Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden
Einde inhoudsopgave
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/8.4.3:8.4.3 Het wetsvoorstel voor de Wijziging van de Wet inrichting landelijk gebied (decentralisatie investeringsbudget)
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/8.4.3
8.4.3 Het wetsvoorstel voor de Wijziging van de Wet inrichting landelijk gebied (decentralisatie investeringsbudget)
Documentgegevens:
mr. drs. S.D.P. Kole, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. drs. S.D.P. Kole
- JCDI
JCDI:ADS442467:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Algemeen
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
Natuurbeschermingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2011-2012, 33348, nrs. 1-3.
Kamerstukken II 2012-2013, 33441, nrs. 1-4. Zie in algemene zin hierover: Benhali 2013, p. 76.
Kamerstukken II 2012-2013, 33441, nr. 3, p. 1.
Kamerstukken II 2012-2013, 33441, nr. 2, p. 1-2.
Kamerstukken II 2012-2013, 33441, nr. 3, p. 5
Kamerstukken II 2012-2013, 33441, nr. 3, p. 9-10.
Dit vloeit voort uit de afspraken in het natuurakkoord. Kamerstukken II 2012-2013, 33441, nr. 3, p. 10.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De overdracht van bevoegdheden en verantwoordelijkheden van het Rijk naar de provincies vormt een belangrijk bestanddeel van het natuurakkoord. Dit vereist een aanpassing van de natuurwetgeving en de Wilg. Ondertussen is een wetsvoorstel voor de Wet natuurbescherming1 en een wetsvoorstel voor de Wijziging van de Wet inrichting landelijk gebied ingediend bij de Tweede Kamer.2 Voor wat betreft een analyse van het wetsvoorstel voor de Wet natuurbescherming wordt verwezen naar paragraaf 3.7.
Het wetsvoorstel voor de Wijziging van de Wet inrichting landelijk gebied strekt tot het schrappen van alle bepalingen met betrekking tot de programmering, de financiering en de uitvoering van het gebiedsgerichte beleid.3 De defini-tie van ‘gebiedsgericht beleid’ en hoofdstukken 2 en 3 in de Wilg (RMJP, PMJP en Ilg) komen te vervallen.4 De provincies worden verantwoordelijk voor de inrichting van het landelijk gebied en voor het regionale beleid op het vlak van natuur, recreatie, toerisme, landschap, structuurversterking van de landbouw en leefbaarheid van het platteland.5 Dit beleid wordt in de memorie van toelichting aangemerkt als ‘gebiedsgericht beleid’. De benodigde middelen worden niet langer beschikbaar gesteld door middel van specifieke uitkeringen maar in de vorm van een algemene uitkering uit het Provinciefonds. De gelden uit het Provinciefonds zijn bedoeld voor de bescherming van Natura 2000-gebieden, de realisatie van de EHS en het uitkeren van subsidies op basis van de SNL en de Sknl.6 De provincies geven bij de planning en de uitvoering van het gebiedsgerichte beleid prioriteit aan de realisering van de verplichtingen die voortvloeien uit de Vrl, de Hrl en de Krw.7 Gelet op de dwingende afspraken in het natuurakkoord en de beschikbare middelen is het twijfelachtig of provincies over voldoende ruimte beschikken om een eigen gebiedsgericht beleid te kunnen voeren.