De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting
Einde inhoudsopgave
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/5.1:5.1 Inleiding
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. M.J. van Uchelen-Schipper, datum 04-02-2018
- Datum
04-02-2018
- Auteur
mr. M.J. van Uchelen-Schipper
- JCDI
JCDI:ADS387358:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikelen 2:297b, 300 en 300a BW.
Brief van de Minister van Veiligheid en Justitie, ‘Aansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders in semipublieke sectoren, 12 november 2013’ met kenmerk 435758, p. 3. Kamerstukken II 2013-2014, 33750-VI, nr. 31.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het huidige stichtingenrecht bevat geen uitdrukkelijke wettelijke grondslag voor de instelling van een raad van toezicht. Het bestaan van een raad van toezicht bij de stichting wordt slechts impliciet erkend in een aantal artikelen in Boek 2 BW.1 Aangezien er geen wettelijke grondslag is, bevat Boek 2 BW geen wettelijke omschrijving van de taak van leden van de raad van toezicht van de stichting.
In diverse rapporten, die mede naar aanleiding van incidenten in de semipublieke sector verschenen, is geconstateerd dat niet voor alle interne toezichthouders duidelijk is wat tot hun taak behoort. Verbetering van het toezicht begint volgens de voormalige Minister van Veiligheid en Justitie in 2013 bij het scheppen van meer duidelijkheid over de taken en bevoegdheden van interne toezichthouders.2 De Minister schreef ook dat van belang is dat interne toezichthouders ervoor zorgen dat zij voldoende geïnformeerd zijn om besluiten te nemen. Een reden voor inactiviteit van interne toezichthouders is dat men afgaat op de informatie die door het bestuur wordt verstrekt en dat men niet goed weet wat men allemaal zelf kan of moet doen, aldus de Minister. Hij vervolgt dat interne toezichthouders een eigen verantwoordelijkheid hebben om informatie in te winnen. Wanneer zij meer duidelijkheid hebben over hun taken en bevoegdheden, weten zij beter wat er van hen verwacht wordt en wat zij van elkaar mogen verwachten en kunnen zij daar ook beter op worden afgerekend, aldus de Minister.
In dit hoofdstuk wordt de algemene taak van de verplichte en vrijwillige raad van toezicht onderzocht. Nagegaan wordt welke bevoegdheden in verband met de toezichthoudende taak aan de raad van toezicht in het algemeen kunnen en moeten worden toegekend. In het voorgaande hoofdstuk 4 werd geconcludeerd dat de raad van toezicht vanwege (het bewaken van) het bijzondere karakter van de stichting een aantal minimumbevoegdheden nodig heeft, die wettelijk vastgelegd dienen te worden. In dit hoofdstuk komt aan de orde welke soorten toezichthoudende bevoegdheden de wet en de statuten nog meer aan de raad van toezicht van de stichting in het algemeen kunnen toekennen en hoe deze de toezichthoudende taak verder kunnen inkleuren. Bovendien komt in dit hoofdstuk aan de orde hoe de raad van toezicht van informatie wordt voorzien teneinde zijn toezichthoudende taak uit te kunnen oefenen.
De raad van toezicht wordt in dit hoofdstuk op een aantal plaatsen vergeleken met raad van commissarissen van corporatieve rechtspersonen. Aangezien het niet zinvol is om de raad van toezicht met de raad van commissarissen van alle soorten corporatieve rechtspersonen afzonderlijk te vergelijken en omdat corporatieve rechtspersonen onderling veel overeenkomsten vertonen op het gebied van corporate governance, is op een aantal plaatsen gekozen de raad van toezicht slechts te vergelijken met de raad van commissarissen van de gewone kapitaalvennootschap (NV en BV) en de structuurvennootschap (volledig structuurregime). Over de raad van commissarissen bij de kapitaalvennootschap is veel jurisprudentie en literatuur verschenen, aangezien deze in verhouding het meest voorkomt. De structuurvennootschap is interessant omdat de regeling van de verplichte raad van commissarissen in de structuurregeling overeenkomsten vertoont met de regeling van de verplichte raad van toezicht van grote stichtingen in de semipublieke sector (zorg- en woningcorporatiesector).