Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/11.3.5
11.3.5 Geen toepassing van het innovatieboxregime
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491683:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 21 december 2016, Stb. 2016, 544.
In de periode 1 januari 2007 t/m 31 december 2016 gold deze eis alleen voor de zuivere splitser en de verkrijger(s).
Kamerstukken II 2016/17, 34 552, nr. 3, p. 64-65.
Ik formuleer bewust voorzichtig. De wetgever heeft dit niet expliciet opgemerkt. Mijns inziens kan dit echter impliciet uit de toelichting worden afgeleid. Ik kom hierop terug in onderdeel 11.3.11.2.
Dat is ook gebeurd. Zie de onderdelen 11.4.4.5 en 11.4.5.5.
Wellicht houdt dit verband met overgangsrecht met betrekking tot de voormalige octrooibox en de daaraan gekoppelde boxruimte. Zie art. VIII in de Wet van 23 december 2009, Stb. 2009, 609. De wetgever heeft wat betreft de interactie tussen de voormalige octrooibox en een fiscaal gefaciliteerde splitsing namelijk met name gedacht aan de verdeling van de boxruimte. Zie Kamerstukken II 2005/06, 30 572, nr. 3, p. 70.
Met ingang van 1 januari 2017 is het innovatieboxregime ingrijpend gewijzigd.1 Dat regime is opgenomen in art. 12b t/m 12bg Wet VPB 1969. Het is een optionele regeling op grond waarvan kwalificerende voordelen uit hoofde van een door de belastingplichtige zelf voortgebracht kwalificerend immaterieel activum niet volledig, maar slechts voor een beperkt gedeelte tot de belaste grondslag van de belastingplichtige worden gerekend. In verband met deze wijzigingen is ook art. 14a, lid 2, Wet VPB 1969 met ingang van 1 januari 2017 aangepast. Om voor de daarin opgenomen wettelijke doorschuifregeling in aanmerking te komen, is vereist dat alle rechtspersonen die deelnemen aan een afsplitsing of een zuivere splitsing de innovatiebox niet toepassen.2 In de toelichting heeft de wetgever aangegeven dat het op deze manier mogelijk wordt om standaardvoorwaarden aan de fiscale facilitering te kunnen verbinden als de innovatiebox door een of meer splitsingspartners wordt toegepast.3 In de toelichting staat verder dat op deze wijze kan worden bereikt dat een fiscaal gefaciliteerde afsplitsing, waarbij een immaterieel activum overgaat van de afsplitser naar verkrijger, de toepassing van de innovatiebox niet beïnvloedt.4 Daaruit leid ik af dat het hier centraal staande vereiste voor toepassing van de wettelijke doorschuifregeling samenhangt met de fiscale indeplaatstreding. Kennelijk is de gedachte dat een verkrijger in het geval van een fiscaal begeleide splitsing niet van rechtswege, dus op grond van art. 14a, lid 2, slotzin, Wet VPB 1969, in de plaats treedt van de splitser met betrekking tot de innovatiebox. Dat zou betekenen dat het toepassen van de innovatiebox een subjectgebonden aangelegenheid is.5 Zonder nadere maatregelen heeft deze wetsuitleg tot gevolg dat de innovatiebox na het splitsingstijdstip bij de verkrijger(s) niet kan worden toegepast op de van de splitser verkregen immateriële activa. Daarvoor is namelijk vereist dat het immateriële activum door de belastingplichtige zelf is voortgebracht. Wat betreft de verkregen immateriële activa voldoen de verkrijgers niet aan deze eis. Met de gekozen wetssystematiek worden de splitsingspartners naar de doorschuifregeling op verzoek ex art. 14a, lid 3, Wet VPB 1969 gedirigeerd. Dat opent de mogelijkheid om via een standaardvoorwaarde te regelen dat de verkrijgers (alsnog) fiscaal in de plaats treden van de splitsende rechtspersoon met betrekking tot de verkregen immateriële activa.6
Gegeven de kennelijke visie van de wetgever dat de relevante aangelegenheden met betrekking tot de toepassing van de innovatiebox door de splitsende rechtspersoon niet via de fiscale indeplaatstreding automatisch overgaan naar de verkrijgende rechtspersonen, is het begrijpelijk dat art. 14a, lid 2, Wet VPB 1969 aan de wettelijke doorschuifregeling de eis koppelt dat de splitser de innovatiebox niet mag toepassen. De vraag rijst echter waarom daarnaast wordt geëist dat de verkrijgers geen gebruik maken van de innovatiebox. Bij de aanpassing van het innovatieboxregime in 2017 is niet aangegeven waarom de genoemde eis voor de verkrijger(s) is gehandhaafd.7