Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/2.1
2.1 Inleiding
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652225:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie over dit voorschrift nader par. 6.2.2.
Willems 2000, p. 29 e.v.
Zie bijv. OK 21 september 2021 (r.o. 2.25), JOR 2022/34, m.nt. M.W. Josephus Jitta (Xeikon).
Asser/Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/690; Salemink 2014, p. 202 en p. 258, voetnoot 18, beiden met verwijzingen.
In OK 24 februari 2015 (r.o. 2.20), JOR 2015/205, m.nt. M.W. Josephus Jitta (Teleplan) oordeelde de Ondernemingskamer overigens dat een verzoek tot verhoging van zijn kosten door een deskundige in de uitkoopprocedure ook nog na deponering van zijn bericht kan worden gedaan. Dit wijkt af van de bevoegdheid van de onderzoeker in de enquêteprocedure, die geen verhoging van het onderzoeksbudget kan verzoeken na deponering van het onderzoeksverslag, waarover par. 2.6.2.
Ingevolge art. 2:350 lid 3 BW dient de rechtspersoon de kosten van het onderzoek te financieren.1 De kosten van het onderzoek omvatten de vergoeding van de onderzoeker en de redelijke en in redelijkheid gemaakte kosten van verweer van de onderzoeker, als hij wordt bedreigd met aansprakelijkstelling of aansprakelijk wordt gesteld. In dit hoofdstuk bespreek ik de vergoeding van de onderzoeker; de door de onderzoeker gemaakte kosten van verweer staan centraal in hoofdstuk 3. Ik onderzoek waaruit de kosten van het onderzoek bestaan, hoe deze kosten worden vastgesteld en op welke manier rekening en verantwoording van deze kosten plaatsvindt.
In de parlementaire geschiedenis is vrijwel geen aandacht uitgegaan naar de kostenstructuur van de enquêteprocedure. Ook in de literatuur heeft dit thema tot op heden weinig aandacht gekregen. Daarbij komt dat de jurisprudentie van de Ondernemingskamer ten aanzien van dit thema niet steeds consistent is. Als ‘efficiënte dienstmaagd’2 komt de Ondernemingskamer tegemoet aan de behoeften van de praktijk, wat haar rechtspraak in hoge mate casuïstisch en niet steeds consistent maakt. Dat bemoeilijkt de analyse hiervan.
Hierna bespreek ik eerst de taak van de onderzoeker (par. 2.2 en par. 2.3) en zet ik de verschillende soorten kosten van het onderzoek uiteen (par. 2.4), waarbij ik een onderscheid aanbreng tussen het eigenlijke honorarium van de onderzoeker (par. 2.4.2) en de onkosten van de onderzoeker (par. 2.4.3). De omgang met de kosten van het onderzoek in de enquêteprocedure verloopt doorgaans conform een vast procedé. Ik bespreek achtereenvolgens de gebruikmaking van een begroting en plan van aanpak en de daaropvolgende vaststelling van het onderzoeksbudget (par. 2.5), mogelijke verhogingen van het onderzoeksbudget (par. 2.6), de verplichting tot zekerheidstelling voor financiering van de kosten van het onderzoek (par. 2.7), de vaststelling van de kosten van het onderzoek (par. 2.8) en de gevolgen van beroep in cassatie (par. 2.9). Hierna bespreek ik de verplichting van de onderzoeker tot tussentijdse verantwoording van de kosten van het onderzoek (par. 2.10). Tot slot schenk ik kort aandacht aan de rol van de Ondernemingskamer bij de beslechting van geschillen over de kosten van het onderzoek (par. 2.11).
Ik merk nog op dat art. 2:92a lid 5 BW, art. 2:201a lid 5 BW en art. 2:359c lid 6 BW de eerste drie zinnen van art. 2:350 lid 3 BW van toepassing verklaren ingeval de Ondernemingskamer een deskundigenbericht gelast in een uitkoopprocedure. Ook dan gaat de Ondernemingskamer over tot de vaststelling van een onderzoeksbudget, dat zij kan verhogen en stelt zij de vergoeding van de door haar benoemde personen vast.3 De uitkoper draagt in beginsel de kosten van het deskundigenbericht.4 Ik bespreek in dit hoofdstuk niet de specifieke werking van de eerste drie zinnen van art. 2:350 lid 3 BW voor het deskundigenbericht in de uitkoopprocedure, maar wijs er slechts op dat het hierover in dit hoofdstuk opgemerkte ook relevantie heeft voor dit deskundigenbericht.5