De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/2.6.5:2.6.5 Rechtspersoon
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/2.6.5
2.6.5 Rechtspersoon
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS387048:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Belgische wetgever heeft al in 1873 rechtspersoonlijkheid toegekend aan de Belgische VOF (zie art. 2 § 2 W.Venn.). Dit vormt een groot verschil met de Nederlandse VOF. De toekenning van rechtspersoonlijkheid heeft onder andere tot gevolg gehad dat de VOF zelf eigenaar kan zijn van goederen.1 De maatschap, de tijdelijke handelsvennootschap en de stille handelsvennootschap daarentegen hebben geen rechtspersoonlijkheid (art. 2 § 1 W.Venn.).
In de Belgische literatuur wordt onderscheid gemaakt tussen de volkomen (o.a. de naamloze vennootschap (NV) en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BVBA)) en de onvolkomen (o.a. de VOF) rechtspersoon.2 Dit onderscheid, dat in de wet niet wordt gemaakt en dat geen consequenties heeft voor rechtsbevoegdheid, wordt gemaakt om de fundamentele verschillen tussen de types rechtspersoon aan te geven. De ‘volkomen rechtspersoon’ bestaat onafhankelijk van zijn leden, is in beginsel alleen zelf aansprakelijk voor vennootschappelijke schulden en zijn faillissement heeft in beginsel geen invloed op de financiële positie van de vennoten. Het bestaan van de ‘onvolkomen rechtspersoon’ is afhankelijk gesteld van het lidmaatschap van zijn vennoten, die naast de rechtspersoon persoonlijk aansprakelijk zijn voor de vennootschappelijke schulden. Faillissement van de onvolkomen rechtspersoon leidt tot faillissement van de vennoten.3