Regres bij concernfinanciering
Einde inhoudsopgave
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/6.5.1:6.5.1 Zekerheden in het Duitse recht
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/6.5.1
6.5.1 Zekerheden in het Duitse recht
Documentgegevens:
mr. drs. C.H.A. van Oostrum, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. C.H.A. van Oostrum
- JCDI
JCDI:ADS583899:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij het aangaan van een kredietfaciliteit of een lening dient een concern zekerheden te verschaffen. De schuldenaar kan hiertoe gebruikmaken van verschillende typen zekerheden. Het palet aan zekerheden dat het Duitse recht biedt omvat Real- en Personalsicherheiten (zakelijke- en persoonlijke zekerheden). Afhankelijk van de zekerheid zijn deze zekerheden wettelijk of buitenwettelijk geregeld en hebben een accessoir of een niet-accessoir karakter.
Realsicherheiten zijn te onderscheiden in: Mobiliarsicherheiten, zekerheden op roerende zaken, Immobiliarsicherheiten, zekerheden op onroerende zaken en Sicherheiten an Rechten, zekerheden op vermogensrechten. Hierbij zijn accessoire zekerheden voor hun ontstaan, omvang en voortbestaan, van de gesecureerde vordering afhankelijk. Accessoire zekerheden zijn, net zoals in het Nederlandse recht: Bürgschaft, Hypothek en Pfandrecht. De niet-accessoire zekerheden zijn onafhankelijk van de aan de zekerheid ten grondslag liggende vordering. Tot de niet-accessoire zekerheden behoren: Schuldbeitritt, Sicherungsgrundschuld, Sicherungsübereignung en Sicherungszession.
Tot de persoonlijke zekerheden behoren de Bürgschaft, de Schuldbeitritt, de Garantie en de Patronatserklärung. Voor zover deze zekerheden hoofdelijke aansprakelijkheid bewerkstelligen in de zin van § 421 BGB, is het regressysteem van § 426 BGB van toepassing op de interne verdeling van de schuld.1 Wanneer de persoonlijke zekerheidsverlening geen hoofdelijkheid tot gevolg heeft, wordt er desalniettemin dikwijls een op § 426 BGB geïnspireerde regeling toegepast om de onderlinge verhouding tussen schuldenaren vorm te geven.2
Figuur 6.2 Schematische weergave van zekerheden naar Duits recht
Onderstaand worden achtereenvolgens de Bürgschaft, de Schuldbeitritt en de Patronatserklärung besproken. Hierbij is aandacht voor het betreffende leerstuk en met dit leerstuk samenhangende rechtsverhouding tussen de schuldenaren onderling. Deze paragraaf dient als achtergrond voor § 6.6 waar de betreffende zekerheden worden geduid binnen upstream zekerheidsverlening in concernverband.