Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/925
Witwassen van contante geldbedragen van € 100.000 en € 107.000 (art. 420bis lid 1 sub b Sr). Ontslag van alle rechtsvervolging in eerste aanleg t.a.v. geldbedrag van € 100.000. Bewijsklacht geldbedrag van € 107.000. Is geldbedrag afkomstig uit enig misdrijf? HR: V.zv. middel klaagt dat ’s hofs oordeel dat verklaringen van verdachte dat hij (i) op 1 januari 2013 (aanvangsdatum kasopstelling) € 18.700 in kas had, (ii) van vader € 10.030 contant heeft ontvangen als terugbetaling van lening en (iii) van schoonvader driemaal € 5.000 als schenking heeft ontvangen, ‘weinig concreet en amper verifieerbaar’ zijn, onvoldoende is gemotiveerd, slaagt het om redenen vermeld in CAG. CAG: Hof heeft geen aparte overweging gewijd aan deze verklaringen maar meer algemeen overwogen dat verdachte ‘enkele weinig concrete en amper verifieerbare verklaringen heeft gegeven voor herkomst van geldbedrag van € 107.000 die niet aannemelijk zijn c.q. hoogst onwaarschijnlijk worden geacht’. V.zv. deze passage niet slechts samenvatting is van ’s hofs voorgaande overwegingen, waarin geen aandacht is besteed aan die verklaringen, ontbreekt een motivering voor dit oordeel. Zonder deze motivering is ’s hofs oordeel niet begrijpelijk. Van deze verklaringen kan niet zonder meer worden gezegd dat zij niet concreet zijn of geen aanknopingspunten bieden voor verificatie. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.
HR 01-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1218
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/01430
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1218, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:651, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 18‑06‑2024
Essentie
Witwassen van contante geldbedragen van € 100.000 en € 107.000 (art. 420bis lid 1 sub b Sr). Ontslag van alle rechtsvervolging in eerste aanleg t.a.v. geldbedrag van € 100.000. Bewijsklacht geldbedrag van € 107.000. Is geldbedrag afkomstig uit enig misdrijf? HR: V.zv. middel klaagt dat ’s hofs oordeel dat verklaringen van verdachte dat hij (i) op 1 januari 2013 (aanvangsdatum kasopstelling) € 18.700 in kas had, (ii) van vader € 10.030 contant heeft ontvangen als terugbetaling van lening en (iii) van schoonvader driemaal € 5.000 als schenking heeft ontvangen, ‘weinig concreet en amper verifieerbaar’ zijn, onvoldoende is gemotiveerd, slaagt het om redenen vermeld in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.