Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen
Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/8.2.5.3.3:8.2.5.3.3 Heffingsmoment
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/8.2.5.3.3
8.2.5.3.3 Heffingsmoment
Documentgegevens:
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS394747:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het vormen van een belaste of onbelaste compartimenteringsreserve leidt niet tot (acute) heffing. Een eventuele heffing komt pas na realisatie (bijvoorbeeld in de vorm van een dividenduitkering, art. 28c lid 3 Wet VPB 1969) aan de orde. Het betreft situaties van realisatie na de betreffende sfeerovergang. Uitgangspunt is dat deze voordelen worden toegerekend aan de periode waarin deze zijn ontstaan. De systematiek kan in twee stappen als volgt worden beschreven:
Bij een verkrijging van een voordeel dat toerekenbaar is aan de periode voorafgaande aan de sfeerovergang, wordt de boekwaarde van het belang waarop de compartimenteringsreserve betrekking heeft, verminderd met het bedrag van dat voordeel, dan wel, indien dit lager is, met het bedrag van de compartimenteringsreserve op het tijdstip direct voorafgaande aan het verkrijgen van dat voordeel.
Op hetzelfde moment wordt de belaste compartimenteringsreserve voor hetzelfde bedrag toegevoegd aan de winst en wordt de (extracomptabele) onbelaste compartimenteringsreserve verminderd met het bedrag van dat voordeel zonder dat dit tot een toevoeging in de winst leidt.
Door deze systematiek is elke afname van de belaste compartimenteringsreserve belast.