Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/9.3.10.1:9.3.10.1 Inleiding
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/9.3.10.1
9.3.10.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648755:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een belangrijk probleem dat Wibier wil oplossen met de wilsrechttheorie, is het in verschillende handen geraken van de hoofdvordering (de vordering op de vrijgestelde rechtspersoon) en de 403-vordering (de vordering op de consoliderende rechtspersoon).
Doordat een hoofdvordering overgaat op een nieuwe schuldeiser, kan het voorkomen dat de oorspronkelijke schuldeiser, die niet meer de rechthebbende van de hoofdvordering is, nog wel de rechthebbende is van de 403-vordering. Ook zou het kunnen zijn dat het wilsrecht bij de oorspronkelijke schuldeiser is achtergebleven. De voorbeeldsituatie waarin dit kan gebeuren, is wanneer de oorspronkelijke schuldeiser zijn vordering cedeert aan een derde. In de navolgende paragrafen zal worden bezien of en hoe dit probleem binnen de wilsrechttheorie kan worden opgelost.