat mr. R.E. Ebbink te Amsterdam.
Partijen zullen hierna Sisvel en Xiaomi c.s. genoemd worden.
1. De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 4 november 20202.en de daarin opgenomen processtukken en producties (hierna: het tussenvonnis) en voorts uit;
- -
het e-mailbericht van Sisvel van 5 juni 2020 met als bijlage een proceskostenoverzicht;
- -
het e-mailbericht van Xiaomi c.s. van 8 juni 2020 met als bijlage de ingekorte versie van productie GP97;
- -
het e-mailbericht van Sisvel van 16 juni 2020 met als bijlage een nader proceskostenoverzicht;
- -
de op 17 juni 2020 door partijen schriftelijk ingediende en uitgewisselde pleitnotities (zie het tussenvonnis onder 1.4);
- -
het e-mailbericht van Xiaomi c.s. van 18 juni 2020 met als bijlage een aanvullend proceskostenoverzicht;- het e-mailbericht van Sisvel van 18 juni 2020 met als bijlage een gecorrigeerd proceskostenoverzicht;
- -
het (tijdens de mondelinge behandeling (zie hierna) verzonden) e-mailbericht van Sisvel met als bijlage een gecorrigeerd proceskostenoverzicht;
- -
de mondelinge behandeling d.d. 19 juni 2020 (deels achter gesloten deuren) via een videozitting (zie het tussenvonnis onder 1.4), waarbij de zaak voor Sisvel is behandeld door de advocaat voornoemd en door mr. O.V. Lamme, advocaat te Amsterdam, en voor Xiaomi c.s. door de advocaat voornoemd en door mr. D.F. de Lange en mr. G.D.G.M.G. Béquet, advocaten te Amsterdam, en waarbij de rechtbank vragen aan partijen heeft gesteld en partijen hebben gerepliceerd en gedupliceerd.
1.2.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft Xiaomi c.s. bezwaar gemaakt tegen toelating in de procedure van het, tijdens die behandeling (zie hiervoor onder 1.1), door Sisvel ingezonden gecorrigeerde proceskostenoverzicht. De rechtbank heeft dit bezwaar gehonoreerd op de grond dat Xiaomi c.s. zich hiertegen, gelet op het late moment van indiening daarvan, niet (meer) adequaat heeft kunnen verweren. Het, ook tijdens de mondelinge behandeling, gemaakte bezwaar van Sisvel tegen overlegging door Xiaomi c.s., bij e-mailbericht van 18 juni 2020, van haar aanvullend proceskostenoverzicht, heeft de rechtbank afgewezen omdat Xiaomi c.s. de berichtgeving van de rechtbank over het moment van indienen daarvan zo heeft mogen begrijpen dat dit nog was toegestaan 24 uur vóór aanvang van de mondelinge behandeling.
1.3.
Vonnis is nader bepaald op heden.
2. De verdere beoordeling
Het tussenvonnis
2.1.
In het tussenvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat Xiaomi c.s. geen inbreuk maakt op EP 272. Overwogen is ook dat het FRAND-verweer en de overige door Xiaomi c.s. gevoerde niet-technische verweren, gelet hierop, geen bespreking meer behoeven. Voor de over en weer ingestelde vorderingen betekent dit een en ander dat de rechtbank:- de vordering van Sisvel in de hoofdzaak in conventie zal afwijzen;
- de incidentele vordering van Sisvel tot het treffen van een voorlopige voorziening zal afwijzen en
- de exhibitie-vordering van Xiaomi c.s. zal afwijzen.
De rechtbank volhardt bij hetgeen is overwogen in het tussenvonnis met inachtneming van het navolgende.
In dit vonnis moeten nog beslissingen in het dictum worden neergelegd en voorts beslissingen worden genomen over de verzochte vertrouwelijkheid, over enkele bezwaren en over de proceskosten.
Vertrouwelijkheid
2.2.
Sisvel en Xiaomi c.s. hebben erop gewezen dat zij belang hebben bij het vertrouwelijk behandelen van bedrijfsgeheime informatie betreffende het niet-technische gedeelte van de zaak, zowel ten opzichte van elkaar als ten opzichte van derden. Beide partijen hebben de rechtbank daarom verzocht:
i) ten aanzien van een deel van de in het geding gebrachte stukken (het betreft voornamelijk correspondentie tussen partijen en door partijen met derden gesloten licentieovereenkomsten) te bepalen dat daarvoor een mededelingenverbod uit hoofde van artikel 28 lid 1 sub b Rv geldt;ii) de met genoemde stukken verband houdende delen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren te laten plaatsvinden en, in verband hiermee, te bepalen dat een mededelingenverbod als bedoeld in artikel 28 lid 1 onder a Rv geldt;iii) toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 29 lid 4 Rv en het vonnis te anonimiseren voor zover daarin vertrouwelijke informatie als hiervoor bedoeld is opgenomen.
2.3.
Sisvel heeft zich niet verzet tegen het verzoek onder i) van Xiaomi c.s. en Xiaomi c.s. heeft zich niet verzet tegen datzelfde verzoek van Sisvel. De rechtbank zal daarom bepalen dat de delen van de in het geding gebrachte stukken waarop die verzoeken betrekking hebben, een mededelingenverbod als bedoeld in artikel 28 lid 1 onder b geldt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank het verzoek van partijen om behandeling van een deel van de zaak met gesloten deuren ingewilligd. Voor hetgeen achter gesloten deuren aan de orde is gekomen, geldt op grond van artikel 28 lid 1 sub a Rv eveneens een mededelingenverbod. Aangezien dit vonnis geen door partijen vertrouwelijk geachte gegevens bevat, is anonimisering van dit vonnis op de voet van artikel 29 lid 4 Rv niet aan de orde.
Bezwaren
2.4.
Zoals uit het tussenvonnis en uit hetgeen hiervoor onder 1.2 is overwogen volgt, heeft de rechtbank op een aantal door Sisvel en Xiaomi c.s. geuite bezwaren tegen het indienen van processtukken, de omvang van die stukken en de omvang van producties al voorafgaand aan de videozitting van 5 juni 2020 en tijdens de videozitting van 19 juni 2020 een beslissing genomen.
2.5.
Tijdens de videozitting van 19 juni 2020 heeft Sisvel ook nog naar voren gebracht dat zij heeft geconstateerd dat de bijlagen die bij het (op bevel van de rechtbank ingekorte) rapport van CRA3.van 22 mei 2020 zijn gevoegd (en die in totaal 53 pagina’s beslaan), niet aan het oorspronkelijke rapport van 22 mei 2020 waren gehecht. Die bijlagen zijn dus, aldus Sisvel, te laat in het geding gebracht en behoren geen deel uit te maken van het procesdossier. De rechtbank volgt Sisvel hierin. Weliswaar heeft Xiaomi c.s. in de akte waarbij zij het rapport van 22 mei 2020 in het geding heeft gebracht (de akte houdende overlegging reactieve producties d.d. 22 mei 2020), meer specifiek in voetnoot 1, vermeld dat de bijlagen op een ook aangeleverde usb-stick staan, maar de rechtbank heeft de betreffende bijlagen daarop niet aangetroffen.
2.6.
Bij een beslissing in dit eindvonnis op de overige door Sisvel en Xiaomi c.s. geuite bezwaren hebben Sisvel en Xiaomi c.s. geen belang meer, nu de rechtbank niet is toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van het FRAND-verweer van Xiaomi c.s.
In de hoofdzaak
2.7.
Afwijzing van de vordering van Sisvel in de hoofdzaak in conventie brengt mee dat Sisvel zal worden veroordeeld in de proceskosten die Xiaomi c.s. in dat kader heeft gemaakt. Sisvel heeft betoogd dat, in afwijking van die hoofdregel, Xiaomi c.s. de kosten die zij heeft gemaakt in verband met het voeren van het FRAND-verweer zelf moet dragen én zij moet worden belast met de kosten die voor Sisvel waren verbonden aan het formuleren van een reactie op dat verweer, omdat, kort gezegd, die kosten nodeloos zijn aangewend of veroorzaakt door Xiaomi c.s. (in de zin van artikel 237 lid 1 Rv laatste zin), omdat (deels) weren niet of te laat zijn opgeworpen dan wel bij voorbaat kansloze verweren zijn gevoerd. Xiaomi c.s. heeft, aldus Sisvel, in haar conclusie van antwoord niet aan haar stelplicht voldaan (zij heeft niet betoogd dat zij zich heeft opgesteld als een ‘willing licensee’ en dat sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat aan de zijde van Sisvel sprake is van misbruik van recht) en zij heeft vervolgens in de op die conclusie van antwoord volgende (vijf) processtukken en de daarbij overgelegde producties (van honderden pagina’s) haar verweer steeds verder uitgebreid. Xiaomi c.s. had, zo begrijpt de rechtbank Sisvel, moeten beseffen dat deze wijze van handelen tot verwerping van haar FRAND-verweer (als kansloos) zou leiden. De kosten van Sisvel (en ook die van Xiaomi c.s.) zijn in zoverre, zo besluit Sisvel, dan ook nodeloos gemaakt.
2.8.
De rechtbank volgt Sisvel hierin niet omdat dit betoog feitelijke grondslag mist. Allereerst kan Sisvel niet worden gevolgd in haar betoog dat Xiaomi c.s. in haar conclusie van antwoord niet heeft gesteld dat zij ‘willing licensee’ is; dat heeft zij wél gedaan (vgl. – onder meer – de randnummers 5, 21 en 23 van dat processtuk). Bij het vervolg van haar betoog gaat Sisvel ervan uit dat zij het, wat betreft hetgeen Xiaomi c.s. had moet stellen, bij het juiste eind heeft. Xiaomi c.s. betoogt echter dat zij in het geheel niet had hoeven stellen wat Sisvel meent dat zij had moeten stellen. Xiaomi c.s. voert aan dat Sisvel geen
FRAND-aanbod aan haar heeft gedaan en dat er daarom, en omdat Sisvel (op wiens weg dat lag) zich niet beroept op een uitzonderingssituatie, sprake is van misbruik van recht, reden waarom Xiaomi c.s. dit aanbod niet hoefde te accepteren en zij (in zoverre) dus geen ‘unwilling licensee’ is. Haar verdere processtukken en daarbij overgelegde producties borduren op dit betoog voort en vormen, aldus Xiaomi c.s., een reactie op hetgeen Sisvel daartegen heeft ingebracht. De aanvliegroute die Xiaomi c.s. bij haar FRAND-verweer heeft gekozen, was dan ook niet een bij voorbaat kansloze route. Het is een andere interpretatie van het stappenplan dat het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft geformuleerd in het arrest van 16 juli 2015 in de zaak Huawei/ZTE (zaak C-170/13, ECLI:EU:C:2015:477). Overigens: uit de beslissing in het tussenvonnis volgt dat Xiaomi c.s. zich ten aanzien van EP 272 terecht op het standpunt heeft gesteld geen licentievergoeding te hoeven betalen.
2.9.
Xiaomi c.s. heeft de in deze procedure gemaakte kosten gespecificeerd op een bedrag van in totaal € 1.424.978,16. Dit bedrag valt uiteen in een bedrag van € 521.035,--4.aan advocaatkosten en een bedrag van € 903.943,165.aan verschotten.
2.10.
Naast het hiervoor besproken verweer, heeft Sisvel voorts met de volgende argumenten bestreden dat Xiaomi c.s. aanspraak kan maken op een volledige proceskostenvergoeding als bedoeld in artikel 1019h Rv:
(i) de kosten die zijn gemaakt in verband met het voeren van een FRAND-verweer (advocaatkosten en verschotten, zo begrijpt de rechtbank) zijn geen kosten als bedoeld in artikel 1019h Rv, nu een dergelijk verweer in de kern een mededingingsrechtelijk verweer is dat, als het slaagt, uitmondt in de conclusie dat Sisvel misbruik van recht heeft gemaakt (in zoverre moet het liquidatietarief worden toegepast, zo begrijpt de rechtbank Sisvel);(ii) de landelijk vastgestelde Indicatietarieven in IE-zaken (hierna: de Indicatietarieven in IE-zaken) moeten, wat betreft de advocaatkosten, naar analogie worden toegepast (hetgeen meebrengt, zo begrijpt de rechtbank Sisvel, dat maximaal een bedrag van € 40.000,-- aan advocaatkosten kan worden toegewezen);(iii) de deskundigenkosten die zijn gedeclareerd door CRA, zijn te hoog (en matiging daarvan is op zijn plaats) omdat:* deze kosten in geen enkele verhouding staan tot de kosten die de door Sisvel ingeschakelde deskundigen hebben gemaakt;* Xiaomi c.s. bij het opzetten van haar FRAND-verweer heeft samengewerkt met ‘Oppo’6.(die in die procedure een vrijwel identiek FRAND-verweer voert);* CRA door Xiaomi c.s. ook is ingeschakeld voor procedures in andere landen;* Xiaomi c.s. het rapport van 22 mei 2020 op bevel van de rechtbank heeft moeten inkorten;* Xiaomi c.s. bij het, op last van de rechtbank ingekorte, rapport nog een aantal bijlagen heeft overgelegd, die niet aan het oorspronkelijke rapport waren gehecht, en die dus te laat in het geding zijn gebracht.
