Einde inhoudsopgave
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/4.7
4.7 Belgisch Centraal Register Solvabiliteit
mr. H.J. de Kloe, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. H.J. de Kloe
- JCDI
JCDI:ADS708293:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Memorie van toelichting, Parl.St. Kamer 2016-17, nr. 54-2407/001, p. 4.
Parl.St. Kamer 2015-16, nr. 54-1779/001.
Zie bijvoorbeeld het interview met Annemie Moens, voorzitter van de commissie curatoren, in Ad Rem 2014, afl. 4, p. 6-8.
B. Schoenaerts, ‘Regsol’, www.jubel.be/regsol, 13 november 2017 (laatst geraadpleegd: 7 november 2022).
Artikel I.22 onder 6° WER.
Artikel XX.131 § 1 WER.
Artikel XX.131 § 2 jo. artikel XX.18 WER.
Artikel XX.131 § 2.
Artikel 1 onder 1° en bijlage 1 t/m 3 van het Koninklijk Besluit van 23 maart 2017 houdende de werking van het Centraal Register Solvabiliteit. Het besluit en de bijlagen zijn aangepast na de inwerkingtreding van Boek XX WER bij Koninklijk Besluit van 26 april 2018.
Artikel XX.9 WER.
Artikel XX.3 WER.
De Orde van Vlaamse Balies en de Ordre des barreaux francophones et germanophone.
Zie bijvoorbeeld het persbericht van 1 maart 2017 van de Orde van Vlaamse Balies (OVB) getiteld ‘Digitalisering justitie: advocatuur levert zware financiële inspanningen & realiseert RegSol’. Uit dit persbericht volgt dat alleen de OVB in de eerste helft van 2017 EUR 1,2 miljoen heeft geïnvesteerd in het project. Verdere informatie over de hoogte van de kosten heb ik niet kunnen vinden.
Artikel 1 Koninklijk Besluit van 27 maart 2017 houdende de bepaling van het bedrag van de retributie, evenals de voorwaarden en de modaliteiten van de inning ervan in het kader van het Centraal Register Solvabiliteit.
Zie voor (de hoogte van) deze vergoedingen het in de vorige voetnoot vermelde Koninklijk Besluit en artikel 1 van het Koninklijk Besluit van 16 november 2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 maart 2017 houdende de bepaling van het bedrag van de retributie, evenals de voorwaarden en de modaliteiten van de inning ervan in het kader van het Centraal Register Solvabiliteit.
Artikel XX.18 § 3 WER.
In België is relatief recent een nieuw digitaal insolventieregister geïntroduceerd. Dat register geldt als centrale plek voor informatieverschaffing aan schuldeisers en andere belanghebbenden. Naar mijn mening kan Nederland voor een verdere ontwikkeling van het CIR inspiratie opdoen uit de wijze waarop de informatievoorziening in België is geregeld. Om die reden worden in deze paragraaf kort de hoofdlijnen van het Belgische register uiteengezet. In de volgende paragraaf wordt deze regeling gebruikt voor het doen van voorstellen ter verbetering van de informatievoorziening over de afwikkeling van Nederlandse faillissementen.
In België is het insolventierecht een aantal jaar geleden herzien. Op 1 mei 2018 is Boek XX, Insolventie van ondernemingen, van het Wetboek van economisch recht (WER) in werking getreden. Het doel van de invoering van Boek XX WER was om de wetgeving die ziet op de insolventie van onderneming onder te brengen in één wet, maar ook om het insolventierecht te moderniseren.1 Reeds voor invoering van Boek XX WER is het insolventieregister grondig gemoderniseerd met de invoering van het Centraal Register Solvabiliteit. Deze modernisering heeft in een snel tempo plaatsgevonden: het wetsvoorstel tot invoering van het Centraal Register Solvabiliteit is op 20 april 2016 ingediend2 en op 1 april 2017 is de wet in werking getreden. Wel is het zo dat men al langere tijd bezig was met het elektronische faillissementsdossier.3 Ook is voortgebouwd op het reeds in België bestaande systeem Failmanager.4
Hoofdstuk 3 van Boek XX, Insolventie van ondernemingen, van het Wetboek van economisch recht (WER) bevat algemene bepalingen over het Belgische insolventieregister, dat de naam ‘Centraal Register Solvabiliteit’ draagt5. Het register is toegankelijk via www.regsol.be en bevat voor ieder faillissement een dossier, waarin onder meer de processen-verbaal van verificatie van de schuldvorderingen, verslagen en uitdelingslijsten zijn opgenomen.6 Toegang tot het dossier hebben in ieder geval de schuldenaar en schuldeisers.7 Daarnaast kunnen andere belanghebbenden via het register toegang vragen tot het dossier. De rechter-commissaris beslist over de aanvraag.8 Een beperkt aantal stukken dat onderdeel uitmaakt van het faillissementsdossier, waaronder een aantal door de curator ingediende verzoekschriften, is toegankelijk voor schuldeisers en belanghebbenden. In een Koninklijk Besluit is deze toegankelijkheid nader uitgewerkt.9 Plaatsing van een bericht in het register geldt als mededeling of kennisgeving, mits betrokkenen hiervan een melding krijgen.10 In beginsel beginnen termijnen te lopen op het moment van plaatsing in het register.11
Op grond van artikel XX.16 lid 1 WER staan de Belgische advocatenbalies12 in voor de inrichting en het beheer van het register. Op grond van dit artikel hebben de balies de ontwikkeling van het register ook bekostigd.13 De kosten voor de inrichting en het beheer van het register worden gedragen door de heffing van retributies. In eerste instantie werd EUR 6 in rekening gebracht voor de indiening van een vordering of inzage in een faillissementsdossier middels het register zonder indiening van een vordering.14 Sinds 1 januari 2019 is dit bedrag niet meer verschuldigd. Sindsdien is uitsluitend de insolventiefunctionaris een retributie verschuldigd voor het beheer van het dossier middels het register. In faillissementen is de hoogte van deze retributie afhankelijk van de hoogte van het boedelactief. Daarnaast kan tegen betaling op grond van artikel XX.131 § 2 WER een fysieke kopie gekregen worden van bepaalde stukken die zijn opgenomen in het register.15
Tot slot is het vermeldenswaardig dat degene die deelneemt aan de verzameling, verwerking of mededeling van (onderdelen van) een faillissementsdossier of kennis heeft van die gegevens, het vertrouwelijke karakter daarvan in acht moet nemen.16 Degene die deze vertrouwelijkheid schendt, is strafbaar op grond van artikel 458 van het Strafwetboek.