Biases in de boardroom en de raadkamer
Einde inhoudsopgave
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/5.7:5.7 Slot
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/5.7
5.7 Slot
Documentgegevens:
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen
- JCDI
JCDI:ADS111454:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook: Hermans 2017, par. 8.10 en par. 8.11 met onder meer aanbevelingen op het gebied van bewijsrecht in het kader van de enquêteprocedure.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Meavita-casus laat zien dat ook de Ondernemingskamer worstelt met mentale misleiding. Het is goed dat de Ondernemingskamer zich bewust is van de risico’s van mentale misleiding, maar haar daaraan gewijde overwegingen in de Meavita- beschikking overtuigen niet. De Ondernemingskamer en de rechtspraak in het algemeen moeten verder aan de slag met het zo veel mogelijk inperken van de invloed van mentale misleiding in de vorm van hindsight bias en het Knobe-effect.
Dat de Ondernemingskamer en de rechtspraak in het algemeen naar mijn mening actief aan de slag moeten met het inperken van de mogelijke effecten van mentale misleiding, betekent niet dat een ‘mentale misleiding’-klacht in hoger beroep of cassatie gebruikelijk moet worden. Deze typisch juridische verwerpingstechniek (vernietiging) van een argumentatiewijze is voor de aanpak van mentale misleiding niet de aangewezen weg. Slechts het aangrijpen van de verschafte concrete beperkingstechnieken uit par. 4.4 en par. 5.6 door de rechtspraak kan mentale misleiding binnen de perken houden.1 Mijn hoop is dat dit hoofdstuk in ieder geval eenzijdige en versimpelde visies op hindsight bias en het Knobe-effect de juridische praktijk uit helpen.