Einde inhoudsopgave
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/5.5.3
5.5.3 Verschillen tussen corporatieve rechtspersonen en stichtingen in verband met zelfstandige bevoegdheden
mr. M.J. van Uchelen-Schipper, datum 04-02-2018
- Datum
04-02-2018
- Auteur
mr. M.J. van Uchelen-Schipper
- JCDI
JCDI:ADS389743:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie artikel 2:300 leden 2 en 3 BW.
Artikel 2:147 BW en artikel 2:129 lid 6 BW voor de NV. De statuten van een NV kunnen daarnaast volgens de wet andere bevoegdheden aan de raad van commissaris toekennen (artikel 2:140 lid 3 BW), zoals de bevoegdheid tot het vaststellen van de bezoldiging en de overige arbeidsvoorwaarden van de bestuurders (artikel 2:135 lid 4 BW) en de bevoegdheid tot vertegenwoordiging bij belet of ontstentenis van bestuurders (artikel 2:134 lid 4 BW).
Waarbij uiteraard de wettelijke grenzen in acht genomen moeten worden. Blanco Fernández 1993, p. 5.
Van Schilfgaarde/Winter/Wezeman/Schoonbrood 2017, par. 3.
Artikel 2:132 en 134 BW, artikel 2:142-144 BW voor de NV.
In het arrest uit 2007 (HR 13 juli 2007, NJ 2007/434 (ABN Amro)), waarin het ging om de verkoop van een belangrijk bedrijfsonderdeel door ABN Amro: LaSalle, oordeelde de HR dat zonder wettelijke verplichting of statutaire grondslag er geen verplichting voor het bestuur bestaat tot consultatie van de algemene vergadering van aandeelhouders. Artikel 2:107a BW dient restrictief te worden uitgelegd: pas als een bestuursbesluit dermate ingrijpend is daardoor de identiteit of het karakter van de onderneming veranderen, en daarmee de aard van het aandeelhouderschap, kan zij van toepassing zijn (r.o. 4.4).
Zie artikel 2:107 BW voor de NV.
Zie artikel 2:117 lid 4 BW voor de NV.
Artikel 2:162, artikel 2:164 en artikel 2:158 lid 4 BW voor de NV.
Blanco Fernández 1993, p. 4.
In artikelen artikel 2:297b, 300 leden 2 en 3 en 300a BW wordt “het toezichthoudend orgaan” van de stichting genoemd.
De huidige wet kent aan de raad van commissarissen van corporatieve rechtspersonen een aantal wettelijke bevoegdheden toe, terwijl de raad van toezicht (of eigenlijk: het “toezichthoudend orgaan”) van de stichting slechts de wettelijke bevoegdheid heeft om de jaarrekening vast te stellen.1 De raad van commissarissen van een kapitaalvennootschap heeft op grond van de wet bijvoorbeeld de bevoegdheid om bestuurders te schorsen, tenzij de statuten anders bepalen, en de bevoegdheid om besluiten te nemen ingeval van tegenstrijdig belang van alle bestuurders.2 Tegelijkertijd kan gezegd worden dat de regeling van de raad van toezicht van de stichting meer flexibel is en dat de statuten van een stichting aan de raad van toezicht meer zelfstandige bevoegdheden kunnen toebedelen die bij een (gewone) corporatieve rechtspersoon aan de algemene vergadering toekomen, zoals de bevoegdheid om bestuurders te benoemen.3
Bevoegdheden van de algemene vergadering
In het algemeen liggen bevoegdheden van de algemene vergadering van een corporatieve rechtspersoon op het terrein van: (1) de structuur van de rechtspersoon; en (2) de organisatie van de rechtspersoon.4 Wat betreft de structuur van een corporatieve rechtspersoon is de algemene vergadering op grond van de wet het orgaan dat bevoegd is te besluiten tot statutenwijziging, fusie, splitsing, omzetting en ontbinding. Wat betreft de organisatie van de corporatieve rechtspersoon geldt dat de algemene vergadering het orgaan is dat bestuurders en (de meerderheid van de) commissarissen benoemt, schorst en ontslaat, tenzij de structuurregeling van toepassing is.5
De wet bepaalt voor NV’s, anders dan voor BV’s, bovendien uitdrukkelijk dat aan de goedkeuring van de algemene vergadering zijn onderworpen bestuursbesluiten omtrent een belangrijke verandering in de identiteit of het karakter van de NV, waaronder in ieder geval overdracht van de onderneming, het aangaan van een duurzame samenwerking of het nemen of afstoten van een deelneming (artikel 2:107a BW).6
De algemene vergadering heeft voorts een “restbevoegdheid”: aan de algemene vergadering behoren, binnen de door de statuten en de wet gestelde grenzen, alle bevoegdheden toe die niet aan het bestuur of de raad van commissarissen zijn toegekend.7 Overigens is de raad van commissarissen bevoegd om bij alle besluiten van de algemene vergadering (in en buiten vergadering) een raadgevende stem uit te brengen.8
