Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/6.4.1.2.1
6.4.1.2.1 Aansprakelijkheid van bestuurders op grond van Peeters/Gatzen
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232358:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Voor de vraag hoe wel te handelen in een situatie als deze, zie P. Blokland, W. Burgerhart en W.D. Kolkman, ‘Hanteerbaar familievermogensrecht in tijden van crisis’, WPNR 2013/6966.
HR 14 januari 1983, NJ 1983/597 (Peeters/Gatzen). Zie over deze vordering W.J. van Andel, ‘Materieel faillissementsrecht: de Peeters/Gatzen-vordering’, Preadviezen uitgebracht voor de Vereniging voor Burgerlijk Recht, Deventer: Kluwer 2006. Zie verder voor de Peeters/Gatzen-vordering, P.J. Hooghoudt & D.C. van Sisseren-Roessingh, ‘Een redelijke uitkomst als leidraad voor afbakening van de Peeters/Gatzen-vordering’, Maandblad voor Vermogensrecht 2018/2.
W.J. van Andel, ‘Materieel faillissementsrecht: de Peeters/Gatzen-vordering’, Preadviezen uitgebracht voor de Vereniging voor Burgerlijk Recht, Deventer: Kluwer 2006, p. 36.
A.J. Verheij, Onrechtmatige daad (Monografieën Privaatrecht nr. 4), Deventer: Wolters Kluwer 2015, nr. 28.
HR 24 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BF3917, NJ 2009/416, m.nt. P. van Schilfgaarde (Dekker q.q./ Lutèce).
HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758, NJ 2006/659 (Ontvanger/Roelofsen).
HR 23 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1204, NJ 2014/325, m.nt. P. van Schilfgaarde.
Stel, tot de nalatenschap behoort een huis met een waarde van € 200.000 en € 100.000 aan contanten. Aan de passiefzijde is een hypothecaire schuld aan de bank van € 195.000, aangegaan voor de aankoop van het huis en overige schulden van € 100.000. Als het bestuur van de bij dode opgerichte stichting onder dreiging van executie van het huis de rente op de hypothecaire schuld blijft voldoen, schaadt het bestuur daardoor mogelijk de overige schuldeisers terwijl de hypothecaire schuld (en de rente daarover) niet preferent is.1 Bij faillissement van de bij dode opgerichte stichting zou dat tot een zogenoemde Peeters/Gatzen-vordering kunnen leiden.2 Een nadere toelichting is op zijn plaats.
In geval van faillissement kan de curator ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers van een rechtspersoon een vordering tot schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad instellen tegen een derde die bij benadeling van schuldeisers is betrokken, ook al komt een dergelijke vordering niet aan de gefailleerde rechtspersoon zelf toe. De grondslag van deze Peeters/Gatzen-vordering is gelegen in de schending van een zorgvuldigheidsnorm die strekt tot bescherming van de gezamenlijke schuldeisers.3 De curator stelt deze vordering in namens de gezamenlijke schuldeisers. Deze bevoegdheid van de curator is niet privatief, waardoor ook de benadeelde schuldeisers zelf deze vordering kunnen instellen.4 Het doel van deze vordering is de boedel te herstellen in de staat waarin zij verkeerd zou hebben zonder de onrechtmatige benadeling, zodat zij vervolgens kan worden verdeeld in overeenstemming met de wettelijke rangorde.5
Ook de bestuurder van een rechtspersoon kan een dergelijke derde zijn tegen wie de vordering tot schadevergoeding ingesteld kan worden. Hij is immers niet rechtstreeks partij in de verhouding tussen de rechtspersoon en zijn schuldeisers. In dat geval is het mogelijk dat de curator van de rechtspersoon de (voormalige) bestuurders aanspreekt op grond van onrechtmatige daad. Daarbij wordt dezelfde norm van persoonlijk ernstig verwijt aangelegd als in Ontvanger/Roelofsen,6 zo oordeelde de Hoge Raad in 2014, waardoor de lat voor persoonlijke aansprakelijkheid hoog ligt.7
Zoals hiervoor al bleek, sluit ik niet uit dat in het geval van het zuiver aanvaarden van de nalatenschap van de erflater, in plaats van aanvaarding onder het voorrecht van boedelbeschrijving, een bestuurder een ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt.