Gst. 2015/87
Weigering vergunning voor horecabedrijf. Onvoorwaardelijk sepot leidt niet tot voldoende aannemelijkheid (vermeende) strafbare feiten. (Maassluis)
RvS 11-02-2015, ECLI:NL:RVS:2015:333, m.nt. B. van der Vorm
- Instantie
Raad van State
- Datum
11 februari 2015
- Magistraten
Mrs. C.J. Borman, D.J.C. van den Broek en G.M.H. Hoogvliet
- Zaaknummer
201311433/1/A3
- Noot
B. van der Vorm
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS921806:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
Bijzonder strafrecht / Openbare orde
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2015:333, Uitspraak, Raad van State, 11‑02‑2015
- Wetingang
Essentie
Weigering vergunning voor horecabedrijf. Onvoorwaardelijk sepot leidt niet tot voldoende aannemelijkheid (vermeende) strafbare feiten. (Maassluis)
Samenvatting
Uit deze brief blijkt dat er wegens gebrek aan bewijs dat [appellant] bedoelde overtreding heeft begaan, aanleiding is gezien om [appellant] niet strafrechtelijk te vervolgen. De Afdeling heeft eerder overwogen (uitspraak van 9 mei 2012 in zaak nr. 201108725/1/A3 dat het bestuursorgaan niet van voldoende aannemelijkheid van de in het advies van het Bureau genoemde strafbare feiten mag uitgaan als betrokkene op het moment van het nemen van het besluit onherroepelijk is vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging ten aanzien van die feiten. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.