Ad (i)
2.11.
Naar het oordeel van de rechtbank vallen de kosten die Xiaomi c.s. heeft gemaakt in verband met haar FRAND-verweer binnen het toepassingsbereik van artikel 1019h Rv.
De procedure ziet op de handhaving van een intellectueel eigendomsrecht, te weten het door Sisvel ingeroepen octrooi, zodat, ook ten aanzien van het in verband daarmee door Xiaomi c.s. gevoerde verweer, de vijftiende titel van Boek III Rv van toepassing is. De volledige kosten komen derhalve voor vergoeding in aanmerking, voor zover deze redelijk en evenredig zijn en de billijkheid zich daar niet tegen verzet7.. Dit geldt evenzeer voor het door Xiaomi c.s. gevoerde FRAND-verweer8..
Ad (ii)
2.12.
De rechtbank ziet geen aanleiding om de Indicatietarieven in IE-zaken, die niet van toepassing zijn op octrooizaken9.(als de onderhavige), naar analogie toe te passen. Verwijzing naar het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 5 juni 2018 in de zaak tussen High Point Sarl en KPN B.V.10.kan Sisvel in dit verband niet baten. In dat arrest koos het Gerechtshof voor het naar analogie toepassen van de Indicatietarieven in IE-zaken omdat in de procedure sinds de hervatting van het hoger beroep (na een procedure in cassatie bij de Hoge Raad) uitsluitend nog een procedurele vraag aan de orde was en geen inhoudelijke octrooirechtelijke kwesties. Een dergelijke situatie doet zich in de onderhavige zaak niet voor.
Ad (iii)
2.13.
Xiaomi c.s. heeft ter staving van haar FRAND-verweer drie rapporten van CRA in het geding gebracht; een rapport van 23 januari 2020 (productie GP40), een aanvulling op dat rapport van 11 maart 2020 (productie GP90) en een rapport van 22 mei 2020 (productie GP97).
2.14.
CRA heeft hiervoor meerdere facturen aan Xiaomi c.s. gestuurd. Op de gefactureerde bedragen heeft Xiaomi c.s., zo stelt zij, de kosten die verband houden met de kort geding procedure in hoger beroep tussen Sisvel en Xiaomi c.s.11.in mindering gebracht. Het gevorderde bedrag sluit dan op € 660.929,1112.. Sisvel heeft zich niet verzet tegen de wijze waarop Xiaomi c.s. met de kosten van genoemde kort geding procedure rekening heeft gehouden.
2.15.
Dat de kosten die CRA bij Xiaomi c.s. in rekening heeft gebracht vele malen hoger liggen dan de kosten van de deskundigen die door Sisvel zijn ingeschakeld in reactie op het FRAND-verweer van Xiaomi c.s., vormt op zichzelf onvoldoende grond om die kosten te matigen.
2.16.
De rechtbank gaat voorbij aan het betoog betreffende de gestelde samenwerking van Xiaomi c.s. met ‘Oppo’, nu Sisvel dit niet met stukken heeft onderbouwd. Overigens is er – gelet onder meer op de plicht van partijen en hun raadslieden om de rechtbank naar waarheid en volledig in te lichten – vanuit te gaan dat de overgelegde specificaties en facturen niet deels al door een andere partij (volgens Sisvel kennelijk ‘Oppo’) zouden zijn voldaan. Dat CRA ook door Xiaomi c.s. is ingeschakeld in procedures die tegen haar zijn aangespannen in andere landen, moge zo zijn, maar hiermee is naar het oordeel van de rechtbank niet gezegd dat Xiaomi c.s. de kosten van CRA waarvan zij thans vergoeding vordert, in die procedures vergoed heeft gekregen of daar vergoed wil zien. Dit volgt ook niet uit de kostenspecificaties van CRA die Xiaomi c.s. heeft overgelegd.
2.17.
Omdat Xiaomi c.s. het CRA-rapport van 22 mei 2020 op bevel van de rechtbank heeft moeten inkorten (van circa 60 pagina’s naar 10 pagina’s), kan volledige vergoeding van de kosten die met het opstellen daarvan gemoeid zijn geweest, niet aan de orde zijn, zoals Sisvel terecht heeft aangevoerd. Aan de omstandigheid dat Xiaomi c.s. aan het ingekorte rapport bijlagen heeft gehecht die niet gehecht waren aan het oorspronkelijke rapport (zie hiervoor onder 2.5), verbindt de rechtbank voor wat betreft de aan Xiaomi c.s. toe te wijzen proceskosten geen consequentie, nu gesteld noch gebleken dat (een deel van) de kosten van CRA betrekking hebben op (het opstellen van) die bijlagen.
2.18.
In het voorgaande ziet de rechtbank aanleiding op de kosten van CRA die verband houden met het rapport van 22 mei 2020 (naar de rechtbank aanneemt de declaraties van april en mei 2020, in totaal een bedrag van € 314.697, zie voetnoot 11) een bedrag van € 200.000,-- in mindering te brengen.
2.19.
Op bevel van de rechtbank heeft Xiaomi c.s. ook het door haar overgelegde rapport van haar deskundige [naam deskundige] (hierna: [naam deskundige]), dat zes pagina’s besloeg (productie GP101), moeten inkorten, tot drie pagina’s. Hierin ziet de rechtbank aanleiding de door [naam deskundige] bij Xiaomi c.s. gedeclareerde kosten voor het opstellen van het oorspronkelijke rapport, te weten een bedrag van € 9.987,20, terug te brengen tot een bedrag van € 5.000,--.
2.20.
Voor het overige acht de rechtbank de kosten waarvan Xiaomi c.s. vergoeding vordert, gelet op de aard en omvang van de zaak, mede in het licht van de door Sisvel zelf opgevoerde kosten, redelijk en evenredig. Een en ander voert tot de slotsom dat Sisvel in de hoofdzaak zal worden belast met een bedrag aan proceskosten van Xiaomi c.s. van€ 1.220.629,96 (zijnde € 1.424.978,16 minus € 200.000,-- (betreffende kosten CRA) minus € 4.987,20 (kosten [naam deskundige]) en vermeerderd met het door Xiaomi c.s. betaalde griffierecht ad € 639,--).
2.21.
De gevorderde wettelijke rente over de kosten die Sisvel moet voldoen, zal ook worden toegewezen en de proceskostenveroordeling zal, als gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
2.22.
Xiaomi c.s. heeft in de opstelling van haar proceskosten, waarvan zij vergoeding vordert op de voet van het bepaalde in artikel 1019h Rv, geen onderscheid gemaakt tussen de procedure in conventie en die in (voorwaardelijke) reconventie. Ook Sisvel heeft geen voorstel gedaan voor verdeling van de kosten tussen die procedures. Nu hetgeen Xiaomi c.s. aan haar (voorwaardelijke) reconventionele vordering ten grondslag heeft gelegd, volledig samenvalt met haar verweer in conventie, zal de rechtbank de door Xiaomi c.s. opgegeven proceskosten toewijzen aan de procedure in conventie.
In de incidenten
2.23.
Afwijzing van de vordering van Sisvel tot het treffen van een voorlopige voorziening brengt mee dat Sisvel moet worden veroordeeld in de proceskosten die Xiaomi c.s. in verband hiermee heeft gemaakt. Xiaomi c.s. heeft die kosten niet apart gespecificeerd. De rechtbank begroot die kosten op nihil omdat zij ervan uitgaat, nu het verweer van Xiaomi c.s. in het betreffende incident samenvalt met haar verweer in de hoofdzaak, dat die kosten in de kosten van de hoofdzaak zijn begrepen.
2.24.
Over de vorderingen in de (voorwaardelijke) 843a Rv incidenten is in het tussenvonnis beslist dat deze worden afgewezen wegens gebrek aan belang omdat niet aan het FRAND-verweer wordt toegekomen. Voorts was er ook reeds geen belang meer bij die exhibities gelet op de door de rechtbank over en weer gegeven art. 22 Rv bevelen. De kosten in die incidenten, die niet apart zijn gespecificeerd, worden gecompenseerd.
3. De beslissing
De rechtbank
In de hoofdzaak
3.1.
wijst de vorderingen in conventie af;
3.2.
veroordeelt Sisvel in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Xiaomi c.s. begroot op een bedrag van € 1.220.629,96, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW13.vanaf zes dagen na betekening van het vonnis;
3.3.
verklaart de onder 3.2 verwoorde proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
verstaat dat de voorwaarde waaronder de reconventionele vordering is ingesteld, niet is vervuld.
in het incident tot het treffen van een voorlopige voorziening
3.5.
wijst de vordering af;
3.6.
veroordeelt Sisvel in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Xiaomi c.s. begroot op nihil;
In de door Sisvel en Xiaomi c.s. over en weer opgeworpen exhibitie-incidenten
3.7.
wijst de vorderingen af;
3.8.
compenseert de kosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.F. Brinkman, mr. J.E. Bierling en mr. M.E. Kokke en in het openbaar uitgesproken door mr. D. Nobel, rolrechter, op 24 februari 2021.
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 24‑02‑2021
De door Xiaomi c.s. in deze procedure ingeschakelde deskundige.
€ 181.302,50 + € 339.732,50
€ 814.525,16 + € 22.359,-- + € 67.059,--
De rechtbank begrijpt: Oppo c.s. in de (ook door Sisvel aangespannen) zaak met zaaknummer / rolnummer C/09/578930 / HA ZA 19-884, waarin deze rechtbank op 27 mei 2020 een tussenvonnis heeft gewezen.
HvJ 9 juli 2016, C-57/15, ECLI:EU:C:2016:611 (United Video Properties/Telenet); HR 18 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:721 (Becton/Braun).
Vgl. Hof Den Haag 17 maart 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:711 (Sisvel/Xiaomi); Rechtbank Den Haag 8 februari 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:1025 (Archos/Philips); Voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag 14 oktober 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BT7610 (Samsung/Apple).
De op 1 september 2020 in werking getreden Indicatietarieven in Octrooizaken zijn niet van toepassing omdat vonnis is bepaald vóór de inwerkingtreding.
Vgl. het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 17 maart 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:711.
€ 289.361,93 (factuur voor de werkzaamheden t/m 24 januari 2020), € 6.262,18 (factuur voor de werkzaamheden in februari 2020), € 50.608,-- (factuur voor de werkzaamheden in maart 2020), € 85.107,-- (factuur voor de werkzaamheden in april 2020) en € 229.590,-- (factuur voor de werkzaamheden in mei 2020).
Burgerlijk Wetboek
Uitspraak 04‑11‑2020
Inhoudsindicatie
Octrooirecht. Geen inbreuk omdat de ingeroepen conclusies van het als standaard-essentieel aangemelde octrooi niet zijn geïncorporeerd in de LTE/4G-standaard die de mobiele telefoons van de gedaagde partijen ondersteunen. Tussenvonnis.
