Gewogen rechtsmacht in het IPR
Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/6.4.2:6.4.2 Hof Amsterdam 15 januari 2004, LIN AT9945; 'pro forma' aanhouding
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/6.4.2
6.4.2 Hof Amsterdam 15 januari 2004, LIN AT9945; 'pro forma' aanhouding
Documentgegevens:
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS432993:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hof Amsterdam 16 juni 2005, LJN AT9946.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit verband kan worden gewezen op een beschikking van het Hof Amsterdam van 15 januari 2004, LIN AT9945 in een zaak die zich afspeelde onder de Vo-Brussel II. Het betreft een echtscheidingsprocedure tussen een Marokkaans echtpaar, waarbij de rechtsmacht is gebaseerd op de gewone verblijfplaats van partijen. De vrouw komt in hoger beroep van een beschikking van de Amsterdamse rechtbank waarin tussen partijen echtscheiding is uitgesproken. De rechtbank heeft afgezien van de toepassing van Marokkaans recht (het gemeenschappelijk nationaal recht van partijen), omdat het Marokkaanse echtscheidingsrecht strijdig is bevonden met de Nederlandse openbare orde. De vrouw voert aan dat zij belang heeft bij een echtscheiding volgens haar nationale wet. Zij stelt dat zij anders op grond van het Marokkaanse recht geen nieuw huwelijk kan aangaan en geen aanspraak kan maken op de in Marokko aanwezige financiële middelen van partijen. Hierop heeft het Hof Amsterdam beslist dat 'de man in de gelegenheid moet worden gesteld om met medewerking van de vrouw een echtscheidingsprocedure in Marokko te voeren.' Verklaart het hof zich daarmee onbevoegd? Nee, er volgt een 'pro forma' aanhouding van de zaak 'voor één jaar of zoveel eerder indien de man aantoont dat hij een echtscheidingsprocedure in Marokko heeft gevoerd of aantoont dat de vrouw niet meewerkt aan die procedure.'
De tussenbeschikking van het Hof Amsterdam heeft forum non conveniens-achtige trekjes. Marokko wordt, gelet op de belangen van de vrouw, in casu beschouwd als het forum conveniens. Het hof stelt partijen in de gelegenheid om een procedure in Marokko te voeren, opdat de echtscheiding volgens de nationale wet van de vrouw kan worden uitgesproken. Naar mijn mening biedt de destijds geldende Vo-Brussel II noch de huidige Vo-Brussel Ilbis hiervoor de ruimte. Indien de rechter zich bevoegd verklaart op basis van de Vo-Brussel II(bis), komt hem geen discretie meer toe om te beoordelen of de rechter van een andere staat geschikter is om van de zaak kennis te nemen. Hoe is de zaak verder afgelopen? In een vervolgprocedure in 2005 blijkt dat 'de man, naar aanleiding van de tussenbeschikking van 15 januari 2004 van dit Hof geen echtscheidingsprocedure in Marokko heeft gevoerd.' Het hof spreekt de echtscheiding tussen partijen uit met toepassing van het nieuwe op 5 februari 2004 in werking getreden Marokkaans wetboek van familierecht.1