Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement
Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/9.3.3:9.3.3 Benoeming observator indien cross class cram down nodig is
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/9.3.3
9.3.3 Benoeming observator indien cross class cram down nodig is
Documentgegevens:
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192696:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 383 lid 4 Fw; Kamerstukken II 2018/19, 35 249, nr. 3, p. 66-67.
Zie daarover nr. 243. Kritisch over de meerwaarde van de benoeming van een observator in een dergelijke late fase van het pre-insolventieakkoordtraject: Tollenaar 2019c, p. 233.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
488. De aanbieder van het akkoord kan ook een homologatieverzoek indienen wanneer niet alle klassen met het akkoord hebben ingestemd, mits aan het hiervoor besproken draagvlakvereiste van art. 383 lid 1 Fw wordt voldaan. Wanneer in een dergelijk geval nog geen herstructureringsdeskundige is benoemd, stelt de rechter in de beschikking waarin hij de datum voor de homologatiezitting vaststelt een observator aan.1 Deze regel sluit aan bij art. 5 lid 3 van de Herstructureringsrichtlijn.2