Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/3.1:3.1 Inleiding
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/3.1
3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859196:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien sprake is van een nalatenschap waarin een betrokkene onwaardig is, dan heeft dat gevolgen. Gevolgen voor de afwikkeling van een nalatenschap in het algemeen en meer in het bijzonder voor de verkrijging van de onwaardige, de positie van de onwaardige executeur of bewindvoerder en voor derden. Bijvoorbeeld voor derden die een nalatenschapsgoed hebben verkregen van – wat later blijkt – de onwaardige.
Artikel 4:3 BW richt zijn pijlen allereerst op de onwaardige door in de aanhef te bepalen dat hij geen voordeel mag trekken uit de nalatenschap. Dit hoofdstuk vangt aan met een bespreking van dit voordeelsbegrip (par. 3.2). Vervolgens wordt nader stilgestaan bij de verkrijging van de onwaardige (par. 3.3). Voor derden bevat artikel 4:3 lid 2 BW een beschermende bepaling. Dit onderdeel van de onwaardigheidsbepaling is eveneens nog onbesproken gebleven en komt in dit hoofdstuk aan de orde (par. 3.4). Daarna komt de focus te liggen op het afgaan op een onjuiste verklaring van erfrecht (par. 3.5). Tot slot wordt aandacht besteed aan de afgifte van een verklaring van erfrecht in een nalatenschap waarin onwaardigheid een rol speelt (par. 3.6).1