Forumkeuze in het Nederlandse internationaal privaatrecht
Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/12.4.3:12.4.3 Forumkeuze in een trust in commuun internationaal privaatrecht
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/12.4.3
12.4.3 Forumkeuze in een trust in commuun internationaal privaatrecht
Documentgegevens:
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS411946:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Idem: Vischer, Internationales Vertragsrecht, p. 606 voor art. 5 IPRG.
Verbeke, in: Erauw e.a. (red.), WIPR Becommentarieerd, p. 653.
Verbeke, in: Erauw e.a. (red.), WIPR Becommentarieerd, p. 661.
Memorie van Toelichting art. 123 WIPR, p. 130.
Vgl. Verbeke, in: Erauw e.a. (red.), WIPR Becommentarieerd, p. 662 voor trusts in het kader van « estate planning ».
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De forumkeuze in een trust is in het commune internationaal privaatrecht van belang, omdat een forumkeuze in een trust rechtsmacht van de gerechten van een EG-lidstaat of verdragsluitende staat kan vestigen (bijv. een Australische trust met Amerikaanse beneficiaris 'gemanaged' door een Engelse trustee met een forumkeuze voor de Parij se rechter) of daaraan rechtsmacht kan ontnemen (bijv. door een forumkeuze ten gunste van de Canadese rechter). In de EG-lidstaten c.q. verdragsluitende staten dient naar mijn mening art. 23 lid 4 EEX-V°/17 lid 2 Verdrag in het commune internationaal privaatrecht naar analogie te worden toegepast. Indien door een oprichtingsakte van een trust of in een trust die bij schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst is opgericht een gerecht of gerechten zijn aangewezen, is of zijn het gerecht c.q. de gerechten bij uitsluiting bevoegd kennis te nemen van een vordering tegen een oprichter, een trustee, of een begunstigde van een trust als het gaat om betrekkingen tussen deze personen of om hun rechten of verplichtingen in het kader van de trust. Gerechten van andere staten dienen zich onbevoegd te verklaren. Het omgekeerde is mijns inziens eveneens juist: derogeert een forumkeuze aan de rechtsmacht van de EG-lidstaten c.q. verdragsluitende staten, dan dienen zij zich onbevoegd te verklaren.
Opvallend is dat in het Nederlandse commune internationaal privaatrecht geen bepaling is opgenomen die vergelijkbaar is met art. 23 lid 4 EEX-V°/17 lid 2 Verdrag. Art. 8 Rv regelt prorogatie of derogatie van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter door een trust niet. Mijns inziens staat dat aan een toepassing naar analogie van art. 23 lid 4 EEX-V°/17 lid 2 Verdrag niet in de weg, omdat de trust een Angelsaksische rechtsfiguur is waarvoor de wetgever blijkbaar geen bijzondere bepaling in art. 8 Rv heeft willen opnemen. Gelet op de gemeenschappelijke grondslag van art. 23 EEX-V°/ 17 Verdrag en art. 8 Rv, te weten de partijautonomie, zie ik geen reden om een verschil te maken tussen beide artikelen. Met een forumkeuze in een trustakte dient de Nederlandse rechter op gelijke voet rekening te houden als met een overeenkomst, mits de trust voldoet aan de voorwaarden van art. 23 lid 4 EEX-V°/17 lid 2 Verdrag.1 De Nederlandse rechter zal eveneens rekening dienen te houden met de trust die is opgericht door een schriftelijke overeenkomst of een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst. Hiervoor kan echter wel rechtstreeks een beroep worden gedaan op art. 8 eerste en tweede lid Rv, omdat een dergelijke trust tevens een overeenkomst is in de zin van dit artikel.
De Belgische wetgever heeft de mogelijkheid van een forumkeuze in een trustakte wel onderkend. Art. 123 lid 2 WIPR bepaalt dat de art. 6 en 7 WIPR naar analogie van toepassing zijn, indien in een trustakte de bevoegdheid wordt toegekend aan de Belgische of buitenlandse gerechten of aan één van hen. In art. 122 WIPR is het begrip `trust' voor de toepassing van deze wet gedefinieerd en daarbij aangesloten bij art. 2 Haags Trustverdrag.2 Het toepassingsbereik van de art. 122 — 125 WIPR wordt daardoor beperkt. Art. 123 lid 2 WIPR beperkt de toepassing nog verder doordat het alleen gaat om de forumkeuzen in een trustakte, zodat bijv. een 'implied trust', `statutory trust' of een `constructive trust' niet onder deze bepaling vallen. Hoewel art. 123 lid 2 WIPR dat niet uitdrukkelijk bepaalt — anders dan art. 23 lid 3 EEX-V°/17 lid 2 Verdrag — heeft de bepaling slechts betrekking op geschillen die voortvloeien uit de interne verhoudingen van de trust.3 Art. 123 WIPR laat prorogatie en derogatie van de Belgische gerechten toe en sluit verder aan bij art. 23 EEX-V°/17 Verdrag waarop de bepaling blijkens de wetsgeschiedenis is gebaseerd.4 Voor trusts is belangrijk dat art. 6 WIPR een 'betekenisvolle band' met België vereist. Aannemende dat de meeste trusts worden opgericht in Angelsaksische staten en daar gemanaged worden, zal bij een aanwijzing van de Belgische gerechten zich de vraag voordoen of een voldoende band met België bestaat (gelet op het geheel van de omstandigheden).5 Tot slot trekken in art. 123 lid 2 WIPR de woorden 'naar analogie' de aandacht, omdat zij ontbreken in art. 23 lid 4 EEX-V°/17 lid 2 Verdrag. Mijns inziens is daarmee slechts beoogd dat een overeenkomst niet behoeft te bestaan, zoals de art. 6 lid 1 en 7 lid 1 WIPR die vereisen. Dat vloeit voort uit de omstandigheid dat een trustakte een eenzijdige rechtshandeling kan zijn.