De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/7.4.1:7.4.1 Inleiding
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/7.4.1
7.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS367584:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor concludeerde ik dat bij het begrip overwegende zeggenschap in de acting in concert-definitie in afwijking van art. 5:70 lid 1 Wft moet worden uitgegaan van een materieel controlecriterium (§ 7.3.3). Dat is naar mijn mening reeds naar huidig recht het geval. Echter, van een uitgewerkt criterium is geen sprake en dat is wel waaraan in de rechtspraktijk een grote behoefte bestaat. In het vervolg van dit hoofdstuk onderzoek ik hoe dit criterium eruit zou moeten zien (§ 7.5-7.6).
Voorafgaand daaraan analyseer ik de belangrijkste uitgangspunten bij de invulling van het materiële controlecriterium. Allereerst komt aan de orde de noodzaak van een nieuw materieel controlecriterium; naar thans geldend recht kennen we dat nog niet (§ 7.4.2). Vervolgens bespreek ik de voorwaarden waaraan het controlecriterium moet voldoen (§ 7.4.3) en analyseer ik – aan de hand van die voorwaarden – welke criterium het meest geschikt is (§ 7.4.3.5).