Partij(en)
vonnis
RECHTBANK DEN HAAG
Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/582823 / HA ZA 19-1139
Vonnis van 4 november 2020
in de zaak van
de rechtspersoon naar vreemd recht SISVEL INTERNATIONAL S.A.,
te Luxemburg (Luxemburg),
eiseres in conventie in de hoofdzaak,verweerster in reconventie in de hoofdzaak,
eiseres in het incident tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv1.,
verweerster in het exhibitie-incident,
eiseres in het voorwaardelijk exhibitie-incident,verweerster in reconventie in het voorwaardelijk exhibitie-incident,
advocaat mr. G. Kuipers te Amsterdam,
tegen
1. de rechtspersoon naar vreemd rechtXIAOMI CORPORATION,
te Beijing (Volksrepubliek China),
2. de rechtspersoon naar vreemd rechtXIAOMI H.K. LIMITED,
gevestigd te Hong Kong (Speciale Administratieve Regio van de Volksrepubliek China),
3. de rechtspersoon naar vreemd recht
XIAOMI COMMUNICATIONS CO. LTD,
gevestigd te Beijing (Volksrepubliek China),
4. de rechtspersoon naar vreemd recht
BEIJING XIAOMI MOBILE SOFTWARE CO. LTD.,
gevestigd te Beijing (Volksrepubliek China),
5. de rechtspersoon naar vreemd recht
XIAOMI INC.,
gevestigd te Beijing (Volksrepubliek China),
6. XIAOMI TECHNOLOGY NETHERLANDS B.V.,
te Amsterdam,
gedaagden in conventie in de hoofdzaak,eiseressen in reconventie in de hoofdzaak,
gedaagden in het incident tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv,
eiseressen in exhibitie-incident,verweersters in het voorwaardelijk exhibitie-incident,eiseressen in reconventie in het voorwaardelijk exhibitie-incident,
advocaat mr. R.E. Ebbink te Amsterdam.
Partijen zullen hierna Sisvel en Xiaomi c.s. (gezamenlijk) dan wel Xiaomi Corporation, Xiaomi H.K., Xiaomi Communications, Xiaomi Software, Xiaomi Inc. en Xiaomi Netherlands (ieder afzonderlijk) genoemd worden.
Het technische gedeelte van de zaak (zie hierna onder 1.2 en 1.3) is voor Sisvel inhoudelijk behandeld door de advocaat voornoemd, mr. B.M. ter Woort en mr. O.V. Lamme, advocaten te Amsterdam, en mr.ir. F.A.T. van Looijengoed, octrooigemachtigde, en voor Xiaomi c.s. door de advocaat voornoemd, mr. R. Broekstra, mr. D.F. de Lange enmr. J. Santman, advocaten te Amsterdam, en ir. H. Hutter en ir. H. Shi, octrooigemachtigden.
1. De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:- de beschikking van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 28 juni 2019 waarbij verlof is verleend om te dagvaarden volgens de regeling voor de versnelde bodemprocedure in octrooizaken;
- -
de dagvaarding, tevens houdende incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv, van 11 juli 2019;
- -
het proces-verbaal van de op 30 september 2019 gehouden regiezitting (zie ook hierna onder 1.2);
- -
de akte overlegging producties van Sisvel van 6 november 2019, met producties EP1 tot en met EP19;- de incidentele conclusie ex artikel 1019a jº artikel 843a Rv en/of toepassing van artikel 22 Rv van Xiaomi c.s. van 6 november 2019, met producties GP01 tot en met GP29;
- -
de conclusie van antwoord in het incident van 11 december 2019;
- -
de incidentele voorwaardelijke vordering ex artikel 843a Rv van Sisvel van 18 december 2019;- de conclusie van antwoord in voorwaardelijk incident, tevens eis in reconventie van 8 januari 2020;- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie – technisch verweer van 8 januari 2020, met producties GP22 tot en met GP382.;- de conclusie van antwoord (FRAND en overige weren) van 15 januari 2020, met producties GP39 tot en met GP44;- de rolbeslissing van 22 januari 2020 houdende een bevel tot overlegging bescheiden op de voet van artikel 22 Rv (met oplegging van een vertrouwelijkheidsregime);
- -
de rolbeslissing van 5 februari 2020 houdende aanpassing van het bij de rolbeslissing van 22 januari 2020 opgelegde vertrouwelijkheidsregime;
- -
de akte houdende overlegging producties van Sisvel van 12 februari 2020, met producties EP20 tot en met EP22;- de akte houdende overlegging producties (vertrouwelijke stukken ex artikel 22 Rv-bevel) van Xiaomi c.s. van 12 februari 2020, met productie GP45;
- -
de incidentele conclusie tot tussenkomst/voeging in een aanhangig geding ex artikel 217 Rv van 12 februari 2020, ingediend door de rechtspersoon naar vreemd recht NNT Docomo Inc. (te Tokyo, Japan);- de akte houdende overlegging nadere producties (FRAND en overige weren) van Xiaomi c.s. van 24 februari 2020, met producties GP46 tot en met GP88;- de conclusie van antwoord in het incident tot tussenkomst/voeging van Sisvel van 26 februari 2020;- de conclusie van antwoord in het interventie-incident ex artikel 217 Rv van Xiaomi c.s. van 26 februari 2020;- het vonnis in het incident tot tussenkomst/voeging van 18 maart 2020 (waarbij het gevorderde is afgewezen);- de conclusie van antwoord in reconventie, tevens akte houdende overlegging producties, van 11 maart 2020, met producties EP23 tot en met EP26;
- -
de akte houdende reactie op vertrouwelijke documenten Sisvel van Xiaomi c.s. van 11 maart 2020, met producties GP89 en GP90;- de akte reactie op door Xiaomi overgelegde producties ex artikel 22 Rv-bevel, tevens akte houdende overlegging producties, van Sisvel van 11 maart 2020, met producties EP27 en EP28;- de akte houdende overlegging nadere producties (techniek EP ‘272) van Xiaomi c.s. van 8 april 2020, met producties GP91 en GP92;- de akte houdende overlegging aanvullende productie ten aanzien van de techniek van Sisvel van 22 april 2020, met productie EP29;- de akte houdende overlegging nadere producties (FRAND en overige weren) van Xiaomi c.s. van 22 april 2020, met producties GP93 tot en met GP95;- de akte houdende overlegging aanvullende producties niet-technisch, tevens houdende antwoordakte reactie Xiaomi op vertrouwelijke documenten Sisvel van Sisvel van 22 april 2020, met producties EP30 tot en met EP76;- de akte houdende overlegging reactieve producties ten aanzien van de techniek van Sisvel van 15 mei 2020, met producties EP77 tot en met EP79;- de akte houdende overlegging reactieve producties (techniek EP 272) van Xiaomi c.s. van 15 mei 2020, met productie GP96;- de akte houdende overlegging reactieve producties van Sisvel van 19 mei 2020, met producties EP80 tot en met EP82;
- -
de akte houdende overlegging nadere reactieve producties van Sisvel van 22 mei 2020, met producties EP83 tot en met EP86;
- de akte houdende overlegging reactieve producties van Xiaomi c.s. van 22 mei 2020, met producties GP97 tot en met GP110;
- -
de beslissing van de rechtbank van 3 juni 2020 op het verzoek van Sisvel om de hoofdstukken 1 en 2 van de akte houdende overlegging reactieve producties van Xiaomi c.s. van 22 mei 2020 en de daarbij behorende (deskundigen-)verklaringen en andere producties (GP97 tot en met GP102 en GP110) bij de beoordeling van de zaak buiten beschouwing te laten en het verzoek van Xiaomi c.s. om datzelfde te doen met de producties EP60 en EP61 van Sisvel, welke beslissing – kort gezegd – inhoudt dat Xiaomi c.s. productie GP97 tot maximaal tien pagina’s moet terugbrengen en productie GP101 tot maximaal drie pagina’s, dat productie GP100 in de procedure blijft enkel voor wat betreft het argument van Xiaomi c.s. dat er Sisvel-octrooien zouden zijn zonder handset-claim, dat de hoofdstukken 1 en 2 van de akte houdende overlegging reactieve producties van Xiaomi c.s. in de procedure blijven, voor zover deze hoofdstukken niet zien op weg te laten passages, en dat de verzoeken voor het overige worden afgewezen;
- -
de op 3 juni 2020 door partijen schriftelijk ingediende en uitgewisselde pleitnotities (zie hierna onder 1.3);- het e-mailbericht van Xiaomi c.s. van 4 juni 2020 met als bijlage een proceskostenoverzicht;- het e-mailbericht van Xiaomi c.s. van 5 juni 2020 met als bijlage de ingekorte versie van productie GP101.1.2. Tijdens een gecombineerde regiezitting in deze (en in een aantal andere door Sisvel aangespannen) octrooizaken, gehouden op 30 september 2019, is met partijen afgesproken dat de technische aspecten van de zaak (geldigheid en inbreuk) en de niet-technische aspecten (waaronder de FRAND-verweren) in aparte processtukken zullen worden opgenomen en op afzonderlijke zittingen behandeld zullen worden.
1.3.
Het technische gedeelte van de zaak is inhoudelijk behandeld tijdens eenvideozitting, die op 5 juni 2020 heeft plaatsgevonden, nadat partijen op 3 juni 2020 hun pleitnotities hadden uitgewisseld. Tijdens de videozitting heeft de rechtbank vragen aan partijen gesteld en hebben partijen gerepliceerd en gedupliceerd3..
1.4.
Wat betreft het niet-technische gedeelte van de zaak heeft de uitwisseling van pleitnotities plaatsgevonden op 17 juni 2020 en de videozitting op 19 juni 2020.
1.5.
Vonnis is nader bepaald op heden.
2. De feiten
2.1.
Sisvel is de moedermaatschappij van de Sisvel-groep. De Sisvel-groep beheert een uitgebreide octrooiportefeuille met octrooien van haarzelf en derden op – onder meer –
het gebied van draadloze communicatie.
2.2.
Sisvel is houdster van het Europees octrooi EP 2 139 272 (hierna: EP 272 of het octrooi). Het octrooi is verleend op een van de internationale aanvrage WO 02/32177 afgesplitste aanvrage, die dateert van 13 oktober 2000 en is gepubliceerd op 30 december 2009. Publicatie van de verlening van het octrooi heeft plaatsgevonden op 30 april 2014. Het octrooi heeft blijkens de korte aanduiding (in de authentieke Engelse tekst), betrekking op een ‘Method and system for attaching a mobile equipment to a wireless communication network’ en heeft gelding voor – onder meer – Nederland. Tegen de verlening van EP 272 is geen oppositie ingesteld. Sisvel heeft EP 272 (na verlening) overgedragen gekregen van Nokia Corporation (hierna: Nokia), inclusief het recht om schadevergoeding te eisen voor lopende en reeds gepleegde inbreuken.
2.3.
EP 272 heeft 16 conclusies, waarvan een deel betrekking heeft op een werkwijze en een deel ziet op een inrichting. De in deze zaak relevante conclusies 1, 2, 7, 8 en 10 luiden in de authentieke Engelse versie als volgt:
1. A method comprising initiating a combined attach and communication channel establishment procedure between a mobile station (1) and network including at least a support node (2), a gateway support node (4) and a radio access network (RAN, BSS), wherein the mobile station sends an attach request via the radio access network (RAN, BSS) to the support node (2), wherein the attach request is configured to trigger a create communication channel default procedure between said support node (2) and the gateway support node (4);wherein the mobile station receives a radio bearer setup signal from the radio access network; andwherein the mobile station sends a radio bearer setup complete signal to the radio access network.
2. A method according to claim 1, wherein the attach request is further configured to cause the generation of said radio bearer setup signal.
7. An apparatus being configured to initiate a combined attach and communication channel establishment procedure between a mobile station (1) and a network including at least a support node (2), a gateway support node (4) and a radio access network (RAN, BSS), wherein said apparatus is configured to:
send an attach request via the radio access network (RAN, BSS) to the support node (2), wherein the attach request is configured to trigger a create communication channel default procedure between said support note (2) and the gateway support node (4);receive a radio bearer setup signal from the radio access network; andsend a radio bearer setup complete signal to the radio access network.
8. An apparatus according to claim 7, wherein the attach request is further configured toattach the mobile station to the network, andcause the generation of said radio bearer setup signal.
10. An apparatus according to claim 7 or 8 wherein said apparatus is included in the mobile station.
2.4.
