Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/4.2.1
4.2.1 Statelijk recht en de RMBCA
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS410230:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Op beursgenoteerde vennootschappen is ook federale regelgeving van toepassing, in het bijzonder de Securities Act van 1933 en de Securities Exchange Act van 1934. Aangezien in dit onderzoek de nietbeursgenoteerde vennootschap centraal staat, zullen deze regels verder buiten beschouwing worden gelaten. Bainbridge merkt hierover op: “A fair rule of thumb is that state law is concerned with the substance of corporate governance, while federal law is concerned with disclosure and a limited number of procedural aspects of corporate governance [of public corporations] (such as the solicitation of proxies and the conduct of a tender offer)” (Bainbridge 2009, p. 11).
Dit geldt alleen niet voor the District of Columbia en Puerto Rico.
De UBCA was een product van the Conference of Commissioners on Uniform State Laws.
Hamilton 1985, p. 1457.
Hamilton wijst erop dat een uniform act bedoeld is om in zijn geheel overgenomen te worden, terwijl een model act ook slechts deels kan worden geïmplementeerd. Zijns inziens leent het vennootschapsrecht zich beter voor de laatste variant, aangezien het niet noodzakelijk is dat alle vennootschapsrechtelijke bepalingen van de staten gelijk zijn (Hamilton 1985, voetnoot 16).
MBCA Annotated 2009, p. viii.
Het vennootschapsrecht wordt in Amerika door iedere staat zelfstandig geregeld.1 Bijna alle staten voorzien in een ‘eigen’ corporation statute, waarin de regels met betrekking tot de oprichting en interne aangelegenheden van de kapitaalvennootschap zijn neergelegd.2 Toch bestaan er op grote lijnen veel overeenkomsten tussen de verschillende statelijke wetten. Hieraan heeft in het bijzonder de introductie van de Model Business Corporation Act (MBCA) bijgedragen. Al in 1928 werd een eerste aanzet gegeven tot enige vorm van harmonisatie van het vennootschapsrecht van de staten, door de introductie van de Uniform Business Corporation Act.3 De tijd bleek daarvoor toen echter nog niet rijp; slechts drie staten namen deze modelwet destijds over.4 In 1950 publiceerde de Committee on Corporate Laws of the Section of Business Law van de American Bar Association voor het eerst de Model Business Corporation Act. Door het woord ‘uniform’ te vervangen door ‘model’ werd het signaal afgegeven dat de voorbeeldregeling geen harmonisatie beoogt, maar slechts dient als hulpmiddel voor de statelijke wetgevers bij het ontwerpen van regelgeving op dit complexe rechtsgebied.5 De MBCA werd aanzienlijk beter ontvangen dan zijn voorganger en veel (met name kleine) staten gingen over tot implementatie van zijn bepalingen. In 1984 is de MBCA, na een grondige voorbereiding en uitgebreid consultatieproces, ingrijpend herzien, waarbij de bepalingen inzake het kapitaal van de vennootschap vergaand zijn gewijzigd. Naar de herziene wet wordt hierna verwezen met Revised Model Business Corporation Act (RMBCA).
De RMBCA is vormgegeven als een op zichzelf staande wet die in zijn geheel of ten dele door de statelijke wetgevers kan worden overgenomen. Op dit moment hebben dertig staten de modelwet helemaal of nagenoeg helemaal geïmplementeerd, drie staten hun vennootschapsrecht gebaseerd op eerdere versies daarvan en veel andere staten ten slotte delen van de modelregeling overgenomen.6 In het volgende hoofdstuk zal nader worden ingegaan op de bepalingen van de RMBCA, in het bijzonder op de regels die zien op het kapitaal en de uitkering van dividend.