Levering en verpanding van toekomstige goederen
Einde inhoudsopgave
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/2.3.1:2.3.1 Inleiding
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/2.3.1
2.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. B.A. Schuijling, datum 28-01-2016
- Datum
28-01-2016
- Auteur
mr. B.A. Schuijling
- JCDI
JCDI:ADS475614:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
22. Na het wijzen van de arresten Fijn van Draat en Tuschinski/GEMA leek het Nederlandse recht op het punt van zekerheid op toekomstige goederen het slechtste van twee werelden te verenigen. Aan de ene kant volgde de wetgever niet de Franse en Belgische traditie om specifieke zekerheidsrechten in het leven te roepen en aan de andere kant weigerde de rechter om naar Duits en Engels voorbeeld de (zekerheids)overdracht van toekomstige goederen te erkennen. Deze toestand zou echter veranderen. Een deel van de rechtsgeleerde auteurs legde zich niet neer bij de rechtspraak van de Hoge Raad. De kwestie hield de rechtsleer in deze periode verdeeld. Het Sio-arrest in 1953 en de publicatie van het ontwerp Meijers in 1954 luidden de ommekeer in. De erkenning van de figuur heeft zich vervolgens voortgezet in de rechtspraak van de Hoge Raad. De Hoge Raad is uiteindelijk in 1980 teruggekomen van zijn eerdere oordeel over de cessie van toekomstige vorderingen.