In de (onbestreden) Nederlandse vertaling luiden deze conclusies als volgt:
1. Werkwijze omvattende het initiëren van een gecombineerde aansluit- en communicatiekanaal-tot-stand-breng-procedure tussen een mobiel station (1) en een netwerk omvattende ten minste een ondersteuningsknooppunt (2), een toegangsondersteuningsknooppunt (4) en een radiotoegangsnetwerk (RAN, BSS) waarbij het mobiele station een aansluitverzoek verzendt via het radiotoegangsnetwerk (RAN, BSS) naar het ondersteuningsknooppunt (2), waarbij het aansluitverzoek wordt gevormd om een standaard creëer-communicatiekanaal-procedure te initiëren tussen het ondersteuningsknooppunt (2) en het toegangsondersteuningsknooppunt (4);waarbij het mobiele station een radiodrager-setup-signaal ontvangt van het radiotoegangsnetwerk; enwaarbij het mobiele station een radiodrager-setup-compleet-signaal naar het radiotoegangsnetwerk stuurt.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, waarbij het aansluitverzoek verder wordt gevormd om de aanmaak van het radiodrager-setup-signaal te veroorzaken.
7.Inrichting die is gevormd om een gecombineerd aansluit- en communicatiekanaal-tot-stand-breng-procedure te initiëren tussen het mobiele station (1) en het netwerk omvattende ten minste een ondersteuningsknooppunt (2), een toegangsondersteuningsknooppunt (4) en een radiotoegangsnetwerk (RAN, BSS), waarbij de inrichting is samengesteld om:
een aansluitverzoek te sturen via het radiotoegangsnetwerk (RAN, BSS) naar het ondersteuningsknooppunt (2), waarbij het aansluitverzoek is gevormd om een standaard creëer-communicatiekanaal-procedure te initiëren tussen het ondersteuningsknooppunt (2) en het toegangsondersteuningsknooppunt (4);een radiodrager-setup-signaal te ontvangen van het radiotoegangsnetwerk; eneen radiodrager-setup-compleet-signaal te sturen naar het radiotoegangsnetwerk.
8. Inrichting volgens conclusie 7, waarbij het aansluitverzoek verder is gevormd om
het mobiele station aan het netwerk aan te sluiten, enhet ontstaan van het radiodrager-setup-signaal te veroorzaken.
10. Inrichting volgens conclusie 7 of 8, waarbij de inrichting in het mobiele station is opgenomen.
2.5.
EP 272 bevat onder meer de volgende figuren:


2.6.
In de authentieke beschrijving van EP 272 is – voor zover hier van belang – het volgende opgenomen:
FIELD OF THE INVENTION
[0001] The present invention is directed to methods and devices for attaching a mobile equipment, such as a mobile station (MS) or any other arbitrary type of user equipment, to a wireless communication network so as to be able to originate or receive media such as a phone call, or data or message transmission. Further, the invention relates to a network element usable in such methods or for such devices.
BACKGROUND OF THE INVENTION
[0002] When a user equipment is newly attached to a wireless communication network for receiving and/or originating calls, data transmissions or the like, an attachment process for attaching the user equipment to the wireless communication network is necessary. When a subscriber is then intending to originate or receive a message or a call, an additional communication channel establishment process may be necessary. For instance, in a GSM system (Global System for Mobile Communications) such as a packet switched service, for instance GPRS (General Packet Radio Service), or in a UMTS system (Universal Mobile Telecommunications System), the user equipment exchanges a signalling flow with its associated node for establishing a communication channel, for instance a PDP (Packet Data Protocol) context or the like. This signalling leads to an additional load on the network and may additionally result in a certain brief delay before actually being able to start the transmission or reception.
(…)
SUMMARY OF THE INVENTION[0006] The present invention aims at providing methods and apparatuses which allow a novel manner of attachment and activation. In accordance with one aspect of the invention, the invention aims at reducing the signaling load on the network, and/or to reduce the delay before being able to start a transmission or receipt process.
(…)
[0009] According to one aspect of the invention, a combined attach and communication connection establishment process may be performed when attaching a user equipment such as a mobile station to the network. This combined attach and communication connection establishment process provides several advantages. For instance, the signaling load on the network is reduced as the attach and communication connection establishment process can be initiated by sending only one request from the user equipment to the network. Previously, two separate messages (first an attach request and then, later on, a separate communication connection, e.g. communication channel, establishment process for allowing a user traffic transmission/reception) were sent, with the necessity of sending two different requests from the user equipment to the network. In addition, after performing this combined attach and communication connection establishment process, the subscriber or his/her equipment is able to start immediately with any requested transmission or receipt process. Hence, the time delay previously experienced because of the necessity of performing an communication connection establishment process before starting the communication, is eliminated.
[0010] According to one aspect of the invention being also applicable with a normal activation procedure irrespective of any combined attach and activation procedure, a register contains some communication channel data which is set as default value and can therefore be automatically selected without necessity of specifying activation details by a support node or by a user equipment. In detail, one or many of the communication connection data sets provided for a subscriber in a register are set as a default value which can be automatically selected from the register when not receiving any selection request. This provision of a default value further reduces the signaling load as the user equipment now does not need to send any specific selection data for selecting communication connection data sets. The data transmission or other communication can immediately commence based on the selected default values.
[0011] When the wireless communication system is structured as a packet switched system such as GPRS or UMTS, the combined attach and communication connection establishment request may be a combined Attach and Activate PDP Context Request. A normal Activate PDP Context Request is defined in the GPRS standard or UMTS standard, see for instance the 3GPP specification TS 23.060.
[0012] The present invention is applicable to a great variety of telecommunication systems including call and/or data or messabe transmitting networks, and is preferably implemented in a mobile packet switched network using, for instance, PDP context for data transmission.
[0013] In accordance with another aspect, the invention provides a network element usable in a method or system as described above and explained below in more detail.
(…)
DETAILED DESCRIPTION OF PREFERRED EMBODIMENTS OF THE INVENTION[0015] Figure 1 illustrates the basic layout of a part of a wireless communication network (for instance a PLMN) which here is implemented as a GPRS system. A mobile station (MS) 1 communicates with a Serving GPRS Support Node (SGSN) 2. The system comprises at least one Home Location Register (HLR) 3, at least one Gateway GPRS Support Node (GGSN) 4 and an Equipment Identification Register (EIR) 5. The parts may communicate with each other as indicated by the arrows shown in Figure 1 . The system will normally contain a plurality of mobile stations or other user equipments 1 although only one mobile station is shown in Figure 1 . Likewise, a plurality of support nodes 2 is provided which support the mobile stations or other user equipments located within the area covered by the support nodes. This structure as well as the normal signaling and information flow between the components of the wireless communication network is known and will therefore not be described in greater detail.
[0016] Figure 2 schematically illustrates part of the storage contents of a home location register 3. The register 3 stores, for each subscriber, or each group of subscribers, or at least for some of the subscribers or groups, at least one communication connection (e.g. channel) information set which here is designated as PDP context information, one of which is set as default value and is automatically selected when not receiving any specific selecting request pointing to a different PDP context information. The register (HLR) 3 includes subscription information and then information about the PDP contexts of the subsciber. One or many of the PDP contexts may be set as default.
[0017] In the present embodiment, for each subscriber, or at least some of the subscribers, three different PDP context information sets (for PDP context activation or creation, or the like) 6, 7, 8 are respectively stored, wherein context information 1 (reference numeral 6) is set as default value. The context information "Context 2", reference numeral 7, and "Context 3", reference numeral 8, are deliberately selectable by a subscriber when requested by the subscriber. The database of register 3 contains such triplets of information for each subscriber or at least for some of the subscribers or a group of subscribers. Of course, the number of alternative PDP context information sets may be varied according to design and need and may range from only one (default value only), to two, three or more selectively selectable information.
[0018] Generally, before the mobile station 1 is able to send or receive information, it must first perform an attach proceedings, for instance after switching it on. In addition, in some services such as packet data switching oriented networks, for instance GPRS or UMTS, an additional communication channel establishment procedure will normally be carried out which is called PDP context activation (or creation) in GPRS or UMTS. According to the present invention, the attach and PDP context activation processes are combined. The mobile stations can therefore perform a combined attach and default PDP context activation which decreases signaling in the radio interface (air-interface).
[0019] This combined attach and communication channel establishment procedure is shown in Figures 4 and 5. The default PDP context or contexts is (are) activated according to the subscription-based information stored in the register 3, that is based on "Context 1" information, reference numeral 6. If requested by the subscription of one or more subscribers, multiple default PDP contexts are allowed.
[0020] The quality of service (QoS) of the default PDP context is preferably such that the mobile station 1 is only charged if data is transferred or received on the default PDP context, but no time-based charging is performed for the default PDP context alone. The quality of service of the default PDP context will be decided based on the subscription and will be a default value unless otherwise prescribed. If a specific quality of service is desired, the subscriber will then have to select one of the different context information such as 7, or 8, provided same define an appropriate QoS (Quality of Service).
[0021] Subscribers mainly using the packet switched service (for instance GPRS or UMTS) for transferring voice, are allowed to define the QoS of the default PDP context appropriately.
[0022] Figure 3 shows part of an Attach request 9 which is sent from the mobile station 1 to the support node 2 for initiating the attach procedure, which is, in the present invention, a combined attach and PDP context activation request. The Attach request 9 comprises a data field 10 defining IMSI (International Mobile Subscriber Identifier) or, if available, P-TMSI and RAI (Routing Area Identity). The "Attach Type" field 11 of the Attach request 9 indicates which type of attach is to be performed which may basically be "GPRS attach only", "GPRS attach while already IMSI attached", "combined GPRS/IMSI attach" or, as indicated in Figure 3 , combined "PS (packet switched) + default PDP context activation".
[0023] In case the attach request transmitted from the mobile station 1 specifies the attach type "PS + DEFAULT PDP CONTEXT ACTIVATION" as shown in Figure 3 , the system is informed on the desired combined attach and PDP context activation. The support node 2 then not only performs a "packet switched" attach but is furthermore adapted so as to automatically initiate, when receiving this request and having the attachment effected, a default PDP context activation without necessity for the mobile station 1 to send any additional command.
[0024] The attach request 9 contains further fields such as "DRX parameters" which are not shown in Figure 3 and are in accordance with the customary specification of attach requests, see the respective standards. The attach request 9 differs from these standards only in so far as it is now possible to indicate, in field 11, a combined attach and communication channel establishment process such as "attach and default PDP context activation".
[0025] Figure 4 shows an attach process flow. In step S1, the mobile station 1 sends an Attach request to the support node 2 which then checks, in step S2, the received Attach request so as to detect whether a normal attach such as a "packet switched" attach is requested, or a combined attach and default PDP context activation request is transmitted. This check is performed by examining the data field 11 of the Attach request 9 specifying the desired attach type. When combined attach and default PDP activation request is received by the support node 2, same is adapted to address the Home Location Register 3, and to read (or receive) the subscriber information including the default PDP context information stored therein. All the subscription information if transferred from the HLR to the SGSN.. In step S4, the system then performs an attachment as well as one or many PDP context activations depending on the read default PDP context information.
[0026] If no combined attach and default PDP activation request is detected in step S2, the process proceeds to step S5 and performs a normal attachment only according to the designated attach type. As part of steps S4, S5, the support node 2 may also send an Attach Accept message to the mobile station 1 for informing same on the effected attachment. The attach process then ends (step S6).
[0027] Figure 5 shows the combined attach and PDP context activation in greater detail.
[0028] In step 1., the mobile station 1 initiates an attach and default PDP context activation by sending an Attach Request as shown in Figure 3. The Attach Type parameter 11 indicates that combined attach and default PDP context activation is required. In the present case, the Attach Request is sent because the mobile station 1 has switched on. In step 2., the new support node 2 (new SGSN) sends an Identification Request to the old support node (old SGSN) which responds with an Identification Response defining the IMSI of the mobile station 1. If the mobile station 1 should be unknown in both the old and new SGSN, the new support node sends an Identity Request to the mobile station 1 (step 3.) which transmits an Identity Response indicating its IMSI. In step 4., an authentication may be performed. Further, in step 5., an equipment checking ("IMEI check; IMEI = International Equipment Identification") may be performed by addressing the Equipment Identification Register (EIR) 5.
[0029] In step 6., the support node 2 informs the Home Location Register 3 on the new location in case the support node number has changed since the GPRS detach, or it is the very first attach. The old support node is requested to cancel the location which is acknowledged by sending back an Cancel Location Acknowledgment.
[0030] Further, the Home Location Register 3 sends an Insert Subscriber Data to the new support node 2 which subscriber data includes information on the default PDP context(s). The new support node validates the MS's presence in the new routing area, and sends back an Insert Subscriber Data Acknowledgement to the Home Location Register 3. Furthermore, the Home Location Register 3 sends back, as part of step 6, an Update Location Acknowledgement message.
