Voor risico van de ondernemer
Einde inhoudsopgave
Voor risico van de ondernemer (O&R nr. 142) 2023/6.1:6.1 Inleiding
Voor risico van de ondernemer (O&R nr. 142) 2023/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS714030:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Par. 1.6.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het vorige deel van dit proefschrift is betoogd dat het daderschapscriterium (of, in geval van de kwalitatieve aansprakelijkheden, het normadressaatschapscriterium) te onderscheiden is van de onrechtmatigheids- en toerekenbaarheidscriteria. De gedachte zou kunnen opkomen dat het vaststellen van het normadressaatschap en het vaststellen van de zorgplichtschending twee geheel gescheiden toetsen zijn. In dit hoofdstuk wil ik dit nuanceren. Ik ben namelijk van mening dat de hoedanigheid van de normadressaat van invloed is op de rechtsnorm en op de toerekenbaarheid. In dit hoofdstuk presenteer ik verschillende wijzen waarop de hoedanigheid van de dader of de normadressaat van betekenis is voor de inkleuring van de onrechtmatigheid en toerekenbaarheid. De invloed van de hoedanigheid van de normadressaat op de norm geeft ook het belang aan van het vaststellen van het daderschap of het normadressaatschap voorafgaand aan het vaststellen van de normschending. Pas nadat duidelijk is wie de dader of de normadressaat is, kan duidelijk worden welke norm heeft te gelden.
De opbouw van dit hoofdstuk is als volgt. Paragraaf 6.2 gaat in op de relatie tussen normadressaatschap, onrechtmatigheid en toerekenbaarheid. In paragraaf 6.3 wordt betoogd dat deze relatie niet leidt tot een strikte vorm van categoriale bescherming. Paragraaf 6.4 presenteert een typologie aan de hand waarvan de rechter de hoedanigheid van de dader of de normadressaat mee kan wegen bij het onrechtmatigheidsoordeel. In paragraaf 6.5 wordt uiteengezet op welke wijzen de rechter de hoedanigheid van de normadressaat kan meewegen bij het toerekenbaarheidsoordeel. In dit hoofdstuk wordt de term ‘normadressaat’ gebruikt, indien wordt gedoeld op de aansprakelijkgestelde persoon. Met de term ‘dader’ wordt verwezen naar de laedens die aansprakelijk wordt gesteld op grond van art. 6:162 BW.1