Financiële controle in het gemeenterecht
Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/9.3.2.5:9.3.2.5 Boven- en buitengemeentelijke vormen van fmanciële controle
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/9.3.2.5
9.3.2.5 Boven- en buitengemeentelijke vormen van fmanciële controle
Documentgegevens:
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 8 is stilgestaan bij het toezicht en is een beknopte inventarisatie gegeven van de mogelijkheden van rechterlijke controle en controle door middel van openbaarheid. Gebleken is dat het financiële toezicht op gemeenten zich niet beperkt tot schorsing en vernietiging. In de sfeer van het preventieve toezicht valt te wijzen op het goedkeuringsregime van art. 203 Gemeentewet. Verder is er de autonome taakverwaarlozingsregeling uit art. 132 lid 5 tweede volzin Grondwet en art. 201 Gemeentewet. Ten aanzien van deze laatste regeling is in hoofdstuk 8 geconcludeerd dat zij ten onrechte in overeenstemming is geacht met de Grondwet. Voor dergelijk ingrijpen ten aanzien van autonome bevoegdheden — zoals de vaststelling van de jaarrekening — is namelijk op grond van art. 132 lid 5 (tweede volzin) GW grovelijke taakverwaarlozing van de zijde van het gemeentebestuur vereist. Ook de Financiële verhoudingswet bevat vormen van financiële controle. Dit betreft de financiële 'curatele' op grond van art. 12 Fvw en de verantwoording van het gebruik van de specifieke uitkeringen. Als uit deze verantwoording niet blijkt dat de uitkeringen rechtmatig zijn besteed, kan dit leiden tot een verplichting tot terugbetaling. Opvallend is dat in sommige gevallen zelfs een onzekerheid over het rechtmatige gebruik reden voor terugvordering kan zijn. Het toezicht uit hoofde van de Wet TES bestaat vooral uit aanwijzingsbevoegdheden. De Wet fido kent soortgelijke bevoegdheden, alsmede goedkeuringsregimes. Het wetsvoorstel NErpe moet — om dezelfde reden als art. 201 Gemeentewet — ongrondwettig worden geacht.
Het gehanteerde toetsingskader verschilt per toezichtsvorm. Schorsing en vernietiging kunnen geschieden wegens strijd met het recht of strijd met het algemeen belang. De meeste andere vormen van toezicht kennen hun eigen criteria. Niettemin komen de meeste van deze criteria er uiteindelijk op neer, dat een toezichthouder kan optreden op het moment dat een wettelijke norm overtreden is. Zo geldt bijvoorbeeld ten aanzien van het goedkeuringsregime van art. 203 Gemeentewet dat de eis van het evenwicht van de begroting (art. 189 Gemeentewet) stelselmatig is overtreden. Dit betekent dat het uiteindelijk om een rechtmatigheidscriterium gaat. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor de eis dat de gemeente haar taken niet mag verwaarlozen, de eis dat specifieke uitkeringen niet mogen worden aangewend voor oneigenlijke doeleinden en de eis dat de financieringsregels in de Wet fido moeten worden nageleefd. Doelmatigheidscriteria zijn ook denkbaar. Zij zouden een plaats kunnen krijgen in het kader van schorsing en vernietiging wegens strijd met het algemeen belang, de terugvordering van specifieke uitkeringen die niet zijn benut en — deels — ten aanzien van het toezicht in het kader van art. 12 Fvw.
Controle door de rechter kan worden beschouwd als zuivere rechtmatigheidscontrole. Alleen in het voorportaal van de bestuursrechtelijke rechtsgang (de bezwaarschriftprocedure) kunnen andere dan juridische argumenten worden meegewogen. Controle door openbaarheid is een vorm van publieke verantwoording.