[0031] In step 7., RAB assignment procedure is performed for the default PDP context(s) according to the information received from the Home Location Register 3 in step 6. This is a preferred implementation of the invention. The procedure consists in sending a RAB Assignment Request from the new support node 2 to the radio access network RAN transmitting/receiving the radio waves to/from the mobile station 1, setting up the radio bearer between the radio access network RAN and MS (by sending a Radio Bearer Setup and a Radio Bearer Setup Complete, and finally sending a RAB Assignment Response.
[0032] In the next step 8., the new support node 2 sends a Create PDP Context Request to the gateway support node 4 so that the default PDP context(s) is (are) activated in the support node(s) 4 according to the information received from the Home Location Register 3 in step 6. In step 9., the support node 2 sends an Attach Accept message to the mobile station 1 for acknowledging the attach and default PDP context activation. The attached accept message may include information about the activated PDP context(s). The mobile station 1 may acknowledge the parameters sent by the support node 2, by sending an Attach Complete message in step 10. However, step 10. may also be omitted.
[0033] Steps 7 and 8 are performed N times, N representing the number of default PDP contexts.
[0034] According to the invention, the combined attach and default PDP context activation is therefore performed by storing default PDP context information in a register such as a Home Location Register, and by activating the default PDP context(s) according to the subscriber-based information stored in the register. The quality of service (QoS) of the default PDP context(s) may be fixed but may also be decided based on the subscription.
[0035] A basic idea is to activate default PDP context(s) according to the subscription information received from the HLR. As an alternative, the mobile station MS may send some parameters for the default PDP context(s) and the HLR completes the missing parameters. As an example, APN (Access Point Name) may be sent from MS, and QoS from HLR.
[0036] The PDP context activation(s) is (are) therefore automatically performed based on the HLR subscription. This leads to a reduction of the signalling in the radio interface, without creating any limitations on the network and its use. Furthermore, it is not necessary, for PDP context activation, to send a QoS field and/or APN from the mobile station 1 to support node 2 or 3, because the Home Location Register has one or more special contexts which are marked as default contexts and are automatically selected. This possibility of setting default contexts in the Home Location Register has also advantages with regard to more advanced services such as UMTS services wherein the users are likely to have more than one subscribed context, which accordingly define different session handling parameters.
(…)
[0038] In the first embodiment shown in Figs. 1 to 5, the default PDP context(s) are automatically activated at PS attach. In the embodiment of Fig. 6, the MS first performs a PS attach and then afterwards indicates that the default PDP context(s) should be activated. In both cases, the default PDP context information comes from the HLR.
[0039] According to the embodiments, default contexts are provided also in cases where a normal procedure ( attach being performed with a subsequent PDP context activation upon request) does not apply.
(…)
[0041] Although specific embodiments have been described above, the invention is also applicable with regard to other types of communication networks such as fixed or circuit-switched networks.
2.7.
Om een zo breed mogelijke toepassing van mobiele communicatietechnologie mogelijk te maken, is die technologie gestandaardiseerd. EP 272 is (door Nokia) aangemeld als standaard essentieel octrooi dat wordt toegepast in de LTE (‘Long Term Evolution’)-standaard voor mobiele communicatie (ook wel 4G-standaard genoemd). Deze standaard is ontwikkeld door de projectgroep 3rd Generation Partnership Project (3GPP), een samenwerkingsverband tussen het European Telecommunications Standards Institute (ETSI) en normeringsorganisaties in andere delen van de wereld. De standaard is neergelegd in – onder meer – het standaardspecificatie-document met de titel ‘3GPP TS 23.401, 3rd Generation Partnership Project; Technical Specification Group Services and System Aspects; General Packet Radio Services (GPRS) enhancements for Evolved Universal Terrestrial Radio Access Network (E-UTRAN) access (Release 8), versie 8.18.0 van maart 2013’ (hierna: standaardspecificatie-document TS 401).2.8. Xiaomi Corporation, Xiaomi HK, Xiaomi Communications en Xiaomi Netherlands leggen zich – onder meer – toe op de verkoop van mobiele telefoons. Xiaomi Corporation houdt zich daarnaast bezig met het vervaardigen van mobiele telefoons en Xiaomi Communications met het ontwikkelen daarvan. Xiaomi Software biedt technische ondersteuning en aanverwante diensten aan en is binnen de Xiaomi-groep verantwoordelijk voor octrooilicenties. Xiaomi Inc. is eigenaar en beheerder van de websites waarop advertenties worden geplaatst waarin de mobiele telefoons te koop worden aangeboden en houdster van de merken waaronder de mobiele telefoons worden vermarkt.
2.9.
Zowel Nokia als Sisvel zijn lid van het ETSI. Leden van het ETSI hebben zich gebonden aan de ETSI Rules of Procedure, waarvan de ETSI Intellectual Property Rights Policy deel uitmaakt. Teneinde derden in de gelegenheid te stellen om tegen een redelijke vergoeding van de gestandaardiseerde technologie gebruik te maken, schrijft de ETSI Intellectual Property Right Policy voor dat een houder van een standaard essentieel octrooi zich bereid dient te verklaren aan derden een licentie te verlenen onder dat octrooi op zogenoemde ‘fair, reasonable and non discriminatory’ (FRAND-) voorwaarden. Zowel Sisvel als haar rechtsvoorgangster Nokia hebben een dergelijke verklaring afgelegd.
2.10.
Xiaomi c.s. is geen lid van het ETSI. Xiaomi c.s. heeft geen licentie met Sisvel afgesloten voor gebruik van het octrooi.
3. Het geschil
In de hoofdzaak in conventie
3.1.
Sisvel vordert – kort samengevat – dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:Primair:- Xiaomi c.s., op straffe van verbeurte van een dwangsom, verbiedt inbreuk te maken op het Nederlandse deel van EP 272 en onrechtmatig jegens Sisvel te handelen; - Xiaomi c.s. gebiedt om (i) een recall te organiseren onder wederverkopers, (ii) de teruggeroepen en in voorraad gehouden inbreukmakende producten te vernietigen, (iii) verwijzingen naar de inbreukmakende producten op haar websites te verwijderen, (iv) marktdeelnemers (zoals afnemers en professionele gebruikers) te informeren over de inbreuk/het onrechtmatig handelen en hen te verzoeken de in hun bezit zijnde inbreukmakende producten te retourneren, (v) opgave te doen van de als gevolg van de inbreuk/het onrechtmatig handelen genoten winst en (vi) gegevens van wederverkopers te verstrekken, alles op straffe van verbeurte van een dwangsom, en (vii) Sisvel te compenseren voor geleden schade of de als gevolg van de inbreuk/het onrechtmatig handelen genoten winst aan Sisvel af te dragen;
Subsidiair: Zolang door Xiaomi c.s. niet is ingegaan op het aanbod van Sisvel om de licentievoorwaarden van het Sisvel Mobile Communication Program te laten vaststellen door arbiters, Xiaomi c.s. de verboden oplegt en haar gebiedt te handelen als primair gevorderd;Meer subsidiair:- voor recht verklaart dat i) handelen zonder licentie met producten die voldoen aan de LTE-standaard of deze standaard ondersteunen, een inbreuk op het Nederlandse deel van EP 272 oplevert en ii) onrechtmatig is gehandeld door deel te nemen aan de inbreuk op het Nederlandse deel van EP 272; - Xiaomi c.s. gebiedt om, op straffe van verbeurte van een dwangsom, in Nederland de LTE-functionaliteit van de inbreukmakende producten buiten werking te stellen en wederverkopers en andere marktdeelnemers (zoals afnemers en professionele gebruikers) te informeren over de inbreuk/het onrechtmatig handelen; - Xiaomi c.s. verbiedt, op straffe van verbeurte van een dwangsom, inbreukmakende producten aan wederverkopers te verkopen zolang deze wederverkopers niet hebben voldaan aan de verzoeken die Xiaomi c.s. aan hen moet doen;
- Xiaomi c.s. gebiedt om, op straffe van verbeurte van een dwangsom, opgave te doen van de als gevolg van de inbreuk/het onrechtmatig handelen genoten winst en gegevens van wederverkopers te verstrekken; - Xiaomi c.s. gebiedt om Sisvel te compenseren voor geleden schade of de als gevolg van de inbreuk/het onrechtmatig handelen genoten winst aan Sisvel af te dragen;Zowel primair, subsidiair als meer subsidiair:Xiaomi c.s. hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten ex artikel 1019h Rv en in de gebruikelijke nakosten, vermeerderd met wettelijke rente.
3.2.
Aan deze vordering legt Sisvel het volgende ten grondslag.De conclusies 1, 2, 7, 8 en 10 van EP 272 zijn geïncorporeerd in de LTE-standaard. De mobiele telefoons die Xiaomi c.s. – onder meer in Nederland – op de markt brengt, zijn ‘LTE-compatible’; Xiaomi c.s. past die standaard toe. Xiaomi c.s. maakt met de verhandeling van die mobiele telefoons dus (direct dan wel indirect, dan wel door equivalentie) inbreuk op de conclusies 1, 2, 7, 8 en 10 van het octrooi. Ook, dan wel in ieder geval, handelt zij onrechtmatig jegens Sisvel.
3.3.
Xiaomi c.s. voert verweer tegen Sisvel’s vordering, strekkende tot afwijzing daarvan, met veroordeling van Sisvel in de kosten van de procedure op de voet van artikel 1019h Rv, bij niet voldoening binnen vijf werkdagen na de datum van dit vonnis te vermeerderen met wettelijke rente. Xiaomi c.s. bestrijdt de geldigheid van de door Sisvel ingeroepen conclusies 1, 7 en 8 omdat deze toegevoegde materie bevatten en valt de geldigheid van alle door Sisvel ingeroepen conclusies aan omdat deze nieuwheid ontberen en niet inventief zijn. Xiaomi c.s. verweert zich voorts met de stelling dat niet alle kenmerken van de door Sisvel ingeroepen conclusies in de LTE-standaard zijn opgenomen (en het octrooi dus niet standaard essentieel is), zodat toepassing van die standaard in de mobiele telefoons die zij in Nederland op de markt brengt, niet meebrengt dat zij inbreuk maakt op het octrooi. Tot slot betoogt Xiaomi c.s. bij wijze van verweer dat Sisvel de aan het aanmelden van een octrooi als standaard-essentieel voor de LTE-standaard verbonden contractuele en mededingingsrechtelijke verplichtingen niet is nagekomen (het FRAND-verweer).
In conventie in de incidenten
In het incident tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv
3.4.
Sisvel vordert dat de rechtbank een voorlopige voorziening treft voor de duur van het geding, inhoudende oplegging aan Xiaomi c.s. van een verbod op het maken van inbreuk op het Nederlandse deel van EP 272 en op onrechtmatig handelen, primair onvoorwaardelijk en subsidiair onder de voorwaarde dat niet wordt ingegaan op het aanbod van Sisvel om de licentievoorwaarden van het Sisvel Mobile Communication Program door arbiters te laten vaststellen, met hoofdelijke veroordeling van Xiaomi c.s. in de proceskosten ex artikel 1019h Rv en in de gebruikelijke nakosten, vermeerderd met wettelijke rente.
3.5.
Aan deze vordering legt Sisvel hetzelfde ten grondslag als hetgeen zij ten grondslag legt aan de in de hoofdzaak in conventie gevorderde verboden.
3.6.
Xiaomi c.s. voert verweer tegen de vordering.
In de exhibitie-incidenten
3.7.
In het kader van hun FRAND-verweer vordert Xiaomi c.s. dat de rechtbank, bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis, Sisvel veroordeelt, op straffe van verbeurte van een dwangsom, om de volgens Xiaomi c.s. voor de beoordeling van dat verweer relevante documenten over te leggen dan wel zij toepassing geeft aan het bepaalde in artikel 22 Rv en Sisvel in dat kader verplicht om die documenten in het geding te brengen, een en ander met veroordeling van Sisvel in de kosten van het incident op de voet van artikel 1019h Rv.
3.8.
