De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV
Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/7.1:7.1 Inleiding
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/7.1
7.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS375819:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Sinds 1 januari 2013 kan elke rechtspersoon als bedoeld in art. 2:344 BW een onderzoek naar zijn eigen beleid en gang van zaken verzoeken. Uit art. 2:346 lid 1 sub d en lid 2 BW volgt dat het verzoek als bedoeld in art. 2:345 BW “namens de rechtspersoon” wordt ingediend door het bestuur, de raad van commissarissen of de niet uitvoerende bestuurders in een one tier board. In § 7.2 kijk ik eerst naar de (parlementaire) geschiedenis van de mogelijkheid tot zelfonderzoek door de rechtspersoon. In § 7.3 bespreek ik vervolgens aan welke voorwaarden het bestuur (of een bestuurder) moet voldoen om een enquêteverzoek namens de vennootschap in te dienen. Het gaat daarbij in het bijzonder om de vraag of bij indiening van het verzoekschrift sprake is van besluitvorming of vertegenwoordiging. Hetzelfde bespreek ik voor de raad van commissarissen en de niet uitvoerende bestuurders in een one tier vennootschap in § 7.4. Vervolgens komt de enquêtebevoegdheid van een geschorste bestuurder en commissaris aan bod (§ 7.5). Als laatste bespreek ik de werking van art. 2:349 lid 1, derde volzin, BW (§ 7.6). In § 7.7 kom ik tot een conclusie.