De reikwijdte van medezeggenschap
Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/3.4.7.1:3.4.7.1 Informatie en raadpleging van vakbonden
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/3.4.7.1
3.4.7.1 Informatie en raadpleging van vakbonden
Documentgegevens:
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS392008:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
P.A.M. Witteveen, ‘Medezeggenschap en openbare biedingen: een paar apart’, in: M.P. Nieuwe Weme, Handboek openbaar bod, Deventer: Kluwer 2008, p. 424.
Schutte-Veenstra, T&C Arbeidsrecht, Fusiegedragsregels art. 5 aant. 1
P.A.M. Witteveen, ‘Medezeggenschap en openbare biedingen: een paar apart’, in: M.P. Nieuwe Weme, Handboek openbaar bod, Deventer: Kluwer 2008, p. 425.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien sprake is van een fusie in de zin van de FGR moeten de vakbonden zowel aan de kant van de doelwitvennootschap als aan de kant van de overnemer in het fusieproces worden betrokken. Op grond van art. 3 FGR moeten zij worden geïnformeerd voordat een openbare mededeling wordt gedaan over de fusie. De vakbonden worden dus geïnformeerd voordat de fusie of overname naar buiten wordt gebracht. Hierop wordt in lid 2 een uitzondering gemaakt. Wanneer een voor het algemeen effectenverkeer geldende regel zich verzet tegen voorafgaande kennisgeving, worden de vakbonden in kennis gesteld op het moment van de openbare mededeling. In het algemeen wordt aangenomen dat een beursovername of een openbaar bod onder deze uitzondering valt. Ook hier wordt het tijdstip van medezeggenschap in geval van een openbare bieding dus naar achteren geschoven.
Op grond van art. 4 FGR moeten de vakbonden vervolgens worden geraadpleegd voordat de partijen overeenstemming bereiken over de fusie. Deze bepaling bevat geen specifieke regeling voor de aandelenfusie of een beursovername, dus moeten de vakbonden geraadpleegd worden voordat partijen overeenstemming over alle aspecten van de fusie hebben bereikt. Witteveen wijst erop dat de minister in de toelichting bij het Bob niet heeft gesproken over de FGR, maar dat verwacht kan worden dat deze benadering ook gevolgen heeft voor het moment van raadplegen op grond van de FGR.1 Zoals ik hierboven reeds uiteenzette, wordt met ‘voordat fuserende partijen overeenstemming hebben bereikt’ een eerder moment bedoeld dan het moment waarop over alle aspecten overeenstemming is bereikt en alleen nog advies van de or of een standpunt van de vakbonden verkregen moet worden. Ook hiervoor geldt dat art. 14 van de Dertiende Richtlijn bepaalt dat geen afbreuk mag worden gedaan aan nationaal medezeggenschapsrecht.
De Fusiegedragsregels bevatten een specifieke bepaling voor een vijandige overname. Art. 5 lid 2 FGR bepaalt dat in geval van een openbaar bod waarover geen overeenstemming wordt bereikt, de bieder het bestuur van de doelwitvennootschap ten minste vijftien dagen voor het uitbrengen van het bod schriftelijk in kennis stelt van dit bod, zodat de doelwitvennootschap de werknemersvertegenwoordigers kan raadplegen. De vraag is hoe dit zich verhoudt tot het in 2007 schrappen van het verbod op het rauwelijks bod. Het vijftien dagen van te voren op de hoogte stellen van de doelwitvennootschap laat zich immers moeilijk rijmen met de mogelijkheid een rauwelijks – onaangekondigd – bod te doen. Schutte-Veenstra stelt daarom dat de eis van het schriftelijk op de hoogte stellen van het voornemen tot fusie in strijd is met het effectenrecht.2 Witteveen stelt dat de gedragsrechtelijke normen van art. 5 FGR in belangrijke mate worden uitgehold door het positieve recht.3 De minister heeft zich bij de behandeling van de (implementatiewet) van de Dertiende Richtlijn echter altijd op het standpunt gesteld dat geen afbreuk wordt gedaan aan wat bepaald is in art. 4 én 5 van de FGR.