Sisvel voert verweer tegen de vordering, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van Xiaomi c.s. in die vordering dan wel afwijzing daarvan, met veroordeling van Xiaomi c.s. in de kosten van het incident, een en ander conform artikel 1019h Rv en bij het uitblijven van betaling binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis, te vermeerderen met wettelijke rente. Voorwaardelijk, voor het geval de rechtbank de incidentele vordering van Xiaomi c.s. zou toewijzen, vordert Sisvel dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Xiaomi c.s. veroordeelt om bepaalde documenten die volgens Sisvel in het kader van de beoordeling van het FRAND-verweer van Xiaomi c.s. relevant zijn, over te leggen, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom, dan wel Xiaomi c.s. op de voet van artikel 22 Rv verplicht deze documenten in het geding te brengen, met veroordeling van Xiaomi c.s. in de kosten van het incident, een en ander conform artikel 1019h Rv en bij het uitblijven van betaling binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.9.
Xiaomi c.s. voert verweer tegen de voorwaardelijke incidentele vordering van Sisvel, welk verweer uitmondt in (i) een verzoek om deze vordering af te wijzen, met veroordeling van Sisvel in de kosten van dit incident, en (ii) in een reconventionele vordering die er toe strekt dat de rechtbank Sisvel veroordeelt om, op straffe van verbeurte van een dwangsom, nadere, volgens Xiaomi c.s. voor de beoordeling van haar FRAND-verweer relevante, documenten in het geding te brengen.
In de hoofdzaak in (voorwaardelijke) reconventie
3.10.
Xiaomi c.s. vordert – na vermindering van eis tijdens de videozitting – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voorwaardelijk, voor het geval de rechtbank tot het oordeel zou komen dat sprake is van inbreuk op EP 272, het Nederlandse deel van EP 272 vernietigt, met veroordeling van Sisvel in de kosten van de procedure op de voet van artikel 1019h Rv, bij niet voldoening binnen vijf werkdagen na de datum van dit vonnis te vermeerderen met wettelijke rente.
3.11.
Aan deze vordering legt Xiaomi c.s. ten grondslag dat EP 272 nietig is om de hiervoor onder 3.3 omschreven redenen.
3.12.
Sisvel voert verweer tegen deze reconventionele vordering.
4. De beoordeling
Bevoegdheid
4.1.
De Nederlandse rechter is op grond van het bepaalde in artikel 4 lid 1 Brussel Ibis-Vo4.bevoegd om kennis te nemen van de vordering van Sisvel, voor zover gericht tegen Xiaomi Netherlands, omdat deze vennootschap in Nederland is gevestigd. Deze bevoegdheid is overigens niet bestreden. Ook tot kennisneming van de vordering van Sisvel, voor zover gericht tegen de in China gevestigde rechtspersonen, is de Nederlandse rechter bevoegd; deze bevoegdheid kan reeds worden gegrond op het bepaalde in artikel 26 lid 1 Brussel I bis-Vo, nu de in China gevestigde rechtspersonen die bevoegdheid niet hebben bestreden. De (exclusieve) relatieve bevoegdheid van deze rechtbank om kennis te nemen van de vordering van Sisvel, voor zover gegrond op inbreuk op EP 272, berust op het bepaalde in artikel 80 lid 2 sub a ROW 19955.. De vordering van Sisvel, voor zover gegrond op onrechtmatig handelen, is met de vordering gegrond op octrooi-inbreuk verknocht te achten, zodat deze rechtbank ook in zoverre van de vordering van Sisvel kennis kan nemen. De relatieve bevoegdheid is overigens onbetwist gelaten.
4.2.
De bevoegdheid van de Nederlandse rechter om kennis te nemen van het verweer in conventie, voor zover een beroep wordt gedaan op nietigheid van het Nederlandse deel van EP 272, alsmede van de vordering in voorwaardelijke reconventie, vloeit voort uit het bepaalde in artikel 24 aanhef en onder 4 Brussel I bis-Vo. De relatieve bevoegdheid van deze rechtbank volgt uit het bepaalde in artikel 80 lid 1 sub a ROW 1995.
4.3.
Nu bevoegdheid bestaat in conventie in de hoofdzaak, bestaat tevens bevoegdheid om kennis te nemen van de vordering van Sisvel tot het treffen van een voorlopige voorziening en van de in de incidenten ingestelde vorderingen van Sisvel en Xiaomi c.s., die voortvloeien uit en verband houden met het door Xiaomi c.s. in de hoofdzaak in conventie gevoerde FRAND-verweer.
In de hoofdzaak in conventie
Inbreuk?
4.4.
De rechtbank ziet aanleiding zich eerst te buigen over de vraag of Xiaomi c.s. met de verhandeling van hun mobiele telefoons inbreuk maakt op EP 272.
4.5.
Volgens Sisvel wordt in de LTE-standaard gebruik gemaakt van de uitvinding van EP 272. De conclusies 1, 2, 7, 8 en 10 zijn daarin volgens Sisvel geïncorporeerd. Omdat de mobiele telefoons die Xiaomi c.s. op de markt brengt de LTE-standaard toepassen, maakt zij inbreuk op die octrooiconclusies, aldus Sisvel.
4.6.
Sisvel heeft de inbreuk toegelicht aan de hand van de wijze waarop in deLTE-standaard aansluiting van een mobiele telefoon op een extern, draadloos, netwerk en verzending van data van dat netwerk naar de mobiele telefoon en vice versa wordt bewerkstelligd. Zij heeft bij die toelichting het hieronder afgebeelde stappenplan gehanteerd, waarbij de afkortingen, voor zover van belang, staan voor:- UE: user equipment (mobiele telefoon )- eNodeB: E-UTRAN Node B/Evolved Node B (basisstation)- MME: Mobility Management Entity- Serving GW/S-GW: Serving Gateway- PDN GW/P-GW: Packet Data Network Gateway- HSS: Home Subscriber Server (bevat abonnee-informatie voor de UE)- IMSI: International Mobile Subscriber Identity- QoS: Quality of Service- APN: Access Point Name- PDN: Packet Data Network- TEID: Tunnel Endpoint Identifier

4.7.
De stappen 1 tot en met 4, 8, 11, 12, 13, 15, 16, 17, 20 en 23 en de eindsituatie heeft Sisvel nader geduid aan de hand van de volgende afbeeldingen:
stappen 1 tot en met 4

stap 8

stap 11

stap 12

stap 13

stap 15

stap 16

stap 17

stap 20

stap 23

de eindsituatie

4.8.
Sisvel stelt dat uit het hiervoor weergegeven stappenplan en de daarop aansluitende afbeeldingen – onder meer – volgt dat in de LTE-standaard, net als bij de uitvinding die is belichaamd in het octrooi, de mobiele telefoon aan het ondersteuningsknooppunt in het draadloze netwerk (in de LTE-standaard de MME en in het octrooi de SGSN), een (op een bepaalde manier geconfigureerd) aansluitverzoek stuurt dat in dat netwerk een standaard creëer-communicatiekanaal-procedure initieert (‘triggert’) tussen dat ondersteuningsknooppunt en het toegangsondersteuningsknooppunt (in de LTE-standaard de P-GW en in het octrooi de GGSN). Het conclusiekenmerk waar Sisvel in dit verband aan refereert (‘wherein the attach request is configured to trigger a create communication channel default procedure between said support node (2) en the gateway support node (4)’) hebben de onafhankelijke werkwijzeconclusie (conclusie 1) en de onafhankelijke inrichtingsconclusie (conclusie 7) van het octrooi gemeen.
4.9.
Xiaomi c.s. voert tegen dit betoog van Sisvel ten verwere aan dat vanwege de tussen de netwerkarchitectuur van het octrooi en die van de LTE-standaard bestaande verschillen niet kan worden gezegd dat zij met de verhandeling van mobiele telefoons die de LTE-standaard ondersteunen, inbreuk maakt op het octrooi. Meer in het bijzonder betoogt Xiaomi c.s. dat:- in de LTE-standaard, net als in het octrooi, de mobiele telefoon weliswaar een op een bepaalde manier vormgegeven aansluitverzoek aan het ondersteuningsknooppunt (MME) in het netwerk verstuurt en dat verzoek, net als in het octrooi, (uiteindelijk) bij het toegangsondersteuningsknooppunt (P-GW) terechtkomt, maar dit niet wordt bewerkstelligd, zoals in het octrooi, door verzending van een signaal van het ondersteuningsknooppunt (SGSN) (rechtstreeks) naar het toegangsondersteuningsknooppunt (GGSN); dat signaal gaat, aldus Xiaomi c.s., naar de S-GW, een netwerkelement dat niet kan worden aangemerkt als toegangsondersteuningsknooppunt in de zin van het octrooi;- in de LTE-standaard pas datapakketten kunnen worden uitgewisseld tussen de mobiele telefoon en het netwerk, en de procedure betreffende het opzetten van een communicatiekanaal dus pas is voltooid, als het basisstation (de eNodeB) op de hoogte is gesteld van de S-GW waaraan het voor de mobiele telefoon bestemde pakketten moet sturen en de S-GW weet naar welk basisstation data bestemd voor de mobiele telefoon moeten worden gestuurd (dit betreft de stappen 17, 20, 23 en 24 van het stappenplan waaraan Sisvel refereert), terwijl in het netwerk dat in het octrooi onder bescherming wordt gesteld een procedure tussen ondersteuningsknooppunt (SGSN) en toegangsondersteuningsknooppunt (GGSN) voldoende is om het uitwisselen van datapakketten tussen de mobiele telefoon en het netwerk mogelijk te maken.
4.10.
Op dit verweer van Xiaomi c.s. heeft Sisvel allereerst gereageerd door te erkennen dat de netwerkarchitectuur van het octrooi (gebaseerd op GPRS/GSM) niet dezelfde is als de netwerkarchitectuur van de LTE-standaard. Deze verschillen doen er echter volgens Sisvel, als het gaat om de inbreukvraag, niet toe omdat:
(i) de door haar ingeroepen conclusies (uitsluitend) zijn gericht op (de configuratie van) een mobiele telefoon en niet op (de opbouw van) het draadloze netwerk;(ii) die verschillen uitsluitend het aantal netwerkelementen betreffen en het octrooi ook kan worden toegepast op netwerken die bestaan uit méér elementen dan de elementen zoals in de conclusies en de beschrijving van het octrooi beschreven;(iii) de S-GW in de LTE-standaard enkel fungeert als ‘doorgeefluik’ tussen de MME en de P-GW;(iv) de MME en de S-GW in de LTE-standaard gezamenlijk de functie van ondersteuningsknooppunt in de zin van het octrooi vervullen (een functionele eenheid vormen);(v) de door haar ingeroepen conclusies niet de aanwezigheid van een basisstation vereisen;(vi) de door haar ingeroepen conclusies niet vereisen dat de procedure betreffende het opzetten van het communicatiekanaal wordt voltooid.
4.11.
De verweren van Xiaomi c.s. en de reactie daarop van Sisvel zal de rechtbank hieronder ieder afzonderlijk bespreken.
Ad (i)
4.12.
Met Xiaomi c.s. is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden gezegd dat de door Sisvel ingeroepen conclusies alleen (een bepaalde configuratie van) een mobiele telefoon onder bescherming stellen. De redactie van de conclusies wijst op het tegendeel; daarin wordt immers ook beschreven waaruit het draadloze netwerk (in ieder geval) moet bestaan, te weten uit een ondersteuningsknooppunt, een toegangsondersteuningsknooppunt en een radiotoegangsnetwerk. Bovendien wordt daarin beschreven hoe de procedure betreffende het opzetten van het communicatiekanaal tussen die netwerkelementen plaatsvindt. Overigens lijkt Sisvel zichzelf op dit punt tegen te spreken, waar zij ook het volgende stelt: ‘het octrooi legt voor het opzetten van het standaard communicatiekanaal zowel een rol weg voor het mobiele station (het aangepaste aansluitverzoek) als een rol voor het netwerk (het detecteren van die aanpassing in het aansluitverzoek en daarop volgende actie om dat standaardkanaal op te zetten)’6..
Ad (ii)
4.13.
Het moge zo zijn dat (hetgeen kan worden afgeleid uit de woorden ‘at least’ in de conclusies 1 en 7 en uit de vermelding in paragraaf [0012] van de beschrijving van het octrooi dat de daarin neergelegde uitvinding ‘is applicable to a great variety of telecommunication systems’) het voor de toepasbaarheid van het octrooi in beginsel niet uitmaakt uit hoeveel elementen het netwerk bestaat, maar het aantal netwerkelementen is niet het enige waarin het netwerk van het octrooi verschilt van dat van de LTE-standaard. Zoals hierna zal worden overwogen, kent de LTE-standaard een netwerk dat (ook) anders is georganiseerd met een procedure betreffende het opzetten van een communicatiekanaal tussen andere netwerkelementen. De rechtbank volgt Sisvel dus niet in haar betoog.
