Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/III.4.3.3
III.4.3.3 Functioneel plegen, natuurlijke persoon
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460472:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Hornman 2016a, p. 77. Zie ook Knigge 1992, par. 2 en 3.
Deze keuze wordt nader toegelicht in par. II.2.5 en II.3.4.2.
Dit is het tegenovergestelde van de bekendere stijlfiguur pars pro toto: waarbij men een gedeelte van het geheel noemt wanneer het geheel wordt bedoeld (e.g. ‘koppen tellen’). Bij totum pro parte noemt men het geheel wanneer een gedeelte wordt bedoeld. (e.g. ‘Nederland wint het EK’ i.p.v. het Nederlandse elftal).
De Hullu 2018, p. 438-439. Daarnaast kan worden betoogd dat ook feitelijk leidinggevers ‘daders’ zijn, zie par. II.2.5 en II.5.4.2.
Opmerkelijk genoeg wordt fysieke pleger doorgaans wel ‘pleger’ genoemd, en niet fysieke dader.
Kamerstukken II 2003/04, 29 702, nr. 3, p. 78-79.
HR 23 februari 1954, ECLI:NL:HR:1954:3, NJ 1954/378, m.nt. Röling (IJzerdraad); HR 21 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7938, NJ 2006/328, m.nt. Mevis; M&R 2004/53, m.nt. Hendriks; AB 2004/310, m.nt. Jansen (Drijfmest).
Zie par. II.3.4. Zie voorts De Hullu 2018, p. 161-169 en Hornman 2016a, hoofdstuk II par. 2. Zie in bestuursrechtelijke context: Hornman & Bleeker 2019, par. 3.
De functionele pleger verricht de delictsgedraging niet zelf, maar door tussenkomst van een ander. De gedragingen van een ander worden dan aangemerkt als een uitvloeisel van de eigen gedraging: qui facit per alium, facit per se.1
Functionele plegers staan beter bekend als ‘functionele daders’, maar die (minder accurate) term probeer ik in dit proefschrift te vermijden in de context van plegen.2 Hoewel het begrip functioneel daderschap zowel in het strafrecht als in het bestuursrecht is ingeburgerd, maakt deze totum pro parte3 aanduiding de doctrine er niet overzichtelijker op. ‘Dader’ is namelijk een verzamelnaam voor zowel plegers als deelnemers; in het strafrecht vallen alle aansprakelijkheidsfiguren van artikel 47 Sr onder deze noemer.4 Een functionele medepleger is bijvoorbeeld ook een functionele dader. Het begrip is dus breder dan alleen plegerschap. Daarom gebruik ik voor personen die zelf (met tussenkomst van een ander) alle bestanddelen van het geschonden voorschrift vervullen niet de algemene noemer ‘functioneel daderschap’, maar het specifiekere ‘functioneel plegerschap’.5
Merk op dat voor functioneel plegerschap – als species van het genus plegen – vereist is dat de aangesprokene zelf alle bestanddelen vervult. De objectieve bestanddelen kunnen worden toegerekend, maar eventuele kwalitatieve bestanddelen en/of eventuele subjectieve bestanddelen (opzet, schuld) moeten door de leidinggevende zelf worden vervuld. Gedragingen kunnen hem of haar worden toegerekend, als aan de hieronder genoemde aanvullende voorwaarden wordt voldaan.
Het begrip ‘functioneel pleger’ is niet gedefinieerd in de wet, maar in de memorie van toelichting verwijst de wetgever voor dit leerstuk expliciet naar de criteria en jurisprudentie in het strafrecht.6
“Sedert het befaamde IJzerdraad-arrest (..) staat evenwel vast dat ook de zogenoemde functionele dader een strafbaar feit kan plegen: een ondernemer kon worden gestraft voor fraude bij de export van ijzerdraad, ook al had niet hij zelf, maar één van zijn werknemers daadwerkelijk de formulieren onjuist ingevuld. Vereist is dan enerzijds dat de fysieke handelingen die het delict opleveren in de machtssfeer van de functionele dader lagen – bijvoorbeeld omdat zij werden verricht door zijn ondergeschikten –, anderzijds dat de functionele dader deze handelingen heeft aanvaard of in het algemeen placht te aanvaarden, waarbij van dit laatste in beginsel reeds sprake is indien de functionele dader is tekortgeschoten in hetgeen redelijkerwijs van hem mocht worden verwacht om wederrechtelijke gedragingen te voorkomen. (...) In het bestuursrecht behoort dit niet anders te zijn. Dit betekent dat in veel gevallen een bedrijf of instelling of de leiding van een bedrijf of instelling als overtreder zal kunnen worden aangemerkt, ook al is de gedraging in fysieke zin gepleegd door een werknemer (..) of opdrachtnemer (..). Het behoeft geen betoog dat dit voor de handhaving van grote delen van het bestuursrecht van groot belang is.” [curs. TRB]
Zoals blijkt uit het bovenstaande citaat uit de wetsgeschiedenis, dient voor het bestuursrechtelijk plegerschap de toerekeningsformule te worden toegepast die is ontwikkeld in het IJzerdraad-arrest.7 Voor de toerekening moet worden voldaan aan twee cumulatieve criteria: het beschikkings- en aanvaardingscriterium. Heel kort gezegd moet de functionele pleger concrete feitelijke beschikkingsmacht hebben over de verboden gedraging van de ander en die gedraging aanvaarden. Van aanvaarding is al sprake als de functionele pleger niet de zorg heeft betracht die in redelijkheid van hem kon worden gevergd met het oog op de voorkoming van de gedraging. Deze ondergrens van aanvaarding is afkomstig uit het Drijfmest-arrest.8