Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/14.1.5.2
14.1.5.2 Afhankelijke zekerheidsrechten
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS298018:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Bartels, van Mierlo & Ploeger 2013, para. 8.
Afhankelijk van de vordering waarvoor betaling wordt opgeschort; zie in deze zin Chao-Duivis 1989; Raaijmakers 2001.
Afhankelijk van de koopprijsvordering; zie in deze zin Schoordijk 1986, p. 14.
Afhankelijk van de vordering op de dochtervennootschap; zie in deze zin bijvoorbeeld Bartman 2004, p. 51; Verdaas 2008, p. 305.
Afhankelijk van de vordering waarvan betaling door de bankgarantie wordt verzekerd; zie in deze zin bijvoorbeeld Bertrams 2013, p. 277.
Mijnssen & van Mierlo 2018, para. 1.15, p. 39 en para. 2.11, p. 76.
561. Drie zekerheidsrechten worden algemeen als afhankelijk aangemerkt: het pandrecht, het hypotheekrecht en het recht uit borgtocht.1 Deze drie afhankelijke rechten zijn afhankelijk van de vordering waarvan ze de betaling verzekeren (art. 3:231 BW en 7:851 BW), die ook wel de ‘gesecureerde vordering’ wordt genoemd. Dit betekent dat deze afhankelijke zekerheidsrechten de rechtstoestand volgen van de gesecureerde vordering. Gaat de gesecureerde vordering over naar een ander vermogen, dan volgt het afhankelijke zekerheidsrecht (zie paragraaf 14.3). Wordt de gesecureerde vordering bezwaard met een beperkt recht, beslagen, of tot voorwerp gemaakt van een contractuele afspraak, dan kan dat gevolgen hebben voor wie het afhankelijke zekerheidsrecht uit kan oefenen (zie paragraaf 14.4).
562. De vereisten om als afhankelijk recht te worden aangemerkt uit art. 3:7 BW worden voor afhankelijke beperkte zekerheidsrechten aanmerkelijk versoepeld. Art. 3:231 BW biedt namelijk de mogelijkheid om een pand- of hypotheekrecht alvast te vestigen voor een nog niet bestaande, toekomstige vordering (zie paragraaf 14.3.7). Art. 7:851 BW biedt een soortgelijke mogelijkheid voor het aangaan van een overeenkomst van borgtocht. De afhankelijke zekerheidsrechten kunnen daardoor al in het leven worden geroepen voordat er een hoofdrecht bestaat waar zij aan verbonden (gaan) zijn.
563. Rechten met een zekerheidskarakter waarvan onduidelijk is of zij afhankelijk zijn, dan wel waarvan het afhankelijke karakter wordt afgewezen, zijn onder meer het retentierecht,2 de voorbehouden eigendom,3 rechten uit 403-verklaring4 en rechten uit bankgarantie.5 Ik kom in deel III, meer specifiek hoofdstuk 20, terug op de vraag of dit terecht is. Daarnaast wordt ook wel betoogd dat het verhaalsbeslag een afhankelijk recht is.6 Van al deze rechten wordt overigens eveneens bepleit dat ze als nevenrechten dienen te worden aangemerkt; zie daarover hoofdstuk 16 en de daar aangehaalde auteurs.