Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes
Einde inhoudsopgave
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/16.4:16.4 Afgeleide uitgangspunten
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/16.4
16.4 Afgeleide uitgangspunten
Documentgegevens:
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS947871:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 9 formuleerde ik enkele aanvullende uitgangspunten, die niet direct uit het constitutionele kader noch uit het grondrechtelijk karakter van het kiesrecht volgen, maar daaruit wel kunnen worden afgeleid. Het ging om de toegankelijkheid van de stemmingen, het vertrouwen in het verkiezingsproces en effectiviteit of werkbaarheid van de verkiezingsuitslag. Voor het overzicht stip ik deze punten nogmaals kort aan. Voor een uitgebreidere bespreking zij verwezen naar hoofdstuk 9.
Toegankelijkheid van de stemmingen: kiesgerechtigdheid is alleen van waarde als kiezer ook daadwerkelijk in staat zijn om hun stem uit te brengen. Het uitgangspunt speelt een belangrijke rol bij het aanwijzen van voldoende stemlokalen, het creëren van voorzieningen voor kiezers met een lichamelijke beperking en alternatieve stemvormen als de briefstem en de volmachtstem.
Vertrouwen in het verkiezingsproces: legitimiteit van het overheidsgezag vereist de instemming van het volk met dat gezag, in welk verband kiezers erop moeten kunnen vertrouwen dat de verkiezingen eerlijk zijn verlopen. Daarvoor is ten eerste van belang dat de overige uitgangspunten voor een vrij en eerlijk verkiezingsverloop in acht worden genomen. Het uitgangspunt van vertrouwen heeft dus een overkoepelend karakter. Daarnaast betekent dit uitgangspunt ook dat de burger geen reden mag hebben om eraan te twijfelen dat de verkiezingen daadwerkelijk eerlijk verlopen zijn.
Effectiviteit of werkbaarheid van de verkiezingsuitslag: verkiezingen moeten een werkbare uitslag opleveren, in de zin dat het parlement in staat moet zijn om zijn taak als volksvertegenwoordiging en medewetgever naar behoren te vervullen. Parlementaire versplintering is in dat licht een reden tot zorg. Verkiezingsregulering – de introductie van een kiesdrempel, het verhogen van drempels voor verkiezingsdeelname – kan helpen om parlementaire versplintering tegen te gaan en de werkbaarheid van de uitslag te bevorderen.