Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/1.3
1.3 Onderzoeksvraag
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS393965:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
In dit kader merk ik op dat het voor Nederland interessant is dat uit het Duitse regeerakkoord van 7 februari 2018 blijkt dat Duitsland en Frankrijk het voortouw willen nemen voor een gemeenschappelijke belastinggrondslag voor ondernemingen. Koalitionsvertrag CDU, CSU und SPD, 7 februari 2018, “Ein neuer Aufbruch für Europa, Eine neue Dynamik für Deutschland, Ein neuer Zusammenhalt für unser Land”. Een dergelijk streven hadden beide landen overigens ook al in 2012. In een onderzoek, het “Grünbuch der Deutsch-Französischen Zusammenarbeit – Konvergenzpunkte bei der Unternehmensbesteuerung”, werd gekeken naar de overeenkomsten en verschillen van beide fiscale stelsels en de mogelijkheden om de systemen (grondslagen) meer op elkaar te laten aansluiten. Veel heeft dat destijds overigens niet opgeleverd.
Een rechtsvergelijking tussen Nederlandse en Duitse rechtsregels in de winstbelasting van lichamen zal leiden tot een overzicht van overeenkomsten en verschillen tussen de desbetreffende rechtsregels. Hoewel een dergelijk overzicht op zich al interessant genoeg kan zijn, heb ik ook een doel met de rechtsvergelijking. Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse winstbelasting van lichamen en de Duitse winstbelasting van lichamen zou vanuit verschillende invalshoeken en overwegingen vormgegeven kunnen worden. In mijn onderzoek staat de volgende vraag centraal:
Welke rechtsregels uit de Duitse winstbelasting van lichamen zijn aanbevelenswaardig voor de Nederlandse vennootschapsbelasting?
Om tot een antwoord te komen op deze vraag bouw ik ieder hoofdstuk als volgt op (zie ook hoofdstuk 1.4):
Hoe is de desbetreffende rechtsregel (het leerstuk) in de huidige Nederlandse vennootschapsbelasting vormgegeven?
Welke (conceptuele of fundementele) discussiepunten spelen er in Nederland ten aanzien van de desbetreffende rechtsregel? Hierbij ga ik in op reeds geopperde oplossingsrichtingen, geef mijn eigen mening over de discussiepunten en de oplossingsrichtingen en beoordeel ik de rechtsregel aan de hand van een voor mijn onderzoek geconcretiseerd toetsingskader.
Hoe is de desbetreffende rechtsregel (het leerstuk) in de huidige Duitse winstbelasting van lichamen vormgegeven en wat zijn de ervaringen in Duitsland met de rechtsregel?
Is deze rechtsregel uit de Duitse winstbelasting van lichamen aanbevelenswaardig voor de Nederlandse vennootschapsbelasting? Hierbij toets ik de Duitse rechtsregel aan de hand van het voor mijn onderzoek geconcretiseerde toetsingskader.
In de volgende paragraaf zal ik de gebruikte termen uit mijn onderzoeksvraag en het toetsingskader nader toelichten.
Ik merk op dat uit mijn rechtsvergelijkend onderzoek mogelijk ook andere conclusies getrokken kunnen worden, of het zou een mogelijke aanzet kunnen geven voor een (ander) vervolgonderzoek. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan:
Welke rechtsregels in de Nederlandse winstbelasting van lichamen kunnen aanbevelenswaardig of een inspiratie zijn voor de Duitse winstbelasting van lichamen?
Welke rechtsregels lenen zich voor Nederlands – Duitse harmonisatie van winstbelasting van lichamen, daarbij de (fiscale) belangen van zowel Nederland als Duitsland in ogenschouw nemend?1
Welke rechtsregels in de Nederlandse winstbelasting van lichamen lenen zich er voor om onderscheidend te zijn ten opzichte van de Duitse winstbelasting van lichamen om zodoende een zo aantrekkelijk mogelijk fiscaal vestigingsklimaat te behouden of te creëren?
Om mijn onderzoek qua omvang enigszins binnen de perken te houden, ga ik zelf niet expliciet in op deze drie bovengenoemde punten.
1.3.1 De gebruikte termen uit de onderzoeksvraag en toetsingscriteria1.3.2 Toetsingskader1.3.3 Belang van de onderzoeksvraag