Ad (iii)
4.14.
De rechtbank stelt voorop dat Sisvel niet stelt dat de MME in deLTE-standaard (volgens Sisvel het ondersteuningsknooppunt in de zin van het octrooi) rechtstreeks signaleert met de P-GW (volgens Sisvel het toegangsondersteuningsknooppunt in de zin van het octrooi), maar alleen met de S-GW. Sisvel stelt evenmin dat de S-GW in de LTE-standaard kan worden aangemerkt als toegangsondersteuningsknooppunt in de zin van het octrooi. Volgens Sisvel fungeert de S-GW in de LTE-standaard echter alleen als doorgeefluik tussen de MME en de P-GW.
4.15.
De rechtbank volgt Sisvel niet in dit betoog. Karakteristiek voor een doorgeefluik is dat informatie die dat doorgeefluik ontvangt, zonder bewerking of onderzoek wordt doorgegeven. Zou de S-GW slechts de functie van doorgeefluik vervullen, dan zou alle informatie die nodig is om de procedure betreffende het opzetten van het communicatiekanaal te ‘triggeren’ door de mobiele telefoon al aan de MME verstrekt moeten zijn, zodat die informatie, via de S-GW, ongewijzigd de P-GW kan bereiken. Dat nu is niet het geval. Uit een vergelijking tussen de afbeeldingen die Sisvel in relatie tot dit deel van de procedure betreffende het opzetten van een communicatiekanaal heeft overgelegd (zie rechtsoverweging 4.7, stappen 12 en 13), volgt immers dat de S-GW, nadat deze van de MME het van de mobiele telefoon afkomstige verzoek heeft gekregen om een communicatiekanaal op te zetten, aan het bericht van de MME met die strekking informatie toevoegt, te weten haar eigen TEID, en uit dat bericht informatie verwijdert, te weten de TEID van de MME, alvorens het bericht naar het toegangsondersteuningsknooppunt(de P-GW) te sturen. Ook volgt daaruit dat als de S-GW van de P-GW een reactie krijgt op het van de MME afkomstige verzoek (stap 15), de S-GW aan het bericht dat het vervolgens doorstuurt naar de MME (stap 16) de eigen TEID toevoegt en uit dat bericht afkomstig van de P-GW de TEID van de P-GW7.haalt.
4.16.
Dat de S-GW op de wijze als hiervoor omschreven, informatie toevoegt aan en verwijdert uit het van de MME afkomstige verzoek en de van de P-GW afkomstige reactie, ligt ook besloten in het door Sisvel ter staving van de inbreuk overgelegde standaardspecificatie-document TS 401 (EP10B). Uit dat document volgt bovendien dat de S-GW niet alleen de eigen TEID aan de berichtgeving toevoegt, maar ook het eigen adres (voor de user plane8.). Verwezen wordt in dit verband naar de volgende passages (onderstrepingen rechtbank): (paragraaf 5.3.2.1. stap 13, pagina’s 79 en 80)The Serving GW creates a new entry in its EPS Bearer table and sends a Create Session Request (IMSI, MSISDN, APN, Serving GW Address for the user plane, Serving GW TEID of the user plane, Serving GW TEID of the control plane, RAT type, Default EPS Bearer QoS, PDN Type, PDN Address, subscribed APN-AMBR, EPS Bearer Identity, Protocol Configuration Options, Handover Indication, ME Identity, User Location Information (ECGI), MS Info Change Reporting support indication, Selection Mode, Charging Characteristics, Trace Reference, Trace Type, Trigger Id, OMC Identity, Maximum APN Restriction, Dual Address Bearer Flag) message to the PDN GW indicated by the PDN GW address received in the previous step.
(paragraaf 5.3.2.1, stap 16, pagina 81; de P-GW wordt aangeduid met PDN GW)
The Serving GW returns a Create Session Response (PDN Type, PDN Address, Serving GW address for User Plane, Serving GW TEID for User Plane, Serving GW TEID for control plane, EPS Bearer Identity, EPS Bearer QoS, PDN GW addresses and TEIDs (GTP-based S5/S8) or GRE keys (PMIP-based S5/S8) at the PDN GW(s) for uplink traffic, Protocol Configuration Options, Prohibit Payload Compression, APN Restriction, Cause, MS Info Change Reporting Action (Start), APN-AMBR) message to the new MME.
4.17.
Anders dan Sisvel betoogt, betreft de informatie die de S-GW aldus toevoegt en verwijdert, niet enkel informatie om in verbinding te blijven. Een TEID bijvoorbeeld dient er toe, zoals de naam (Tunnel Endpoint Identifier) al zegt, het eindpunt van een tunnel/kanaal te identificeren. Door toevoeging van de eigen TEID aan de berichten van de MME en de P-GW en het verwijderen van de TEID van de MME en de P-GW bepaalt de S-GW (mede) tussen welke netwerkelementen het communicatiekanaal komt te liggen, te weten (in het geval van de LTE-standaard) tussen de P-GW, de S-GW en het basisstation (eNodeB); de MME vormt geen onderdeel van dat kanaal. Dat toevoeging door de S-GW van de eigen TEID die functie vervult, erkent Sisvel, in ieder geval in de dagvaarding, ook. De rechtbank verwijst in dit verband naar de randnummers 33 en 36 van die dagvaarding, welke randnummers als volgt luiden: (randnummer 33) ‘In stap 13 stuurt de S-GW het ontvangen verzoek door naar de P-GW, waarbij de S-GW zijn eigen TEID invoegt, aangeduid als “S-GWx TEID”, die de P-GW uiteindelijk zal gebruiken om datapakketten voor de UE naar de S-GW te sturen’.
(randnummer 36) ‘Vervolgens stuurt de S-GW in stap 16 het antwoord naar de MME (…), waarbij de TEID van de P-GW vervangen wordt door de TEID van de S-GW zelf, de “S-GWx TEID”. Het basisstation zal uiteindelijk deze TEID gebruiken om datapakketten naar de S-GW te sturen.’De rechtbank vindt voor dit een en ander ook steun in voormeld standaardspecificatie-document TS 401, waarin wordt opgemerkt dat ‘the Serving GW is the gateway which terminates the interface towards E-UTRAN’ en onder meer als één van de functies van de S-GW ‘packet routing and forwarding’ wordt genoemd (vgl. paragraaf 4.4.3.2 op pagina 41). Dit betekent dat ook de S-GW in de LTE-standaard een wezenlijk onderdeel is van het opzetten van een communicatiekanaal en deze procedure dus niet slechts tussen de MME (het ondersteuningsknooppunt volgens Sisvel) en P-GW (het toegangsondersteuningsknooppunt volgens Sisvel) plaatsvindt, zoals bij het octrooi.
Ad (iv)
4.18.
De rechtbank merkt allereerst op dat Sisvel de in het netwerk van deLTE-standaard aanwezige MME in de dagvaarding expliciet heeft aangeduid als het (enige) ondersteuningsknooppunt in de zin van het octrooi. Door in een latere fase van de procedure, in reactie op een verweer van Xiaomi c.s., anders te betogen, doet zij afbreuk aan de kracht van het (later ingenomen) standpunt dat de MME en S-GW een functionele eenheid zouden zijn. Echter, wat hiervan ook zij, ook in dat later ingenomen standpunt kan Sisvel niet worden gevolgd.
4.19.
Uit hetgeen hiervoor in de rechtsoverwegingen 4.14-4.17 is overwogen, volgt dat niet kan worden gezegd, zoals Sisvel betoogt, dat de MME en de S-GW in deLTE-standaard een ‘in tweeën gesplitst’ ondersteuningsknooppunt in de zin van het octrooi zijn. Zowel de MME als de S-GW hebben immers een afzonderlijke rol in de signalering voor het opzetten van een communicatiekanaal tussen de P-GW en de mobiele telefoon en reageren met verschillende berichtgeving/signalering op het aansluitverzoek van de mobiele telefoon. Indien daadwerkelijk sprake zou zijn van een functionele eenheid, dan zou het voorts niet nodig zijn dat de MME signaleert met de S-GW en vice versa en zou de informatie die het verzoek van de mobiele telefoon bevat om een procedure tot het opzetten van een communicatiekanaal in werking te zetten, na verzending daarvan aan de MME, hetzelfde blijven tot het de beweerdelijke ‘functionele eenheid’ verlaat, wat niet het geval is.
4.20.
Hetgeen naar het oordeel van de rechtbank ook niet past bij het zijn van een functionele eenheid, is dat de MME en de S-GW hun functies kunnen vervullen in steeds wisselende samenstellingen; zo kan gedurende de standaard creëer-communicatiekanaal-procedure de MME bijvoorbeeld dezelfde blijven, terwijl de S-GW kan wisselen. De rechtbank verwijst in dit verband naar paragraaf 5.5.1.1.3 van standaardspecificatie-document TS 401 (pagina 151 en verder), welke paragraaf ‘X2-based handover with Serving GW relocation’ is getiteld.
4.21.
Voor zover Sisvel aanvoert dat ook uit het octrooi zou blijken dat de mobiele telefoon niet altijd met dezelfde fysieke SGSN communiceert, onder verwijzing naar bijvoorbeeld figuur 5, waarin de mogelijkheid wordt getoond dat de mobiele telefoon met een nieuwe SGSN communiceert waar het eerst nog met een oude SGSN communiceerde, faalt dit betoog. Conclusie 7 leest bij figuur 5 immers geheel op de nieuwe SGSN. De standaard creëer-communicatiekanaalprocedure vindt in figuur 5 plaats tussen de (nieuwe) support node en de GGSN (stap 8) na een aansluitverzoek afkomstig van de mobiele telefoon verzonden aan diezelfde (nieuwe) support node (stap 1). De dynamiek die Sisvel in figuur 5 wil lezen, leest de rechtbank daar dan ook niet in. Anders gezegd, in het octrooi is geen voorbeeld te vinden waarin ‘a support node (2)’ waaraan het aansluitverzoek wordt gezonden niet dezelfde ‘(said) support node (2)’ is die samen met de ‘gateway support node’ de standaard creëer-communicatiekanaalprocedure opzet. In de LTE-standaard zijn dat echter wel te onderscheiden netwerkelementen (de MME en de S-GW), die ook nog eens in wisselende combinaties kunnen opereren.
4.22.
De rechtbank acht in dit verband voorts van belang dat als de MME en de S-GW, zoals Sisvel stelt, een functionele eenheid zouden zijn, dit zou moeten meebrengen dat op het moment dat de mobiele telefoon het verzoek om een communicatiekanaalprocedure op te zetten verstuurt, de combinatie van MME en S-GW vaststaat. Xiaomi c.s. hebben echter onbetwist gesteld, en dit vindt ook zijn bevestiging in de hiervoor weergegeven, door Sisvel aangehaalde, afbeelding betreffende de stappen 1-4, dat de mobiele telefoon het betreffende verzoek alleen naar de MME stuurt omdat het op dat moment nog niet weet welk element in het netwerk als S-GW gaat fungeren; de associatie tussen de MME en de S-GW ontstaat pas nadat het aansluitverzoek door de mobiele telefoon is verstuurd en door het netwerk is ontvangen. Met andere woorden, ten tijde van het versturen van het verzoek om een communicatiekanaalprocedure op te zetten is het verzoek van de mobiele telefoon enkel geconfigureerd om een procedure in werking te zetten tussen enige (later nog te bepalen) MME/-S-GW-combinatie (en enige P-GW). Een en ander wordt ook erkend door Sisvel’s deskundige N. Wiffen, waar deze in zijn rapport van 17 april 2020 het volgende vermeldt (randnummer 208):‘When the MME receives the Combined Attach Request from the UE, the MME (like the SGSN in a GPRS system on receipt of a PDP Context Activation Request) internally processes this Attach Request to trigger the establishment of a communication channel in the network. (…) When triggering this process, the MME has to determine which [onderstreping Wiffen, toevoeging rechtbank] S-GW would be appropriate to use (…).’
4.23.
