Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/5.1
5.1 Inleiding
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS585726:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Raaijmakers 1997; Raaijmakers 1997a; Raaijmakers 1997b; Raaijmakers 2003a, p. 44; Raaijmakers 2006, p. 157; Raaijmakers 2012, sub 4; Raaijmakers 2012a, p. 114. Zie ook: A.L. Mohr in: Vereeniging Handelsrecht 1998, p. 16; Zaman 2007, p. 39; Zaman 2015b, p. 6; Van der Sangen & Zaman 2012, p. 166; Koster 2012a, par. 4; Mathey-Bal 2012, p. 53; Mathey-Bal 2016, p. 231 en 331; en Stokkermans 2008, p. 6.
Boschma & Mathey-Bal 2012, par. 5; Boschma 2013, par. 3.2; Boschma 2016, p. 125.
Snijder-Kuipers 2007; Snijder-Kuipers 2010, p. 2 en 77. Van de Streek 2008, p. 11, en Van Mourik & Burgerhart 2010, nr. 73 volgen deze terminologie. Voor een ander terminologisch onderscheid (echte omzetting versus pseudo-omzetting), zie De Monchy 2003. Volgens Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015/353 leidt de term ‘omzetting’ niet tot misverstanden.
Vgl. Raaijmakers 1997, p. 52 die in dit verband wel van ‘omzetting’ spreekt.
Richtlijn 2011/35/EU van het Europese Parlement en de Raad van 5 april 2011 betreffende fusie van naamloze vennootschappen, PbEU L. 110/1 van 29 april 2011, houdende hercodificatie en vervanging van Richtlijn 78/855/EEG van de raad van 9 oktober 1978, PbEG L. 295 van 20 oktober 1978, zoals van tijd tot tijd gewijzigd.
Richtlijn 82/891/EEG van de Raad van 17 december 1982 betreffende splitsingen van naamloze vennootschappen, PbEG L. 378/47 van 31 december 1982, zoals van tijd tot tijd gewijzigd.
In dit hoofdstuk staan de omzetting van een rechtssubject, juridische fusie en juridische splitsing centraal. Ook de figuur van de tijdelijke eenpersoonsvennootschap, de vermogensovergang op de laatste vennoot die de activiteiten op eigen naam wil voortzetten en de mogelijkheid van herbinding van een vennootschap na ontbinding komen aan de orde. Al deze rechtsfiguren vat ik samen onder de term ‘structuurwijziging’. De term is niet bedoeld als vastomlijnd begrip. Bij de regels die de genoemde vormen van structuurwijziging faciliteren, kan naar komend recht een brug worden geslagen tussen de rechtspersonen van Boek 2 BW en de personenvennootschappen. Anderen deden eerder suggesties in deze richting. Raaijmakers heeft een belangrijke voortrekkersrol gespeeld.1 Boschma heeft voorgesteld om wetgeving op dit vlak uit te stellen tot na wijziging van de andere onderdelen van het personenvennootschapsrecht.2 Dat gaat mij niet snel genoeg.
Bij omzetting blijft de identiteit van een rechtsdrager als rechtssubject gehandhaafd. Snijder-Kuipers stelt voor de term ‘omzetting’ te vervangen door ‘rechtsvormwijziging’.3 Daarmee beoogt zij verwarring met de omzetting van een eenmanszaak in een BV te voorkomen, maar volgens mij is haar oplossing niet effectief. Bij het enkele woord ‘omzetting’ is nog niet duidelijk of de omzetting van een ondernemingsvorm (object) of die van een rechtsdrager (subject) wordt bedoeld. De term rechtsvormwijziging verduidelijkt dat niet, want ook dat woord wordt in beide betekenissen gebruikt. Men spreekt immers over de rechtsvorm van een rechtsdrager (ondernemer, subject) én over de rechtsvorm van een onderneming (object). Een voorbeeld van dit laatste is de veelgehoorde aanduiding van de eenmanszaak als rechtsvorm van een onderneming. Tenzij anders aangegeven (met aanhalingstekens), gebruik ik het woord omzetting in de betekenis van wijziging van de rechtsvorm van een rechtsdrager, met behoud van rechtssubjectiviteit. De vennotenwissel bij een VOF valt buiten dit begrip omzetting.4
De term ‘rechtsdrager’, die al even viel, komt overeen met het Duitse Rechtsträger, dat in het Umwandlungsrecht een belangrijke rol speelt. De term staat voor een rechtssubject dat toegang heeft tot de in die wet bedoelde vormen van structuurwijziging. Het is een ruimer begrip dan natuurlijke persoon of rechtspersoon. Net als in Duitsland kunnen ook de rechtsbevoegde personenvennootschappen onder het begrip ‘rechtsdrager’ worden gebracht. In mijn voorstel zijn dat VOF en CV, en komt daar in de toekomst de M-BA bij.
Voor een zo breed mogelijk perspectief op het Nederlandse structuurwijzigingsrecht begin ik ook dit hoofdstuk met een exposé over buitenlandse equivalenten. Aan bod komt de situatie in Frankrijk en Duitsland. Het Engelse structuurwijzigingsrecht en internationale aspecten blijven buiten beschouwing. Direct na het Franse en Duitse recht komt de structuurwijziging in Nederland aan de orde. De regels voor juridische fusie en splitsing in Frankrijk, Duitsland en Nederland vertonen veel gelijkenis. Dat ligt voor de hand, aangezien in al deze landen de Derde Richtlijn (fusie)5 en de Zesde Richtlijn (splitsing)6 zijn geïmplementeerd. Zoals zal blijken, zijn er desondanks opmerkelijke verschillen.