Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/3.5
3.5 Relatie tussen aansprakelijkheid jegens opdrachtgever en derden
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS300552:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Art. 6:74 lid 1, 75, 77, 81 en 84 BW.
Art. 6:74 lid 1 en 85 e.v. BW.
Art. 6:74 lid 1 en 98 BW.
Art. 6: 74 lid 2 en 80 e.v. BW.
Peter, in: GS Onrechtmatige daad, aant. 7.
Peter, in: GS Onrechtmatige daad, artikel 162 lid 3, aant 2 en Hartkamp (2005), p. 262.
Vranken (1991), p. 324.
Dat recht op schadevergoeding wordt in afdeling 6.1.10 BW nader uitgewerkt.
Jansen, in: GS Onrechtmatige daad, artikel 162 lid 1, aantekening 3.
Jansen, in: GS Onrechtmatige daad, artikel 162 lid 1, aantekening 2 en Van der Wiel, p. 84.
Vranken (1991), p. 323/325.
Van den Akker (2001), p. 29, Boks (2002), p. 31, Asser/Vranken (1995), Deel B. Een slang die in haar eigen staart bijt. Over orgelpunten, cirkels en keuzen in de rechtsvinding, Hoofdstuk V. De kwadratuur van de cirkel, § 3 De gereedschapskist van de rechter, nr. 124, Vranken (1991), p. 323/325, Van Rossum (1994), p. 316 en A.S. Hartkamp, Asser 4-III De verbintenis uit de wet (oud), hoofdstuk 1 Het karakter van de aanspraak op vergoeding van schade, toegebracht door een onrechtmatige daad, nr. 8.
Bij de beantwoording van de vraag of een verbintenis tot schadevergoeding is ontstaan, zijn bij een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst van opdracht dan wel onrechtmatig handelen door de accountant de volgende -nagenoeg gelijkluidende- deelvragen relevant:1
Is er sprake van een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis2 of is er sprake van een onrechtmatige daad?
Kan de tekortkoming dan wel onrechtmatige daad worden toegerekend aan de aangesproken accountant(sorganisatie)3?
Is er sprake van schade4?
Bestaat er een causaal verband tussen de tekortkoming dan wel onrechtmatige daad en de schade?.5
In aanvulling op deze deelvragen is voor de contractuele aansprakelijkheid nog relevant of er sprake is van blijvende onmogelijkheid van de nakoming of verzuim van de schuldenaar.6 Tevens is van belang of er sprake is van een contractuele beperking van aansprakelijkheid. Voor de buitencontractuele aansprakelijkheid is tot slot relevant of er geen sprake is van een rechtvaardigingsgrond en of er is voldaan aan het relativiteitsvereiste. Deze aanvullende vragen zullen in hoofdstuk 5 worden beantwoord. In het hiernavolgende zullen de 4 deelvragen kort worden besproken.
Ad 1 Is er sprake van een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis of is er sprake van een onrechtmatige daad?
Bij de beantwoording van deze vraag voor beroepsaansprakelijkheidszaken speelt de zorgplicht een hoofdrol. De zorgplicht is in de jurisprudentie ingevuld als: ‘de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot kan worden verwacht in vergelijkbare omstandigheden’. Het maakt hierbij niet uit of men zijn vordering baseert op toerekenbare tekortkoming of onrechtmatige daad.7
Ad 2 Kan de tekortkoming dan wel onrechtmatige daad worden toegerekend aan de aangesproken accountant (sorganisatie)?
Een tekortkoming/daad kan aan de accountant(sorganisatie) worden toegerekend indien zij is terug te voeren op zijn verwijtbaarheid of op een oorzaak die krachtens wet, rechtshandeling of verkeersopvattingen voor rekening van de accountant (sorganisatie) komt.8 In paragraaf 5.2 zal ik het vraagstuk van toerekenbaarheid met name behandelen vanuit het gezichtspunt dat de accountantsorganisatie (en niet de individuele accountant) partij is bij de overeenkomst van opdracht.
Volgens Vranken9 is de toerekeningsnorm bij wanprestatie (art. 6:75 BW) en onrechtmatige daad (art. 6:162 lid 3 BW) nagenoeg identiek, Het enige verschil is, dat bij een overeenkomst -vanzelfsprekend- ook aan de overeenkomst zélf kan worden afgemeten of sprake is van een toerekenbare tekortkoming.
Ad 3 Is er sprake van schade?
De benadeelde heeft recht op schadevergoeding indien er sprake is van schade, veroorzaakt door een tekortkoming of onrechtmatige daad die aan de accountant kan worden toegerekend.10 De schadevergoeding is in beginsel een geldelijke vergoeding.11Afdeling 6.1.10 van het Burgerlijk Wetboek over de wettelijke verplichtingen tot schadevergoeding geldt zowel in geval van een tekortkoming als in geval van onrechtmatige daad.
Ad 4 Bestaat er een causaal verband tussen de tekortkoming dan wel onrechtmatige daad en de schade?
Het gaat hier onder andere om het condicio sine qua non-verband. Dit houdt in dat tussen de tekortkoming dan wel onrechtmatige daad en de schade alleen oorzakelijk verband bestaat als aannemelijk is dat zonder die tekortkoming of onrechtmatige daad de schade niet zou zijn ontstaan.12 Dit geldt zowel indien men zijn vordering baseert op toerekenbare tekortkoming als op onrechtmatige daad.
Conclusie naar aanleiding van de deelvragen 1 tot en met 4
Uit het voorgaande volgt dat in geval van aansprakelijkheid van de accountant geen sprake is van echt principiële verschillen tussen toerekenbare tekortkoming en onrechtmatige daad. Voor zover ze er zijn, volgen ze meer of minder uit de aard van de zaak.13 Dit is ook de heersende mening in de literatuur.14 In het vervolg van hoofdstuk 3 zal de zorgplicht van deelvraag 1 nader worden uitgewerkt voor de (gereglementeerde) beroepsbeoefenaar en in hoofdstuk 4 voor de accountant. De deelvragen 2 tot en met 4 zullen uitvoerig worden behandeld in hoofdstuk 5. Alvorens stil te staan bij de zorgplicht, zal ik echter de relatie tussen de civiele procedure tot aansprakelijkheid en het tuchtrecht bespreken. Het tuchtrecht hangt immers zeer nauw samen met de aansprakelijkheid van de accountant.