Dat, om de procedure betreffende het opzetten van een communicatiekanaal te voltooien (zie ook hierna), de S-GW de eigen TEID aan het basisstation (eNodeB) doorgeeft, wijst ook niet in de richting van de stelling van Sisvel dat MME en S-GW een functionele eenheid zijn; het doorgeven van de eigen TEID zou niet nodig zou zijn als de MME en de S-GW één zouden zijn; het basisstation zou dan niet van het afzonderlijke bestaan van de S-GW in kennis behoeven te worden gesteld.
4.24.
Sisvel’s argumentatie komt er, bij elkaar genomen, op neer dat het netwerk in de LTE-standaard, in relatie tot het netwerk in het octrooi, in feite het karakter van een ‘black box’ heeft; de structuur van het betreffende netwerk doet er volgens Sisvel niet toe, als maar duidelijk en waarneembaar is welk verzoek het netwerk wordt ingestuurd en hoe dit verzoek het netwerk weer uitkomt en de stappen die daarop betrekking hebben, overeenstemmen met stappen die in het octrooi worden genomen. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat Sisvel hierin niet kan worden gevolgd.
Ad (v) 4.25. Dat de door Sisvel ingeroepen conclusies niet de aanwezigheid van een basisstation vereisen, is naar het oordeel van de rechtbank niet relevant. Waar het in deze zaak om gaat, is of bij de procedure betreffende het opzetten van een communicatiekanaal in de LTE-standaard dezelfde netwerkelementen met dezelfde functies zijn betrokken als in (de ingeroepen conclusies van) het octrooi. Die vraag beantwoordt de rechtbank, zoals volgt uit hetgeen hiervoor is overwogen en hierna zal worden overwogen, ontkennend.
Ad (vi)
4.26.
Naar het oordeel van de rechtbank vereisen de door Sisvel ingeroepen conclusies wel degelijk dat de procedure betreffende het opzetten van een communicatiekanaal wordt voltooid. De in het octrooi belichaamde uitvinding is er immers op gericht dat wordt bereikt dat de mobiele telefoon datapakketten naar het netwerk kan sturen en van dat netwerk kan ontvangen; het ‘attach request’ van de mobiele telefoon is hier op gericht, evenals de procedure om een communicatiekanaal te creëren. De rechtbank verwijst in dit verband naar de paragrafen [0001] en [0002] van de beschrijving van het octrooi, die, voor zover thans van belang, als volgt luiden:(paragraaf [0001])
‘The present invention is directed to methods and devices for attaching a mobile equipment (…) to a wireless communication network so as to be able to originate or receive media such as a phone call, or data or message transmission.’
(paragraaf [0002]) ‘When a user equipment is newly attached to a wireless communication network for receiving and/or originating call, data transmissions or the like, an attachment process for attaching the user equipment to the wireless communication network is necessary.’
Dit een en ander volgt ook uit figuur 5 van het octrooi, dat als laatste stap (stap 10) ‘Attach Complete’ kent. Het is bovendien volgens het octrooi nu juist het voordeel van de ‘gecombineerde attach- en communicatiekanaal procedure’ dat geen verdere signalering nodig is en de datatransmissie onmiddellijk kan beginnen (zie paragraaf [0010] van de beschrijving van het octrooi). Het argument laat overigens onverlet dat, zoals hiervoor is overwogen en anders dan de conclusies van het octrooi vereisen, in de LTE-standaard het aansluitverzoek naar een ander netwerkelement (de MME) wordt verstuurd dan het netwerkelement (de S-GW) dat de communicatiekanaalprocedure opzet met de P-GW.
Slotsom inbreuk
4.27.
Concluderend is de rechtbank van oordeel dat van inbreuk door Xiaomi c.s. op de onafhankelijke conclusies 1 en 7 van het octrooi, geen sprake is, direct noch indirect. Alle overige door Sisvel ingeroepen conclusies (2, 8 en 10) zijn van de conclusies 1 en 7 afhankelijk, zodat (directe of indirecte) inbreuk daarop evenmin kan worden vastgesteld.
4.28.
Sisvel betoogt nog dat, zelfs als moet worden aangenomen dat de mobiele telefoons van Xiaomi c.s. niet voldoen aan de letterlijke omschrijving van de door Sisvel ingeroepen conclusies, Xiaomi c.s. niettemin inbreuk maakt omdat in ieder geval sprake is van equivalentie van de door Xiaomi c.s. verhandelde mobiele telefoons met de door het octrooi beschermde uitvinding. Hierin volgt de rechtbank Sisvel evenmin.
4.29.
Sisvel heeft haar betoog dat sprake is van equivalentie bij dagvaarding niet onderbouwd. Zij heeft enkel bloot gesteld dat de mobiele telefoons van Xiaomi c.s. in wezen dezelfde functie vervullen op in wezen dezelfde wijze en met in wezen hetzelfde resultaat. Dat is onvoldoende. Voor zover Sisvel die stelling nadere invulling heeft gegeven in haar pleitnota (randnummers 174-175) moet dit, zo dit niet al tardief is, worden gepasseerd. Zoals hiervoor is overwogen, verloopt de procedure die wordt ‘getriggerd’ door het verzoek van de mobiele telefoon om een communicatiekanaalprocedure op te zetten, in het netwerk van het octrooi immers op een duidelijk andere wijze dan in het netwerk van de LTE-standaard. Er zijn meer, andere en te onderscheiden netwerkelementen bij betrokken. Van ‘vervullen op in wezen dezelfde wijze’ is dus geen sprake. De rechtbank kan het antwoord op de vraag daar laten of in de LTE-standaard door betrokkenheid van méér elementen bij het opzetten van de communicatiekanaalprocedure, niet méér signalen (moeten) worden verzonden, iets wat het octrooi nu juist zegt te willen vermijden.
Onrechtmatig handelen?
4.30.
Aan haar vorderingen legt Sisvel ook onrechtmatig handelen van Xiaomi c.s. ten grondslag. Die grondslag heeft zij evenwel, los van het gestelde inbreukmakend handelen (direct dan wel indirect dan wel door equivalentie) en het niet FRAND onderhandelen, geen handen en voeten gegeven. Nu de rechtbank van oordeel is dat Xiaomi c.s. geen inbreuk maakt op het octrooi, kan ook geen sprake zijn van het door Sisvel gestelde onrechtmatig handelen. Voor zover in de stellingen van Sisvel moet worden gelezen dat zij Xiaomi c.s. andere onrechtmatige handelingen verwijt, zoals handelen in groepsverband en (anderszins) betrokkenheid bij octrooi-inbreuk, heeft zij dit evenmin voldoende concreet gemaakt en is dit verwijt evenzeer gestoeld op de onjuiste premisse dat sprake is van inbreuk op het octrooi. Voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op een commune onrechtmatige daad, komen zij dus evenmin voor toewijzing in aanmerking.
Slotsom
4.31.
Het voorgaande leidt er toe dat de vordering van Sisvel in de hoofdzaak in conventie moet worden afgewezen. De andere niet-inbreuk verweren van Xiaomi c.s. behoeven, gelet hierop, geen bespreking meer, net zo min als haar FRAND-verweer.
In de incidenten
4.32.
Wat voor de vordering in de hoofdzaak in conventie geldt, geldt ook voor de vordering van Sisvel tot het treffen van een voorlopige voorziening; ook daarvan moet afwijzing volgen, nu Sisvel aan de in dat verband gevorderde verboden hetzelfde ten grondslag legt als aan de verboden die zij in de hoofdzaak in conventie vordert.
4.33.
Dat in de hoofdzaak in conventie het FRAND-verweer van Xiaomi c.s. geen bespreking meer behoeft, betekent ook dat Xiaomi c.s. geen belang meer heeft bij een beslissing over het exhibitie-incident dat zij in verband met het voeren van dat verweer heeft opgeworpen, zodat de vordering in genoemd incident moet worden afgewezen. Deze afwijzing brengt mee dat de voorwaarde waaronder Sisvel haar exhibitie-incident heeft opgeworpen, niet is vervuld, zodat aan een beoordeling van die vordering niet wordt toegekomen. De in het kader van dat voorwaardelijk exhibitie-incident door Xiaomi c.s. ingestelde reconventionele vordering deelt dit lot.
4.34.
De rechtbank gaat ervan uit dat Sisvel en Xiaomi c.s. de in het kader van het artikel 22 Rv-bevel van de rechtbank (zie hiervoor onder 1.1) over en weer overgelegde vertrouwelijke stukken zullen retourneren dan wel vernietigen en de kennis die zij op basis van die stukken hebben opgedaan, geheim zullen houden zoals eerder door de rechtbank bepaald.
Bezwaren
4.35.
In haar akte houdende overlegging reactieve producties ten aanzien van de techniek betoogt Sisvel dat Xiaomi c.s. in haar akte houdende overlegging nadere producties (techniek, EP 272) stellingen heeft ingenomen die zij in processtukken van eerdere datum niet innam. Aan deze (nieuwe) stellingen moet, om die reden, voorbij worden gegaan, aldus Sisvel. Geen van de stellingen die volgens Sisvel bij de beoordeling buiten beschouwing moet blijven, betreffen echter het niet-inbreukverweer van Xiaomi c.s. dat de rechtbank volgt. Sisvel heeft daarom geen belang meer bij een beslissing op het door haar geuite bezwaar.
4.36.
Een beslissing op het door Xiaomi c.s. geuite bezwaar tegen de bij de akte houdende overlegging reactieve producties ten aanzien van de techniek door Sisvel ingediende vier (nieuwe) hulpverzoeken kan evenzeer achterwege blijven wegens gebrek aan belang daarbij, nu de rechtbank met voorbijgaan aan de vraag naar de geldigheid van het octrooi (waarop de hulpverzoeken betrekking hebben), heeft geoordeeld dat geen inbreuk wordt gemaakt.
In voorwaardelijke reconventie
4.37.
De uitkomst in de hoofdzaak in conventie brengt mee dat de voorwaarde waaronder Xiaomi c.s. haar vordering in reconventie heeft ingesteld, niet wordt vervuld. Aan beoordeling van die vordering wordt daarom niet toegekomen.
De proceskosten
4.38.
Met in het verschiet nog een zitting over het FRAND-verweer van Xiaomi c.s. (zie hiervoor onder 1.2 en 1.4) hebben partijen hun kosten nog niet geheel gespecificeerd.
4.39.
De rechtbank zal daarom iedere beslissing aanhouden tot de datum die na afloop van het pleidooi dat is gehouden op 19 juni 2020, (nader) zal worden bepaald als de datum waarop eindvonnis zal worden gewezen.
5. De beslissing
De rechtbank:
houdt iedere beslissing aan tot de datum die na afloop van het pleidooi dat is gehouden op 19 juni 2020, (nader) zal worden bepaald als de datum waarop eindvonnis zal worden gewezen;
brengt dit tussenvonnis ter kennis van de zittingscombinatie ten overstaan waarvan het pleidooi op 19 juni 2020 heeft plaatsgevonden.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.F. Brinkman, mr. J.E. Bierling en mr.ir. J.H.F. de Vries en in het openbaar uitgesproken door mr. D. Nobel, rolrechter, op 4 november 2020.
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 04‑11‑2020
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
De rechtbank constateert dat de producties, qua nummering, niet aansluiten op de producties die zijn gevoegd bij de aan de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie voorafgaande incidentele conclusie ex artikel 1019a jº artikel 843a Rv en/of toepassing van artikel 22 Rv van Xiaomi c.s..
Het pleidooi is aangepast en via een videoverbinding verlopen als gevolg van de uitbraak van het Coronavirus.
Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken
Rijksoctrooiwet 1995
Randnummer 24 van de pleitnota van Sisvel.
De rechtbank merkt op dat uit de figuren betreffende de stappen 15 en 16 (zie rechtsoverweging 4.7) lijkt te kunnen worden afgeleid dat ook de TEID van de MME in het Create Session Response bericht van de P-GW aande S-GW is opgenomen, welke TEID echter niet naar de MME wordt doorgesignaleerd. Omdat zij dit verschil niet heeft kunnen ontwaren in het hierna nog te bespreken standaardspecificatie-document TS 401, heeft zij dit buiten beschouwing gelaten.
In de LTE-standaard gaan de gebruikersgegevens via de ‘user plane’ en de besturingsgegevens via de ‘control plane’.