De structuurvennootschap: andere machtsverhoudingen
De wettelijke bevoegdheden van de raad van commissarissen van een structuurvennootschap zijn uitgebreider dan van de raad van commissarissen van een gewone vennootschap. Daartoe behoren naast de hiervoor genoemde bevoegdheden: de bevoegdheid tot benoeming van bestuurders, goedkeuring van bepaalde bestuursbesluiten en voordracht van een deel van de commissarissen.9
Het structuurregime leidt tot een andere machtsverdeling tussen algemene vergadering, raad van commissarissen en bestuur. De raad van commissarissen van een structuurvennootschap oefent immers bevoegdheden uit die bij een niet-structuurvennootschap aan de algemene vergadering toekomen. Sommige auteurs merken op dat een raad van commissarissen die over de bevoegdheid tot benoeming van bestuurders beschikt een zwaardere verantwoordelijkheid draagt voor het toezicht op het bestuursorgaan aangezien de raad daarmee directe zeggenschap heeft over de voor het beleid van de vennootschap direct verantwoordelijke personen.10 In ieder geval zou gezegd kunnen worden dat de toezichthoudende taak van de raad van commissarissen van een structuurvennootschap “zwaarder” is opgetuigd dan de toezichthoudende taak van de raad van commissarissen van een gewone vennootschap.
Bevoegdheden van de raad van toezicht van de stichting
In het huidige Boek 2 BW, waarin het toezichthoudend orgaan van de stichting slechts impliciet wordt erkend,11 zijn nauwelijks wettelijke bevoegdheden voor het toezichthoudend orgaan van de stichting opgenomen. Het toezichthoudend orgaan (de raad van toezicht) heeft op grond van de huidige wet slechts de bevoegdheid om de jaarrekening mede te tekenen. Daarnaast stelt dit orgaan de jaarrekening vast, tenzij de statuten anders bepalen (artikel 2:300 leden 2 en 3 BW); een algemene vergadering die dit kan doen ontbreekt immers.
Bevoegdheden die bij vennootschappen (en andere corporatieve rechtspersonen) op grond van dwingend recht tot de competentie van de algemene vergadering behoren, moeten bij een stichting, bij gebreke aan een algemene vergadering, aan een ander orgaan worden toebedeeld.
De zelfstandige bevoegdheden van de algemene vergadering die de structuur van de rechtspersoon betreffen zullen bij een stichting aan het bestuur worden toebedeeld, maar als er een raad van toezicht is ingesteld dient deze daarbij naar mijn mening ook betrokken te worden. Indien de stichting naast het bestuur en de raad van toezicht nog een ander orgaan heeft ingesteld, zoals bijvoorbeeld een deelnemersraad, zullen bevoegdheden waarmee de structuur en de werkzaamheden (het doel) van de stichting worden bepaald vanwege het ledenverbod, niet aan dat orgaan worden toegekend.
Wat betreft de organisatie van de rechtspersoon, kunnen aan de raad van toezicht bevoegdheden worden toegekend, dat wil zeggen: de raad kan de bevoegdheid hebben tot benoeming en ontslag van bestuurders en tot ontslag en benoeming van zijn eigen leden. De raad van toezicht van de stichting die dergelijke bevoegdheden heeft, lijkt wat betreft zijn rol en positie meer op de raad van commissarissen van een structuurvennootschap dan op de raad van commissarissen van een gewone vennootschap.
Verantwoording over zelfstandige bevoegdheden
Aan de raad van toezicht van de stichting kunnen dus, in de wet en/of in de statuten, meer zelfstandige bevoegdheden worden toegekend dan aan de raad van commissarissen van “gewone corporatieve rechtspersonen” waarvoor geen structuurregeling geldt. Dit betekent dat de raad van toezicht van de stichting mogelijk een zwaardere rol heeft en meer bevoegdheden heeft waarvoor hij een “ongedeelde verantwoordelijkheid” draagt dan de raad van commissarissen van een gewone corporatieve rechtspersoon. Over deze bevoegdheden dient de raad van toezicht zich overigens ten volle te verantwoorden. In Hoofdstuk 8 zal aan de orde komen hoe de raad van toezicht deze verantwoording kan vormgeven.
Hierna ga ik uitgebreider in op de inhoud van een aantal bevoegdheden van de raad van toezicht van de stichting in het algemeen. Daarbij komt de vraag aan de orde of en hoe deze bevoegdheden wettelijk geregeld moeten worden en hoe zij statutair uitgewerkt kunnen worden.