Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/2.3.3.4
2.3.3.4 Rechtskarakter
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS590627:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie in dezelfde zin ten aanzien van een last tot inning, W. Snijders 1993, p. 237; Kortmann 1994a, p. 221; Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2006, nr. 138-139. Anders: P.A. Stein 1992, p. 20.
In de literatuur is de opmerking van de wetgever dat de stille cedent inningsbevoegd blijft op grond van art. 3:94 lid 3 BW m.i. ten onrechte (kennelijk) ook anders begrepen. Zie bijvoorbeeld Abendroth 2006, p. 59, l.k.; en Faber 2005, nr. 239, p. 237. Faber schrijft dat een derde die de stil gecedeerde vordering van de stille cessionaris verkrijgt niet de inningsbevoegdheid kan verkrijgen op grond van een toepassing van de nemo-plus-regel. Het veronderstelt (m.i. ten onrechte) dat de inningsbevoegdheid als afgesplitste bevoegdheid bij de stille cedent achterblijf tot het moment van mededeling.
32. Door het krachtens lastgeving toekennen van bevoegdheden aan de stille cedent worden goederenrechtelijk geen bevoegdheden afgesplitst. Van strijd met art. 3:304 BW of art. 3:84 lid 3 BW is dan ook geen sprake. Door de toekenning van een of meer bevoegdheden krachtens lastgeving, zoals de inningsbevoegdheid, worden geen bevoegdheden losgemaakt uit de vordering. Goederenrechtelijk gezien blijven geen bevoegdheden bij de stille cedent achter en evenmin wordt door de stille cessie de inningsbevoegdheid als afzonderlijk recht van de vordering gesplitst.1 De vordering gaat als ondeelbaar recht op de stille cessionaris over, waarna aan de stille cedent wordt toegestaan om een of meer bevoegdheden ten aanzien van de stil gecedeerde vordering te blijven uitoefenen. Eindigt de lastgeving, dan eindigt daarmee de inningsbevoegdheid van de stille cedent. Gaat de stil gecedeerde vordering van de stille cessionaris op een ( opvolgende) nieuwe schuldeiser over, dan is de nieuwe stille cessionaris in beginsel niet gebonden aan de lastgeving van de oude stille cessionaris.2