Einde inhoudsopgave
Billijkheidsuitzonderingen (SteR nr. 40) 2018/1.1.3
1.1.3 Rechtswetenschap
mr. F.S. Bakker, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. F.S. Bakker
- JCDI
JCDI:ADS353527:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
Thomas van Aquino, In decem libros Ethicorum Aristotelis ad Nicomachum exposito, V, XVI, in het bijzonder nr. 1084-1087, vertaling Litzinger 1993, p. 342-346; Thomas van Aquino, Summa Theologiae, deel 2 van het tweede deel, vraag 120, vertaling 1964-1981, p. 277-283; De Groot, De jure belli ac pacis, (1625) 1925, boek II, hoofdstuk XVI, paragraaf XXVI; De Groot, Inleidinge tot de Hollandsche rechts-geleerdheid, (1631) 1965, p. 8, 9; De Groot, De aequitate, indulgentia et facilitate, (1680) 1721. Hierover uitgebreider hoofdstuk 2, par. 2.2.
Portalis 1801, vertaling Van Roermund, Tanghe & Willekens 1994, p. 14, 15, 20. Een citaat is opgenomen in hoofdstuk 2, par. 2.2.
Bijv. Kantorowicz 1906, p. 7. Tekenend is ook Jhering 1885, die op humoristische wijze hartgrondige kritiek leverde op de Begriffsjurisprudenz. Hierover ook hoofdstuk 2, par. 2.2.
Ehrlich 1903, p. 196; Kantorowicz 1906, p. 38, 47. Ook hierover hoofdstuk 2, par. 2.2.
Kantorowicz 1906, p. 41. Hierover ook hoofdstuk 2, par. 2.2.
Geïnspireerd door Liebs 1982, p. 203, nr. S.79: ‘Auf die Spitze getriebenes Recht kann schwerstes Unrecht bedeuten.’
Molengraaff 1919, p. 491, 519. Zie Cicero, De officiis, I, 10, 33, vertaling Miller 1968, p. 35: ‘More law, less justice’. Dit komt terug in hoofdstuk 2, par. 2.2.
Scholten 1924, p. 207; Asser/Scholten (1931) 1974, p. 130-132. Dit komt terug in hoofdstuk 2, par. 2.2.
Meijers 1937, Misbruik van recht en wetsontduiking, p. 68. Uitgebreider hierover hoofdstuk 2, par. 2.2.
Taverne 1918; Pompe 1945. Ook deze teksten komen terug in hoofdstuk 2, par. 2.2.
Hoofdstuk 2, par. 2.2.
Ook in die zin Fleuren & Mertens 2012, p. 75.
Het feit dat het aristotelisch inzicht steeds terugkeert in de geschiedenis van de rechtswetenschap, onderstreept zijn belang.
Bijvoorbeeld Thomas van Aquino en Hugo de Groot verwezen er expliciet en instemmend naar.1 Het inzicht lag ook ten grondslag aan de Franse Code civil uit 1804, zo blijkt uit de inleidingsrede van Portalis: de Code pretendeerde niet voor alle praktijkgevallen een goede oplossing te bieden, maar liet het aan de rechter om ‘de geest van de wet [te] bestuderen wanneer de letter doodt’.2 Het inzicht was een belangrijke inspiratiebron voor de Freirechtslehre uit de Duitse doctrine vanaf het begin van de twintigste eeuw, die ook in Nederland aanhangers had.3 Zij stelden dat de rechter wetgeving niet blindelings mocht toepassen, maar moest oordelen met het oog op ‘rechtvaardigheid’.4 Van wetgeving mocht worden afgeweken als toepassing ervan door haar noodzakelijke algemeenheid een door de wetgever niet-gewilde beslissing zou opleveren.5 Molengraaff stelde in 1919 onder aanhaling van het aan Cicero ontleende adagium ‘summum jus, summa injuria’ (vrij vertaald: op de spits gedreven recht verkeert in het toppunt van onrecht6) dat ‘toepassing van een rechtsregel (…) in een bijzonder geval, onder bepaalde omstandigheden, leidt tot onbillijkheid, tot een uitkomst die niet als recht kan worden aanvaard’.7 Scholten beschreef in 1924 uitzonderingen in aristotelische zin en kwam in 1931 tot zijn beroemde ‘sprong’: elke rechterlijke beslissing is intuïtief.8 Meijers noemde in 1937 een ‘algemeen beginsel’ van ongeschreven recht dat ‘niet alles, wat logisch uit een wetsvoorschrift of uit een wettelijk recht afgeleid kan worden, als geoorloofd […] beschouwd [mag] worden’, en over de ‘corrigerende werking van het ongeschreven recht ten opzichte van het rechtsmisbruik en de wetsontduiking’.9 Ook in bijvoorbeeld publicaties van Taverne en Pompe is Aristoteles’ inzicht herkenbaar.10
In het volgende hoofdstuk wordt uitgebreider ingegaan op de genoemde teksten uit de rechtswetenschap.11 De overeenkomsten in deze teksten van verschillende oorsprong en van juristen met gezag, zijn opvallend. Uitzonderingen in het voetspoor van Aristoteles zijn verankerd in de rechtswetenschap.12