Open normen in het huurrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/5.4.2:5.4.2 Goed huurderschap in de praktijk
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/5.4.2
5.4.2 Goed huurderschap in de praktijk
Documentgegevens:
J.Ph. van Lochem, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
J.Ph. van Lochem
- JCDI
JCDI:ADS501088:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ondanks de overkoepelende bepaling dat contractspartijen zich redelijk naar elkaar dienen op te stellen, acht het overgrote deel van de respondenten de wettelijk geregelde open norm ‘goed huurderschap’ zinvol. Op grond van de open norm zou meer van de huurder gevergd kunnen worden dan op grond van de redelijkheid en billijkheid. Een dergelijke duidelijkere richtlijn vergroot volgens een enkeling ook de rechtszekerheid.
In het kader van die rechtszekerheid is opvallend dat de respondenten de open norm, in verhouding met de redelijkheid en billijkheid, op verschillende manieren uitleggen. Hieruit blijkt dat er onder de respondenten in ieder geval geen zekerheid over deze wettelijke bepaling bestaat. Desondanks zitten de meeste respondenten op één lijn waar het gaat om de invulling van de huurdersverplichtingen die onder de open norm kunnen vallen (onder meer geen schade veroorzaken, de huur betalen en het gehuurde onderhouden).
Een deel van de door de respondenten genoemde verplichtingen is geen onderdeel van de open norm ‘goed huurderschap’, omdat het concrete wettelijke verplichtingen zijn. In zoverre is geen sprake van een open (nog in te vullen) norm.